Review

Wanneer de gedachte zich losmaakt van de ervaring

G. van der List en J. J. A. van Doorn: De draagbare Van Doorn. Prometheus, Amsterdam; 312 blz. - ¿ 39,90.

Moet het nu wel zo nodig, zijn sommige stukken niet gedateerd en andere wat kortademig, ontbreken rode draad en samenhang niet te veel, enzovoort enzovoort. Alle vragen zijn terecht en alle kritische opmerkingen snijden wel ergens hout, of het nu om bundels van Piet Vroon, René Diekstra, Cees Schuyt of Jaap van Heerden gaat. Tegelijkertijd zijn ook de positieve clichés gelukkig meestal waar: er zitten toch leuke stukjes tussen, het is goed dat je ze nog eens rustig na kunt lezen, je gaat toch op den duur een samenhang ontwaren, enzovoort.

Nogmaals, 'De draagbare Van Doorn' ontkomt niet aan alle bovengenoemde negatieve en positieve clichés. Toch springt deze bundel er voor mij op een aantal punten uit. In de eerste plaats bevat het ook een aantal doorwrochte wetenschappelijke artikelen. De scherpe pen, de tegendraadse mening en de verzorgde stijl van de column ontbreken hier - gelukkig - niet, maar ze zijn wel in een breder, goed gedocumenteerd verband geplaatst. 'Conservatieve gedachten', de diësrede van de Erasmus Universiteit in 1976, is hier een duidelijk voorbeeld van. Tegendraads was deze rede zeker in de jaren zeventig. Voorzichtig probeert Van Doorn tegen de toenmalige tijdsgeest in de contouren van het conservatisme te schetsen: het verkiest continuïteit boven discontinuïteit, inschatting van reële mogelijkheden boven hang naar het ideale, het concrete boven het abstracte, de levenservaring boven de school. Hier wordt niet achteraf afgerekend met de jaren zestig en zeventig, zoals dit tegenwoordig op de opiniepagina's van de Nederlandse dagbladen de mode is, hier werd in het heetst van de maatschappelijke discussie op doordachte wijze stelling genomen.

Dezelfde ideeën komen terug in de inaugurele rede die Van Doorn hield toen hij in 1993 en 1994 aan de Antwerpse universiteit was benoemd. 'De intellectueel als ideoloog: kritiek van de politieke intelligentsia' is ook vooral weer een waarschuwing om niet in hoogdravende constructies en idealen te vluchten, maar dicht bij de common sense te blijven. Wanneer, zoals Hannah Arendt zei, de gedachte zich losmaakt van de ervaring, kan dit in de politiek tot catastrofale gevolgen leiden. De geschiedenis van socialisme en communisme levert de auteurs helaas steeds illustratiemateriaal te over.

Een ander pluspunt ligt in het gegeven dat Van Doorn mij nogal eens tegen de haren in strijkt. Niets is verfrissender dan iemand die op een zowel doordachte als uitdagende wijze met je van mening verschilt. Je wordt gedwongen om je eigen oordeel aan te scherpen of te herzien. Een voorbeeld: in 'De trein is socialistisch, de auto liberaal' zet de auteur beide vervoerssystemen op symbolische wijze scherp tegen elkaar af. De trein oefent dwang uit, de auto symboliseert vrijheid. Bij de trein bepalen anderen wanneer ik zal vertrekken en aankomen, bij de auto maak ik mijn eigen keus. En zo gaat het nog wel even door. Mijn eerste reactie bij al deze fraaie vondsten was, dat zij meer op reclameleuzen voor de auto lijken dan dat ze de huidige automobilistenwerkelijkheid met haar files en opstoppingen beschrijven. En wat te denken van de vele verkeersdoden, de luchtvervuiling, de asfaltering van het landschap? In tweede instantie zie ik het gedeeltelijke gelijk van Van Doorn; misschien zit de gemiddelde automobilist psychologisch wel zo in elkaar als hij beschrijft. Of is het allemaal ironie als hij het heeft over 'de kloeke burgers die zich tijdens het spitsuur op de autoweg handhaven'?

Ironie is er in elk geval in de toch ook respectvolle necrologie van Jan Tinbergen: 'Te goed voor deze wereld'. Hoe aardig hier onze Nobelprijswinnaar ook geschetst wordt, hoe zeer zijn aimabele bescheidenheid, zijn werklust en doorzettingsvermogen ook geroemd worden, uiteindelijk overheerst het beeld van iemand met een uitzonderlijke maatschappelijke en politieke naïviteit. Zeker in het licht van andere artikelen wordt hier, weliswaar op vriendelijk-ironische wijze, een hard oordeel uitgesproken. Terecht? In elk geval zet het tot verdere oordeelsvorming aan, zowel over Tinbergen als over de relatie tussen morele goedheid en politiek.

Het derde pluspunt vergeleken met gelijksoortige bundels, ligt er in dat de artikelen hier redelijk geselecteerd en ingedeeld zijn. Dat is gedaan door Gerry van der List, die de bundel ook van een heldere inleiding voorzag. Na het 'Autobiografisch voorwerk' dat een aantal meer persoonlijke columns uit HP/De Tijd en NRC Handelsblad bevat, volgt een deel met de betere columns uit de genoemde bladen. Wat langere stukken uit het genoemde weekblad worden vervolgens als essays gepresenteerd, waarna in deel IV, 'De wetenschapsman', het zwaardere werk met voetnoten aan bod komt. Voor elk wat wils dus, in een waardevolle bundel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden