Wankele stillevens van klei

In het atelier van Anton Reijnders, enigszins verscholen in een rustige zijstraat van een winkelstraat in hartje Den Bosch, stonden de zwaarwichtige stillevens op wiebelige tafels met ijle pootjes. Het is dat ze nog tegen de muur konden steunen, anders waren ze eenvoudig weggewankeld. Reijnders heeft de installaties (want dat zijn ze veel meer dan op zichzelf staande beelden) inmiddels ingepakt en ze overgebracht naar zijn expositie bij galerie De Witte Voet in Amsterdam.

Hoe volumineus en zelfs log de diverse peren, pionnen, boomstammetjes en vaasdeksels ook mogen ogen, ze hebben toch ook een luchtig aanzien. Reijnders bestrijkt de witbakken klei met een lichtkleurig laagje sigillata (een sliblaag die zich als glazuur laat aanbrengen, een door de Romeinen al beproefde pottenbakkerstechniek), waardoor de beelden lijken op te lossen in de ruimte. Reijnders: ,,Ik gebruik liever het woord 'constellatie' dan 'installatie' voor deze beelden. Het woord constellatie verwijst naar de onderlinge samenhang van vormen en betekenissen. Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in het begrip vorm, dan wel in de wijze waarop vormen onderling en in samenhang met elkaar een betekenis oproepen.'' Daarom verbindt hij de losse gegevens in het 'stilleven' ook met snippers, rafels van klei die op zich helemaal geen betekenis hebben.

Geboren in 1955 in het Limburgse Venray doorliep Reijnders aan het einde van de jaren zeventig de kunstacademies in Tilburg en Den Bosch. Hij behoorde ook tot de generatie keramisten die de Rietveld Academie in Amsterdam doorliep en daar voor een heel nieuw soort keramiek zorgde. Reijnders heeft met het werk van zijn collega's als Barbara Nanning, Babs Haenen en Irene Vonck -de generatie die de keramiek van zijn potvorm bevrijdde- echter weinig gemeen. Sterker nog, op grond van het werk dat hij sedert het einde van de jaren tachtig maakt, is hij nauwelijks nog meer een keramist pur sang te noemen. Reijnders maakt gebruik van klei, houdt ook van het materiaal, maar denkt in termen als 'betekenis' en 'ruimte', veel meer dan aan welke gedraaide vorm dan ook. Reijnders: ,,In de jaren tachtig, toen ik van de academie afkwam, heb ik een poos op de draaischijf potten gemaakt. In die tijd wilde ik het liefst vormproblemen oplossen, maar in mijn vrije werk ging alle aandacht uit naar een heel ander soort problematiek, namelijk die van een betekenisonderzoek. In 1987 ben ik definitief met draaien gestopt. Het werd me te succesvol. Dan wordt de gedraaide pot je de baas, in plaats van andersom.''

Maar noem je jezelf nu nog keramist?

Reijnders: ,,In de zin dat het om het medium gaat of om het vak? Je hebt een idee en je zoekt daar het passende medium bij. Anderzijds, kies je voor het vak, dan biedt het medium een aantal mogelijkheden. Ik werk vanuit het vak, maar ik ben constant bezig met de vraag wat de noodzaak is van het gebruik van klei. Klei is voor mij per definitie geen noodzaak. Ik vertrek zoveel mogelijk vanuit de betekenis.''

,,Wat ik wil, is het oproepen van een bepaalde betekenis en niet het bevestigen ervan. Het werk is geen illustratie van mijn ideeën. Ik heb een aanleiding, een alibi nodig om tot een werk te komen, maar als het werk af is, dan gaat het een eigen leven leiden. Als een keramist een werk maakt en het komt uit de oven, dan is het voor hem af. Bij mij begint het dan pas, dan begint het samenvoegen. Dan gaat de betekenis van de vorm ook veranderen. Ik vraag me af hoe een concrete vorm, dat wil zeggen dat wat we kunnen benoemen, en dat wat alleen te omschrijven is, hoe die twee werelden zich tot elkaar verhouden. Zo'n samenhang levert voor mij een constellatie op.''

Reijnders' stijl is inmiddels aan de hand van steeds terugkerende elementen makkelijk te herkennen. ,,Het zijn vormen die een naam hebben. Ik maak mallen om de vorm te kunnen reproduceren, zodat ik in de nieuwe constellaties nieuwe betekenislagen kan oproepen.''

Je werk roept een grote mate van sensualiteit op. Dat is de klei eigen, maar bij jou ziet het er ook nog mooi uit.

,,Ik ben niet speciaal op esthetiek uit en wil het zeker niet bevestigen. Of het werk esthetiek nodig heeft? Eerlijk gezegd weet ik dat niet, het komt gewoon op mijn pad. Soms, aan het eind van het hele proces vind ik een beeld esthetisch. Nogmaals, ik ben er niet op uit, want betekenis blijft voorop staan.''

,,Het is ook niet zo dat het begrip 'betekenis' voor mij vastligt. Het dijt uit en krimpt, er zit geen systeem in. Je moet de betekenis ontmoeten, daarin ontstaat een constante.''

Vandaar dat je met vaste vormen werkt?

,,Ik beschouw de peervorm als de ultieme vorm van sensualiteit. De pion kun je zien als de tegenhanger van de torso, de mens met kop en lijf. Het vaasdeksel heeft nauwelijks betekenis. Het is een functieloze functie, want een deksel is niets zonder vaas. In de afgeknotte boom kun je de manier vinden waarop we met de natuur omgaan en de vinger is het symbool van het dreigende en verwijzende, maar laat ook de esthetiek van de verticaliteit zien. Die elementen, samengevoegd op een wankel altaartje of tafeltje creëren een soort van stilleven dat ik liever 'status' noem. Ik werk al een poosje aan een hele serie 'statussen', die op allerlei locaties worden getoond. Ik heb er nu zes gemaakt, maar het moeten er in totaal veertien worden. Pas dan zul je ze allemaal bij elkaar en met hun eigen samenhang kunnen zien.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden