Wanhopige beelden als wapen

Oppositie levert zelf nieuws nu buitenlandse media toegang tot Syrië ontzegd worden

'Omar de Syriër' was een van de eerste slachtoffers van het offensief op Homs. De 24-jarige burgerjournalist leverde beelden aan CNN, Al-Jazeera en persbureau AFP, en ging ook op zaterdag 4 februari in het holst van de nacht op stap om beschietingen door het Syrische leger te filmen. Hij werd geraakt in hoofd, buik en been en overleed enkele uren later.

Zo verloor de wereld opnieuw een informatiebron in Syrië. Buitenlandse journalisten hebben nauwelijks toegang tot het land; in plaats daarvan zijn het burgeractivisten die nieuws naar buiten brengen. Ze bellen, of ze maken - zoals Omar - met hun mobiele telefoons filmpjes die ze via internet verspreiden.

Dat roept vragen op. Hoe betrouwbaar is de berichtgeving uit Syrië als de bronnen zo persoonlijk betrokken zijn? Feitelijk is dat een kwestie van vertrouwen, blijkt uit de werkwijze van een organisatie als Syrian Network for Human Rights. Deze mensenrechtenclub volgt de situatie in Syrië vanuit Groot-Brittannië en vormt een belangrijke informatiebron voor internationale media - vooral voor cijfers over dodelijke slachtoffers. Het netwerk krijgt die cijfers van plaatselijke revolutionaire comités, en laat ze vervolgens checken door lokale medewerkers.

Ingewikkelder is het om de betrouwbaarheid van videofilmpjes vast te stellen, een kwestie waar Alex Murray zich dagelijks mee bezig houdt. Murray werkt op de BBC-afdeling die controleert of Youtube-filmpjes uit Syrië daadwerkelijk op de vermelde tijd en plaats zijn gemaakt. Dat doet hij door te letten op herkenbare plekken, en soms zelfs door de weerberichten erbij te pakken. De oppositie heeft in de loop van de tijd bijgeleerd, zegt hij: "Ze zijn elementen gaan toevoegen die verificatie makkelijker maken - bijvoorbeeld door een bekende moskee in beeld te nemen."

Murray treft maar zelden Syrië-filmpjes aan die opzettelijk leugenachtig zijn, bijvoorbeeld omdat ze eigenlijk uit Irak komen. "Toch moeten we heel voorzichtig zijn. We kunnen bijvoorbeeld geen context geven op basis van de filmpjes - hoe groot demonstraties zijn, hoe lang ze duren, wat hun impact is. En we moeten altijd alert zijn op de mogelijkheid van desinformatie, van beide kanten."

Die noodzaak is er nog steeds, ook in het oorlogsachtige Homs. Op zich is het geen wilde bewering om te concluderen dat regeringstroepen verantwoordelijk zijn voor de meeste verwoestingen - alleen die beschikken immers over zwaar geschut. Maar uit de filmpjes is niet of nauwelijks op te maken of ook de gewapende oppositie een rol speelt in de gewelddadigheden.

Dat neemt niet weg dat zeker is dat er misdadige dingen gebeuren in Syrië, waar burgers het slachtoffer van zijn. Dat blijkt uit verslagen van de Brits-Syrische Danny Abdoel Dayem die ook op de Nederlandse tv te zien zijn. Dayem rijdt door de stad, toont beschietingen, bezoekt veldhospitaaltjes waar stervende mensen en verminkte kinderen te zien zijn, en vraagt wanhopig om internationaal ingrijpen.

Dat laatste is een vorm van activisme, stelt media-onderzoeker Lina Khatib van de Amerikaanse Stanford Universiteit. Maar misleiding is volgens haar niet het doel. "Hoe meer de Syrische overheid probeert de ogen van de wereld af te wenden, des te harder werken mensen ter plaatse om dit tegen te gaan. Dat resulteert in meer beelden, maar ook in schokkendere beelden. Die moeten de kijker activeren, omdat er geen andere middelen zijn om het geweld te stoppen. Dit is wanhoop op het allerhoogste niveau."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden