wandelen / Zweven in De Wieden

De Wieden is een weergaloos moerasgebied, waar de mossen als kompas dienen.

Kees de Vré

Het wordt een weergaloos natuurgebied genoemd. Natuur is het welbeschouwd niet. De Wieden in Noordwest-Overijssel is bij uitstek een voorbeeld van een door mensenhanden gevormd landschap. Weergaloos is het zeker. Het goudkleurige riet tussen de vele waterpartijen en de kaalgewaaide moerasbosjes geven, met de donkere decemberlucht op de achtergrond, een schitterend silhouet. Het weldadige beeld wordt gecompleteerd door de fauna: aalscholvers die hier en daar het riet uitschieten, de vele eenden die op de plassen en kreken ronddobberen en het zachte gak-gak van de gouden ganzen die af en toe van de weilanden opstijgen en in V-formatie overvliegen. Er leven ook otters en af en toe wordt de majestueuze zee-arend uit de Flevopolder er waargenomen.

Ook met een staalblauwe winterlucht als zwerk zal dit gebied toch wel heel bijzonder ogen. Volgens beheerder Natuurmonumenten is de winter zelfs de mooiste tijd om De Wieden te bezoeken. Om te schaatsen is het zonder twijfel een magnifieke omgeving, maar dat zit er even niet in. Rust en vergezichten echter maken het ook zonder ijs uniek.

Vandaar dat Natuurmonumenten zogenoemde winter-struintochten in het gebied heeft uitgezet. Helaas zijn deze wegens de beperkte capaciteit al volgeboekt, maar er zijn ook een aantal wandelingen uitgezet, die te allen tijde zijn te lopen. Laarzen zijn daarbij een onmisbaar attribuut, want in dit veengebied is het af en toe erg nat onder de voeten.

Ab van Dijk, een van de 150 vrijwilligers die in De Wieden een handje helpen, gaat voor op het Kiersche Wijdepad. Dit ligt in het oostelijk deel van De Wieden, mede herkenbaar aan de oprukkende buitenwijken van Meppel die in de verte gloren. We lopen door weilanden, langs plassen met rietkragen en door bosjes met elzen, een van de weinige bomen die een waterige ondergrond kan hebben. Door de vocht vertonen de elzen aan een kant knalgroene mossen. Dat contrasteert fraai met de rode kleur hout van gekapte elzen. Van Dijk vertelt dat de mossen altijd op de noordwestkant van de bomen groeien. Zo vind je bij gebrek aan een kompas toch je richting.

Er is ook een gebied waar het zo waterig is dat er een vlonderpad overheen is gelegd. Op een enkele plek lopen we voorzichtig over wiebelend land. Dat is trilveen, legt Van Dijk uit. De plassen ’verlanden’ door de invloed van waterplanten en riet. Na enkele decennia is het dermate dichtgegroeid dat als het land een centimeter of veertig diep is, je erover heen kunt lopen. Enigszins wiebelend toch, want je zweeft als het ware op het water. Omdat die verlanding het speciale karakter van De Wieden aantast, maakt Natuurmonumenten het land hier en daar weer open, trekt als het ware nieuwe gaten in het land, om het subtiele en eigenzinnige samenspel tussen flora en fauna in het veengebied te laten voortbestaan.

De wandeling is uitgezet rondom een eendenkooi. Toen de aanpalende Noordoostpolder nog niet als buffer diende, was De Wieden een aan de Zuiderzee grenzend open gebied waar veel eenden leefden. Die vormden een gemakkelijke prooi voor de toenmalige bewoners. Op den duur werd eenden vangen zelfs een speciaal beroep: kooiker. Nog steeds worden via deze kooien eenden gevangen. Het vlees wordt vooral geëxporteerd, maar tegenwoordig vindt het steeds meer zijn weg naar de plaatselijke horeca, die op een aantal plekken zelfs van Michelin-sterren is voorzien. Er blijven nog genoeg eenden over om te observeren. Daartoe zijn bij een aantal plassen speciale met wilgentakken gecamoufleerde observatieplaatsen gefabriceerd.

Die eerste bewoners van dit afgelegen moeras waren mensen uit Zuid-Europa, vertelt Van Dijk. Mensen die zich met toestemming van de bisschop van Utrecht in het gebied terugtrokken als boetedoening. Zij ontdekten dat de grond waarop zij woonden goed brandde en dus als grondstof kon dienen voor verwarming en het koken. Er ontstond zelfs een bloeiende handel in turf (gedroogd veen) die het gebied met plaatsjes als Zwartsluis en Blokzijl een zekere welvaart verschafte. De turfhandel werd zo populair dat door het hele gebied parallelle gaten werden getrokken. Bij een aantal grote stormen in de 17de en 18de eeuw liepen die vol en vormden zo het gebied dat wij nu als De Wieden kennen.

De Wieden en De Weerribben worden in 2009 samengevoegd

Het is de bedoeling dat in 2009 De Wieden en het aangrenzende nationale park De Weerribben (eigendom van Staatsbosbeheer) als een aaneengesloten gebied worden behandeld. Met 13.000 hectare is dan sprake van het grootste laagveenmoeras van West-Europa.

Een moerasgebied als De Wieden is lastig toegankelijk. Om het toch te ontsluiten voor natuurliefhebbers zijn er allerlei voorzieningen getroffen. Zo is er bij voorbeeld een vlonderpad dat ook voor rolstoelrijders toegankelijk is. Voorts een aantal korte wandelingen waarbij het aanbevolen is om laarzen mee te nemen. In dit waterrijke gebied is het ook mogelijk om kanotochten te maken. Fietsroutes zijn er ook.

Veel activiteiten beginnen bij het bezoekerscentrum De Wieden, Beulakerpad 1, 8326 AH St. Jansklooster. Dat is ook per openbaar vervoer te bereiken. Neem de bus vanuit Zwolle, Meppel of Steenwijk via Zwartsluis naar Sint-Jansklooster. Uitstappen bij halte ’Provinciale weg’. Loop vervolgens het talud af en ga linksaf de Leeuwte in. Het eerste pad rechts is het Beulakerpad. Meer informatie: www.dewieden.nl of anders bij het bezoekerscentrum tel.: 0527-246644, e-mail: bcwieden@natuurmonumenten.nl.

De hier beschreven wandeling Kiersche Wijde begint bij de parkeerplaats aan de Lozedijk, een zijweg van de N375, die loopt tussen Wanneperveen en het gehucht Doosje. Het is mogelijk vanaf NS-station Meppel erheen te fietsen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden