wandelen / Verdwaald op de Mokerhei

De wandelrubriek bestaat vijftien jaar. Dat zijn 15 x 52 = 780 wandel- en fietstochten.

Op een mooie zaterdag in september stapte het echtpaar Koning in Apeldoorn op de trein om te gaan wandelen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Gewapend met een artikel dat ze uit Trouw hadden geknipt, namen ze in Haarlem de bus naar De Zilk om daar een aantal kilometers over het Hollands Kustpad te lopen. De redacteur van de krant had een week tevoren geschreven dat hij een ’paar gelukkige uren in de etalage van de Nederlandse kust’ had gewandeld en dat wilden Joke en Piet Koning ook wel eens meemaken. Ze waren geoefende wandelaars en de tocht sprak hen erg aan.

Er zat nog een mens of negen in de bus van Haarlem naar Den Haag en bijna allemaal stapten ze in De Zilk uit, met datzelfde krantenstukje – ook op zoek naar een paar gelukzalige uurtjes. Die hebben ze ook beleefd, want de route door de duinen en bossen was minstens zo mooi als de week ervóór en het weer ook.

Zo zal het zeker niet elk weekeinde gaan, maar de ervaringen van de Koningen (waarvan ze de redactie bericht gaven) staan niet op zichzelf. Nederland is bezig een wandelland te worden en de wandelrubriek in Trouw die deze maand vijftien jaar bestaat, heeft daar een steentje aan bijgedragen. Sinds mei 1992 vindt de lezer elke week in de zaterdagkrant een handreiking voor een wandel- of fietstocht in Nederland, en een enkele keer ook een route om te skeeleren of te schaatsen, te kanoën of zelfs per scootmobiel af te leggen. Een stukje in de krant om uit te knippen en als het zo uitkomt mee op stap te nemen. Dat is: 15 x 52 zaterdagen = 780 keer.

Nu is het maar de vraag of al die 780 routes nog steeds kunnen worden gevolgd. Van enkele weet ik uit mijn hoofd dat ze inmiddels zijn achterhaald. Door de tijd. Door de aanleg van een weg of een woonwijk. Door een boze boer die geen vreemd volk over zijn land wil en een hoog hek met prikkeldraad heeft opgericht. Door ProRail die half- of onbewaakte spoorwegovergangen sluit onder het mom van veiligheidsrisico’s, en door een gemeente die vanwege economisch gewin daarin meegaat (Vught). Door verandering van grondeigenaar. En zo zijn er nóg wel enkele oorzaken te bedenken. Soms beschreven wij in Trouw een route die een jachtopziener niet zinde. Eén keer liepen wij op de Mokerhei in de buurt van Nijmegen een wandeling van natuurmonumenten en lazen in de routebeschrijving dat we blauwe paaltjes moesten volgen. Dat was een groot probleem: we zagen alleen bruine paaltjes. Zelden dreigden we in Nederland zo op een dwaalspoor gezet te worden: de weg kwijt op de Mokerhei! Tot we met onze autosleutel over de bruine verf krabden en ontdekten dat er blauw onder zat. Een boswachter vond dat zo misstaan dat hij de paaltjes eigenhandig een natuurvriendelijker kleurtje had gegeven.

Het idee voor de wandel- en fietsrubriek borrelde op in het voorjaar van 1992. Met collega Hans Marijnissen wisselde ik enthousiast allerlei wandelervaringen in het buitenland uit. Ineens staken we elkaar aan: zouden we in Nederland ook niet iets dergelijks kunnen doen? En dan voor de krant. Nederland kreeg steeds meer vrije tijd. Wandelen en fietsen raakten in. Het Pieterpad begon populair te worden, er kwamen meer lange-afstandwandel- en fietsroutes. Plaatselijke VVV’s ontdekten schoorvoetend dat er meer bestond dan overnachtingsadressen en musea en gingen op zoek naar routes voor wandelaars en fietsers.

Twee andere collega’s, de fietsliefhebbers Agnes Amelink en Monic Slingerland, vingen onze ideeën op en binnen een mum van tijd zaten we met z’n vieren in de kantine om de tafel en na drie kwartier waren we er uit: op 9 juni verscheen het eerste fietsverhaal van Agnes uit de Alblasserwaard, een week later wandelde ik langs de Wijde Aa bij Hoogmade. Vrije dagen en weekeinden werden bestemd voor de tochten, tikken deden we in de baas z’n tijd. In de zomer wisselden wandelen en fietsen elkaar af, ’s winters bleven de fietsen op stal en werden er stadswandelingen gemaakt. „We zijn gewoon begonnen”, herinnert Agnes Amelink zich die begintijd. Zij was op dat moment eindredacteur van de bijlage Etcetera, we hadden de regie dus in eigen hand. Of de hoofdredactie er nog aan te pas is gekomen, we kunnen het niet zeggen. Wel hadden we het geluk dat Trouw sinds kort beschikte over een echte cartograaf, Nel de Vink. Zelf een fervent wandelaar voorzag zij het artikel van een routekaartje: niet zo gedetailleerd dat je er bijvoorbeeld in het bos de weg mee kon vinden, maar bedoeld om de lezer een idee te geven.

In feite is het stramien sinds 1992 gelijk gebleven. Elk jaar meldden collega’s zich vrijwillig om het land in te trekken. In het begin prikkelden wandelaars en fietsers elkaar. Wie fietst mist het gevoel voor het landschap, zeiden de wandelaars. Wie wandelt heeft zo’n kleine actieradius, was het weerwoord. Maar welke discipline op zaterdag ook aan bod komt, het gaat er altijd om een verhaal te vertellen over de omgeving waar gefietst of gewandeld is. „Wij recenseren in de verhalen het landschap”, omschrijft Hans Marijnissen de bedoeling van de rubriek.

Inmiddels zijn we vijftien jaar verder en zien we dat steeds meer kranten een wandel- en/of fietsrubriek zijn begonnen. Ieder doet het op zijne wijs. En in alle bescheidenheid kunnen we zeggen dat de verhalen in een grote behoefte voorzien. Kijk maar naar het verhaal van Piet en Joke Koning. Wat dat betreft heeft de rubriek nog genoeg tijd van leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden