Wandelen over de Wageningse boulevard van herinneringen

Op het gras scharrelt een grote lijster. Met zijn snavel zoekt de vogel naar wormen. Tenminste, dat neem ik aan. Een echt grasveld is het veld overigens niet te noemen - het is eerder een tapijt van madeliefjes en paardebloemen. Een fleurig tapijt, dat wel. Hier moet ooit gehuild zijn zoals in Veendam, Haarlem, Apeldoorn en Roosendaal. Waar nu een grote lijster scharrelt, vielen ooit dromen in duigen, of kwamen jongensboeken tot leven. Van die boeken waarin het uiteindelijk alijd goedkomt. Waarin dat ene talentje uiteindelijk de wereldtop haalt.

In Wageningen kwam het niet goed. In 1992 ging de plaatselijke voetbalclub failliet. Twintig jaar later zijn de contouren van de Wageningse Berg - het illustere stadion waarin de FC speelde - nog altijd zichtbaar. Vier rijzige masten kijken vanaf de hoeken op het veld, de hoofden licht gebogen. Onder de tribune wonen krakers. Om niet nat te worden hebben ze het dak, daar waar vroeger de supporters op houten bankjes zaten, met landbouwzeil waterdicht gemaakt. En aan de overkant van het veld staan nog twee dug-outs te wachten op spelers, die er - net onder het maaiveld - hun veters komen strikken. Ze wachten al ruim twintig jaar. Een rondgang door het stadionnetje zorgt voor een verhoogde slag van het nostalgische hart. De vervallen tribunes. Het scorebord dat in de jaren tachtig vast futuristisch was. Alles is er nog: in verregaande staat van ontbinding weliswaar, maar toch. Eén gebouwtje functioneert nog. Er is een bar en aan de muur hangt een levensgrote foto van hoe het vroeger was. Daar komen oud-spelers eens per week samen. Om te spreken over vroeger tijden. Over de tijden van FC Wageningen. Hoe onneembaar de vesting ooit was, tot een fax van de KNVB binnenrolde. De club ging in 1992 failliet; het stadion aan de Generaal Foulkesweg 108 is de enig overgebleven herinnering aan die tijd.

Afgelopen week was ik er te gast, op uitnodiging van een groep studenten die dromen van een carrière in de sportjournalistiek. Vooraf liepen we rond het veld, lieten we ons even meeslepen in de melancholie van het oude voetbalbolwerk. Direct dreven de gedachten af naar Veendam en AGOVV, clubs die afgelopen jaar uit het betaald voetbal verdwenen. Er werden acties op touw gezet om de clubs te redden. Oud-voetballers, bestuurders en sponsoren mochten zelfs op televisie vertellen hoe jammer het wel niet zou zijn als juist hun club naar de gallemiezen ging. Dat mocht nooit gebeuren. Maar de clubs gingen toch, net als eerder Haarlem en RBC en in een verder verleden FC Zeeland en Wageningen. Geen houden aan in deze tijden van crisis.

In Wageningen hebben ze zich er inmiddels wel bij neergelegd. Wekelijks praten de coryfeeën van weleer nog over hun heldendaden van lang geleden. Daar blijft het bij. Het moet een schrale troost zijn voor de supporters in Veendam, Haarlem, Apeldoorn en Roosendaal. Maar eens, als het eerste verdriet is weggeslikt, wordt een loopje door een bouwvallig stadion een wandeling over de boulevard van herinneringen. Wint de nostalgie het van de emotie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden