Wandelen op de boulevard om te overleven

De Boulevard van de Revolutie, zeg maar de Champs Elysées van Belgrado, was ooit de trots van de Joegoslavische stedenbouwkundigen. Nu is dit antwoord aan Parijs misschien wel de langste zwarte markt van Europa. De sancties en de ineenstorting van de Servische economie hebben er één grote Turkse bazaar van gemaakt. Zorgeloos flaneren onder de eikenbomen is er niet meer bij. Wie er wandelt, doet dat om te overleven.

Vierbaans breed, met aan beide zijden een tramlijn, klimt de kaarsrechte Bulevar Revolucije vanaf het stadscentrum over een lengte van vier kilometer op tegen de Zvezdara, een heuvel in het oosten van Belgrado. Dagelijks schuifelen tienduizenden mensen langs de meer dan 600 kraampjes, stalletjes en kiosken. Wat de halfcommunistische Servische staat niet meer kan - zorgen voor een voldoende aanbod van goedkoop voedsel en kleine consumptiegoederen - doet de Boulevard.

Voor half Belgrado is de straat het centrum van de wereld. Serviërs die wat op de markt wilden bijverdienen konden voorheen naar Hongarije of Roemenie reizen om inkopen te doen. Niemand kan dat meer betalen. Hongaren, Roemenen en Chinezen brengen nu de marktwaar naar de stad.

Mirsad Selmanovic, een veertigjarige moslim die op straat staat met cassettebandjes, batterijen, potloden en tandpasta, gaat een paar keer per week 's ochtends met de metro naar een distributiepunt in de voorstad Pancevo. Vroeger zette hij meer om dan nu: ,,De situatie wordt erger en erger. Niemand heeft geld.'' Hij verdient een paar gulden per dag. ,,Hier kan je niet leven, alleen stelen.'' Mirsad werd geboren in het Oost-Bosnische Foca, een stad die door het Bosnisch-Servische leger van generaal Mladic is ingenomen. ,,Het stinkt daar. Veel mensen zijn vermoord'', zegt hij. Een van zijn broers is vermist. Op de Boulevard, waar ook veel Slavisch sprekende islamieten uit Kosovo (Goranci) hun brood proberen te verdienen, is volgens hem de verhouding tussen Serviërs en moslims geen probleem. ,,We hebben andere dingen aan ons hoofd.'' Hij heeft een open sollicitatiebrief aan zijn broer in Duitsland gestuurd. Deze staat als het goed is inmiddels op Internet. Hij hoopt op een reactie, het maakt niet uit waarvandaan. ,,Mijn vriendin en ik willen overal wel werken.''

Op de Boulevard rijden aftandse trolleybussen met kapotte ruiten en grote roestgaten. Ze zitten propvol buitenwijkbewoners. De kleine Zastava's, Yugo's, Lada's en de afdankers uit het Westen die in dikke wolken uitlaatgas voorbijrazen hebben er gemiddeld twaalf jaar dienst opzitten. Veel wagens staan stil omdat de benzineprijzen de pan uitrijzen of omdat de eigenaren de nodige reparaties niet kunnen betalen. Een deel van het op de Boulevard geparkeerde wagenpark dient als marktkraam. Stropdassen, kindersokken, theeserviezen, bh's, nagellak, van alles ligt er op de motorkappen.

Hier is geen sprake van volgeladen winkelwagentjes. Onder Milosevic leerden de Serviers boodschappen te doen met enkele tientallen dubbeltjes in de knip. De één loopt met drie flessen bier in een mandje en een brood onder de arm, de ander brengt een slof goedkope Macedonische Drina-sigaretten en honderd gram koffie naar huis. Steeds meer mensen verdienen een inkomen met de verkoop van landbouwproducten. De econoom Djinkic van de G17-groep noemt dat de 'Afrikanisering' van de Servische economie.

De waarde van de dinar - 'zwarte' koers - is nog geen negen cent. Het gemiddelde inkomen van de werkende bevolking is 1300 dinar per maand, terwijl gepensioneerden en werklozen het met nog veel minder moeten doen. Vroeger bedelden alleen de zigeuners. De laatste jaren zetten steeds vaker bejaarde Serviers hun trots opzij en vragen om een aalmoes.

Milan - ,,laat mijn achternaam maar weg'' - is een 48-jarige Serviër die 22 jaar in het Noord-Brabantse Waalwijk heeft gewoond. Vorig jaar zei hij Nederland vaarwel, onder andere omdat hij het ,,gespuug op de Joegoslavische regering'' zat was. Hij wil in Belgrado een groothandel in kinderspeelgoed beginnen. Zijn ouders krijgen 1 100 dinar per maand binnen. ,,Het is niks'', zegt hij. De elektriciteitsrekening beloopt al gauw 500 dinar per maand, de huur van een flat 200, tomaten zijn 12 tot 15 dinar per kilo, vlees 70 dinar. ,,Toch lukt het hen rond te komen. Omdat het sociaal contact tussen de mensen hier veel hechter is dan in Nederland.''

Toen de Servische Vernieuwingsbeweging (SPO) van Vuk Draskovic twee jaar geleden het bestuur van Belgrado in handen kreeg, werd de Boulevard omgedoopt in Koning Aleksander, de naam van voor de tweede wereldoorlog. Over deze kwestie is de stad in conflict met de Servische regering, die de wijziging niet wil erkennen en vasthoudt aan de communistische naam.

Het gedrag van de politie is sinds de machtsovername van de SPO in Belgrado wel veranderd. Agenten pleegden regelmatig handelswaar in beslag te nemen om de spullen aan 'bevriende' winkeliers te verkopen, maar daar is een einde aan gekomen. Al verdwijnt er volgens sommigen nog steeds veel geld in de zakken van de politie via smeergeld en de vele boetes die worden uitgedeeld.

Officieel is het verboden om sigaretten buiten de kiosken te verkopen. Ook geld wisselen op straat (Duitse marken voor dinars) is strafbaar. Groepjes van twee of drie geldwisselaars hebben afspraken gemaakt om elkaar te waarschuwen als er geuniformeerde agenten of 'stillen' naderen. ,,De grotere jongens gebruiken mobiele telefoons en piepers'', weet Nescafé- en frisdrankverkoper Dragan Petrovic (26). Voor de oorlog in Kosovo was de illegale geldhandel in handen van Albanezen, maar die zijn verdwenen. Dragan wisselt niet en doet ook niet in sigaretten. ,,Dan kun je niks anders verkopen. Je hebt al je aandacht nodig voor de politie.''

Oudere mensen uit Belgrado met net genoeg geld om in de gewone winkels inkopen te doen, hebben de veranderingen op de Boulevard met lede ogen aangezien. ,,Het was onze Champs Elysées, maar vanaf '91 is het een smerige en stinkende straat geworden. Wat was de Boulevard mooi toen Tito nog leefde'', verzucht een 53-jarige wiskundelerares.

Een van de opvallendste verschijningen is de straatartiest Zjika. De in een knalgeel pak gestoken en met een gele hoed getooide potsenmaker staat bekend als de mascotte van Belgrado. 's Middags is hij te vinden op de Boulevard, 's avonds vertoont hij zijn kunsten in de binnenstad. Ter plekke improviseert hij de teksten van zijn liedjes. ,,Holland is groen'', dicht Zjika. ,,Ik hou van jullie groen, ik kus jullie groen, groen verfrist de wereld!'' Hij geeft een riedel weg op zijn fluit en verdwijnt in de menigte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden