Wandelen in de punt van Cornwall

Eindeloze wandelpaden langs wilde natuur en eeuwenoud erfgoed en altijd de ruisende zee, de zilte geur, het licht. Penwith is pure weelde.

"Battle's got everything", zei een opdringerige vrouw ooit tegen me. Ik moest en zou naar Battle, in Kent, want zij had daar een pension en er was geen mooiere stad op aarde. Tot nu toe heb ik Battle hartgrondig gemeden. Maar als ik mezelf nu over Cornwall hoor praten, voel ik me ook wat 'pushy'.

Dit jaar mochten we, anders dan bij een eerder bezoek aan Cornwall, luxe. Dus per vliegtuig naar Exeter, en dan in een huurauto naar een huurhuis. Vanaf Devon zoefden we zorgeloos door oneindig glooiend groen naar onze via internet gevonden cottage op Trewinnard Manor Farm.

In Cornwall zijn heel veel vakantiehuizen te huur. Wij vonden toevallig deze ene in het hart van Penwith, de meest westelijke uitstulping van het schiereiland. De cottage hoort bij een boerennederzetting uit de vroege Middeleeuwen, in 1967 gekocht door Sir John Nott. Hij was minister van Defensie onder Thatcher, ontdekten we, maar verder merk je daar niets van. Meestal verblijft hij in een van zijn huizen in Londen, Nice of Slovenië. De familie Nott onderhoudt het landgoed met liefde, zonder tuttige tierlantijnen. In VVV-taal zou je het 'authentiek en smaakvol comfort' noemen.

In Engeland moet je geluk hebben met het weer, ook als je in een huisje zit. Maar hoe dichter bij de kust, hoe eerder de bui overwaait. Onze eerste wandeling, over de heide bij Bosullow, begint met een miezerig regentje waarvoor je je regenpak niet wilt uitvouwen. Totdat de natte mist bijna massief wordt. Het waterafstotende wandelboekje 'Cornwall' uit de beproefde reeks Pathfinder Guides, stuurt ons na een kilometer of zes via een menhir uit de Bronstijd naar het vervallen machinehuis van een tinmijn, ook alweer tachtig jaar dicht. Het silhouet met de schoorsteen is mooi van treurigheid. We kunnen er niet schuilen, want ijverige beambten van 'Health & Safety' hebben de poorten dichtgetimmerd.

Nu, begin mei, zijn de wilde narcissen nauwelijks verwelkt of de bleekgele primula's (cowslips) en paarsblauwe sterhyacinten (bluebells) rukken op, in hordes. Op de terugweg van de volgende wandeling, over het South West Coast Path bij Lamorna, waden we door zeeën van das-look met frisse uienwalm. Even later snuiven we de zoete cocosgeur van woekerende brem op. Je hoeft niet van tuinen te houden om vrolijk te worden van het felle geel op de hellingen.

We treuzelen in en om grijze kerkjes, stuiten af ten toe op een plakkerige tearoom met zelfgebakken carrotcake of Cornish 'pasties' (spreek uit 'peesties'). De fameuze pasteitjes zijn van dik taartdeeg, zo groot als een damestasje, zo zwaar als een stoeptegel. We kopen er een met groenten en lokaal gevangen krab op de bazaar in de Methodist Church van St. Erth. Een halve pasty stilt de hele avondhonger.

Op de volgende wandeling, die langs Land's End voert, is het warm. Het rotspad gaat in bevredigend ritme omhoog en weer omlaag; vanaf zee blaast een frisse bries. Ik raak zo gebiologeerd door de golven die ver beneden me tegen een roestig scheepswrak slaan, dat ik een graspol over het hoofd zie en struikel. Nog net beland ik op het pad zelf. Direct klinkt het streng: "Stop and look!" De oprecht woedende nordic wandelaarster die ons tegemoet komt, heeft gelijk. Ik moet stilstaan en dan pas kijken.

Zo brokkelig als de kustpaden zijn, zo zacht verend - soms drassig - zijn de paden in het binnenland, vaak over andermans weilanden en boerenerven. Beducht als ik ben voor waakhonden, gebruik ik mijn reisgenote als menselijk schild. Meestal is dat overbodig, want de honden zijn steeds goed opgevoed. Zelf kan ik een keer de held spelen als het public footpath door een wei met jonge stieren leidt. Rustig recht doorlopen.

Het platteland van Groot-Brittannië heeft één groot nadeel: het openbaar vervoer is schaars. En fietsen is hachelijk, zelfs met helm, al neemt het aantal (smalle) fietspaden toe. Lopen is het beste. De radicale beweging The Ramblers zorgt gelukkig voor het behoud van vaak eeuwenoud recht van overpad. Als je maar tijd genoeg had, zou je in dit land bijna alles te voet kunnen doen. Meestal kom je op de paden letterlijk en figuurlijk geen hond tegen.

Op dag zes zien we een landeigenaar. Hij slaat een paaltje in de omheining waar wij door moeten. Op mijn vraag of er stieren lopen tussen het vee in de verte, bijt hij me toe: "Je denkt toch zeker niet dat ik daar straffeloos een stier kan laten grazen?" Gauw kruipen we onder het stroomdraad door, om in een rechte lijn over te steken naar het gat in de heg aan de andere kant van het hobbelige weiland. En daar hangt een keurige handgeschreven instructie over hoe je het plastic handvat van de elektrisch geladen afrastering moet loshaken zonder een schok te krijgen. Fideel van de landeigenaar.

De kerk van Zennor komt in zicht. Het is een sport geworden om in muren en ramen de bouwkundige stijlen te herkennen, de overblijfselen van tijdens de Reformatie gesloopte heiligdommen, oude deurtjes, 'Norman' doopvonten, grafmonumenten. Soms stuit je op een kerk die niet al te erg is verkitscht door de Victorianen, in Breage bijvoorbeeld of het kleine kerkje St Levan. Hoe armer het dorp, hoe meer kans dat de negentiende-eeuwse renovatiedrift is overgewaaid.

En aldoor is vlakbij de zee, dat fabelachtige blauw en groen, het water zo helder dat je vanaf de klippen de bodem kunt zien. Er komen hier zeehonden en dolfijnen voor, maar ook 'basking sharks', reuzenhaaien, volgens het woordenboek.

Dat laatste hoeft je er niet van te weerhouden om na een lange dag wandelen af te dalen in een doodstille zandbaai en in de golven te duiken.

Helaas, de enige dag waarop het echt heet is, komen wij bovenaan een baai waar het pad is ingestort. Het South West Coast Path wordt landinwaarts omgeleid, keurig bewegwijzerd natuurlijk, over een ander mooi voetpad.

Niets te klagen.

In Engeland moet je geluk hebben met het weer, ook als je in een huisje zit. Maar hoe dichter bij de kust, hoe eerder de bui overwaait

Cornwall
Het graafschap Cornwall is van oorsprong Keltisch, net als Wales, Schotland en Ierland. De taal, het Cornish, is het meest verwant aan Welsh en Bretons, en beleeft een lichte revival in het onderwijs. 'Cornwall' heeft niets te maken met muren, graan of likdoorns: 'Cornwalas' was in het oud-Engels de 'corn', de hoornvormige landengte waar de 'walas' leefden. Walas betekent vreemdelingen; ironisch genoeg waren zij de oorspronkelijke bewoners van de Britse eilanden. De 'walas' - ook verwant aan 'welsh' - werden verjaagd naar de gebieden die zich nu nog Keltisch noemen.

Eeuwenlang was Cornwall rijk door de visserij en de tin- en kopermijnen. Die bronnen van bestaan zijn vrijwel ter ziele. Toerisme is nu de grootste bron van inkomsten. Cornwall doet dan ook veel moeite om het iedereen naar de zin te maken, met muziek- en bierfestivals, surfscholen, golfbanen en gelukkig een overvloed aan ruimte, inclusief strand.

Voor wie niet genoeg aan de natuur heeft en meer wil dan oude kerkjes of industrieel erfgoed, is er kunst.

St. Ives heeft galerieën en een mooi museum, Tate St. Ives, filiaal van Tate Britain, in een schitterend licht gebouw. De kustplaats met 'pittoreske' haven trekt van oudsher schilders. Ook andere kunstenaars, zoals Virginia Woolf die hier als kind in de zomer was, lieten sporen na. Op zon- en feestdagen kan St.Ives een Zandvoort-gevoel oproepen.

Voor meer informatie, ook over cottages, campings, stacaravans en bed&breakfast, zie:

www.visit-westcornwall.com

En aldoor is vlakbij de zee, dat fabelachtige blauw en groen, het water zo helder dat je vanaf de klippen de bodem kunt zien

Wandelen in Groot-Brittannië
De groeiende reeks 'Pathfinder Guides' van Crimson is handig op wandelvakantie in Groot-Brittannië, en ook geschikt voor voorpret. Ze bieden korte, middellange en langere 'circular' wandelingen met perfecte stafkaartjes en beschrijvingen, variërend van 2,5 tot 6 uur kuieren, in een uitgekiende afwisseling van cultureel en landschappelijk schoon. Af en toe blijkt een pad of wegwijzer overwoekerd - dan kun je romantisch verdwalen. Een kompas is handig, vooral bij mist. In de routes zijn ook grote stukken opgenomen van bekende paden, in dit geval het South West Coast Path (SWCP). Groot-Brittannië wemelt van de openbare voet- en ruiterpaden (bridlepaths). Zelf een route uitstippelen doe je in Penwith met kaart 102 uit de reeks 'Explorer Maps' van de organisatie Ordnance Survey. Zie ook: www.swcp.org.uk www.crimsonpublishing.co.uk en www.ordnancesurveyleisure.co.uk

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden