wandelen / Heilige huisjes zijn er nog genoeg te vinden in het ’vrome’ Maastricht.

Maastricht was sinds de komst van Sint Servaas als bisschop in de 4de eeuw na Christus een godvruchtige stad. Het Capitool van Limburg grossierde in kerken en kloosters, kapellen en kruisen. Monniken en nonnen van allerlei pluimage bevolkten de stad bij de vleet. In de Franse tijd liepen de aantallen onder druk van de overheid fors terug. Bertus Aafjes dacht in 1958 nog dat de vroomheid van Maastricht er best mocht zijn.

Maar de rest van Nederland,

van Maastricht tot aan het strand,

dobbelde nog onverdroten,

dronk het gerstebier bij sloten;

hieruit valt dus af te leiden:

dit deel was nog altijd heiden.

Maar de secularisatie liet ook Maastricht niet onberoerd, zoals te zien is aan de verdwenen ordes en gesloten kerken.

Toch zijn lang niet alle heilige huisjes van Maastricht omvergehaald. In de stad zijn overal sporen terug te vinden van het religieuze temperament dat met de komst van Sint Servaas was ontstaan. Er zijn nog kerken en kapellen genoeg in de binnenstad; ook hangen er nog volop Christusfiguren en heiligenbeelden aan de muren. Er is zelfs een wandeling langs heilige huisjes – twee uur durend volgens de samenstellers, die daarbij geen rekening hielden met het verlangen naar een gerstebiertje of een andere spirituele drank onderweg.

Vanuit Centre Céramique, het culturele centrum op de oostelijke oever, staan we al snel voor het voormalige Sint Gilleshospitaal, genoemd naar een kluizenaar die in het bos waar hij leefde probeerde een hert te beschermen tegen jagers en daarbij zelf gewond raakte. De beeltenis van St. Gilles met hert en pijl hangt boven de ingang. Even verder staat de deur van de Sint Martinuskerk open. Binnen hangt de Zwarte Christus, waarover de legende vertelt dat een aanzienlijk man uit de buurt van Maastricht op zijn reis naar het Heilige Land bij het graf van Christus een noot opraapte en meenam voor zijn dochter Anna. Die plantte de noot. De boom die eruit groeide, werd getroffen door de bliksem, waarna een zwart Christusbeeld zichtbaar werd. Dat was voor Anna een teken om in te treden bij de Witte Vrouwen. Na de nodige omzwervingen belandde het beeld hier in de kerk, waar een tafereel aan gewijd is.

We steken de Maas over via de Sint Servaasbrug en passeren beelden van St. Lucas en St. Nicolaas op de gevel van In den Steenen Bergh en van St. Bernardus in een hoeknis aan de straat die naar hem vernoemd is. Dan lopen we een echt heilig huis binnen: de Onze Lieve Vrouwekerk, met een beeld uit de 15de eeuw van Maria waar iedere dag talloze gelovigen – en menig minder gelovige – een kaarsje aansteken bij het beeld van Maria en dat van St. Christoffel. Over de laatste gaat de legende dat je niet kunt sterven op de dag dat je hem ziet, een reden waarom zijn beeld meteen bij de ingang van de kerk staat.

In het vervolg van de route passeren we de beelden Sint Lambertus, de enige Maastrichtse bisschop die ook in de stad geboren is en uiteindelijk om het leven kwam door toedoen van een hofmeier, die wraak nam voor de berisping over zijn overspel, en Sint Amor, alweer een kluizenaar die stierf op pelgrimstocht naar het graf van Sint Servaas.

En dan is daar het Vrijthof, het bekendste plein van Maastricht (maar niet het mooiste: dat is het OLV-plein, zeker in de zomer). Links piekt de roodgekleurde toren van de St. Jan, die niet tot de heilige huisjes van Maastricht wordt gerekend, omdat de protestanten erin huizen – een weinig oecumenische redenering. En rechts glorieert de basiliek van Sint Servaas. Voordat we de ingang bereiken, zien we eerst het Bergportaal met een hele serie heiligen, het duo Monulfus en Gondulfus, bisschoppen die de basiliek hebben gebouwd. De grafkapel van Sint Servaas is vrij toegankelijk voor gebed, de kerk kan om veiligheidsredenen alleen bezocht worden via de schatkamer met de relikwieën van de heilige, die Maastricht beroemd en rijk heeft gemaakt. Ook de bron die hij ooit sloeg is nog te zien, al wordt de fontein nu gevoed door leidingwater.

Busladingen pelgrims worden dagelijks aangevoerd om de heilige in zijn crypte te vereren en daarna de horeca en de winkels te bezoeken. Sinds 1391 wordt elke zeven jaar een heiligdomsvaart gehouden en gaat de noodkist met de botjes van Servaas rond door de stad.

Zo’n enorme aandacht krijgen de kerken van de Dominicanen of St. Matthias niet. De Preekheren waren felle donders, door de protestanten uitgemaakt voor de Domini Canes (honden van de Heer); hun kerk is de oudste gotische kerk van ons land, voorzien van fraaie schilderingen. Tussen beide kerken passeren we een kruisbeeld voorzien van een tekst in het Maastrichts: ’Wie jou meer liefheeft dan ik, houd daar gerust meer van dan van mij’. Die tekst moesten mannen uit de buurt zonder haperen opzeggen als ze uit het café kwamen; anders werden ze er thuis niet ingelaten. Via de patronen van de schoenmakers, Crispinus en Crispinianus, de patroon van de verloren voorwerpen Antonius en heilige van de bierbrouwers Arnoldus, raken we zo’n beetje aan het einde van de wandeling. En nu dat gerstebier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden