Wandelen door het land van Erasmus

Vijftien wandelaars doorkruisten met de Lof der Zotheid onder hun arm de Krimpenerwaard. Op zoek naar de ziel van Erasmus in het Zuid-Hollandse polderlandschap.

Laag vliegt de grutto zijn rondjes over het weiland, steeds terugkerend naar dezelfde plek in het gras. Een tafereel van onbekommerd geluk. Of is het onbezonnen dwaasheid? Erasmus zou vermoedelijk de vogel hoger hebben geacht dan de beschouwer. Immers, zo schrijft hij in zijn ’Lof der Zotheid’: ,,Zo zijn ook die mensen verreweg het gelukkigst wie het vergund was zich geheel te onthouden van alle verkeer met de wetenschappen en alleen de natuur als leidsvrouw te volgen.”

De mens is dwaas, weet Desiderius Erasmus (1469-1536), want ,,hij zal zelfs het schoonste paard ongelukkig noemen omdat het geen spraakkunst geleerd heeft en geen koeken eet, de stier ongelukkig omdat hij ongeschikt is voor de gymnastiek.” Een groep van zo’n vijftien wandelaars doorklieft deze zaterdag het polderlandschap van de Krimpenerwaard, nieuwsgierig naar de zieleroerselen van Rotterdams grootste zoon.

Al wandelend wordt gereciteerd uit ’De Lof der Zotheid’, vermoedelijk het meest gelezen boek uit het begin van de zestiende eeuw en nu weer volop in de belangstelling vanwege het thema van de Boekenweek, dat op Erasmus geënt is.

De Krimpenerwaard was voor Erasmus vertrouwd gebied, want als jongeman woonde hij enkele jaren in het Augustijnerklooster in Stein bij Haastrecht. Van dat klooster is niets meer over. Nog wel in tact is het nabijgelegen St. Gabriëlklooster. Om in de sfeer van de theoloog en priester Erasmus te blijven is dit klooster gekozen als eindpunt van de 33 kilometer lange tocht, die eerder die dag was begonnen bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Daar verzamelt zich rond het ochtendgloren een bont gezelschap: enkele studenten, twee verpleegkundigen van het Erasmus Medisch Centrum en een voormalig perschef van een multinational. Gids is de katholieke studentenpastor van de universiteit, Mark-Robin Hoogland. Zijn liefde voor Erasmus ving aan toen hij ontdekte dat hij precies vijfhonderd jaar na de middeleeuwse wetenschapper was geboren, in 1969. ,,Toen ik mij in zijn werk begon te verdiepen, werd ik geraakt door zijn zoektocht naar waarachtigheid, waarbij Erasmus de menselijkheid altijd hoog in het vaandel hield.”

Wat hem niet belette om in ’Lof der Zotheid’ op vileine toon de spot te drijven met de dwaasheid van prinsen en bisschoppen. Erasmus onderscheidt drie soorten zotheid: die van de massa, die van de zelfingenomenen, en de goddelijke dwaasheid, die in de ogen van de filosoof uiteindelijk de enige wijsheid is. Een prachtig boek, vindt Hoogland, want het gaat over onszelf. ,,We zijn soms de koning, soms de priester of de koopman.”

De studentenpastor begint deze ochtend met de koopman. ,,Het allerzotste en gemeenste slag mensen daar zij het allergemeenste beroep uitoefenen en dat wel op de gemeenste wijze”, citeert hij Erasmus. “Alhoewel zij bij elke gelegenheid liegen, vals zweren, stelen, bedriegen en zwendelen houden zij toch hun stand voor de hoogste, op grond hiervan dat zij aan alle vingers gouden ringen dragen.”

In de groep voelt niemand zich vooralsnog persoonlijk aangesproken. De gepensioneerde perschef van de multinational acht, evenals Erasmus, waarheid het hoogste goed. ,,Als er in ons bedrijf iets misging, brachten we dat zelf naar buiten. We wachtten niet totdat de kranten ons gingen bellen.” Zo ziet pastor Hoogland het graag: al kuierend reflecteren op het leven, een soort pelgrimage à la de Canterbury Tales.

,,Het wezenlijke van een pelgrimstocht is het onderweg zijn naar een doel. Maar de weg op zich is ook een doel”, meent Hoogland. ’’Je komt tot rust, je bezint je en hebt aandacht voor elkaar.” De pelgrims van de Canterbury Tales bespraken gevarieerde thema’s als verraad, gierigheid en overspel, maar zó spannend gaat het er in de Erasmus-wandelgroep niet aan toe. De één praat over de Vierdaagse waarop hij zich voorbereidt, de ander over de Rotterdamse marathon en de derde geeft te kennen dat hij gewoon voor zijn plezier mee wandelt.

Als het gezelschap eenmaal de Hollandsche IJssel is overgestoken doet langzamerhand de landelijke rust zijn intrede. Weg uit de stedelijke drukte wandelt de groep door het bekoorlijke landschap van het Loetbos, waar de tureluur vrolijk kwinkeleert en de eerste lammeren hun bleke huid tonen aan de voorjaarszon. Het is weer tijd voor een Erasmus-voordracht. Dit keer wordt de wetenschapper over de hekel gehaald. ,,Het zoetste deel van zijn leven heeft hij door aanhoudend waken, zorgen en zweten bedorven en zelfs in zijn overig leven heeft hij geen ziertje genot gesmaakt, altijd zuinig, arm, met een zwart en bars gezicht, jegens zichzelf onrechtvaardig en hard, bij anderen onaangenaam en gehaat.”

Hoogland, zelf gepromoveerd in de theologie, legt uit dat Erasmus hiermee vooral wil zeggen dat de mens van het leven moet genieten. ,,Ofschoon hij er een sober bestaan op nahield, gaf hij om de mooie dingen van het leven. Je moest bij Erasmus niet aankomen met protestantse wijsheden als: wie hard werkt, is een goed mens.”

Toch probeerden navolgers van Luther Erasmus voor hun karretje te spannen. De voortreffelijke satiricus die zo tekeer ging tegen de spilzucht van paus en bisschoppen (‘Zij hebben een lekker leventje, terwijl zij zich vet mesten. De zorg voor hun schapen laten zij aan Christus zelf over of zij dragen haar op aan de broeders’) moést wel uit de kerk treden. Een groot misverstand, denkt Hoogland. ,,Met Luther was Erasmus van menig dat het in de kerk te veel draaide om uiterlijke zaken. Hij wilde dat Rome terugkeerde naar de bijbelse bronnen, maar was absoluut niet van plan de kerk te verlaten. Daarvoor was hij te overtuigd katholiek, ofschoon hij als denker altijd onafhankelijk wilde blijven. De kardinaalsmuts, hem aangeboden door paus Paulus III, heeft hij om die reden geweigerd.”

Ook annexatie door Verlichtingsdenkers, tijdens de Boekenweek bekritiseerd door bijzonder hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de EUR, Hans Trapman, acht de studentenpastor ongepast. ,,Erasmus stelde als theoloog weliswaar de mens centraal, maar de claim die humanisten in latere eeuwen op zijn literaire nalatenschap hebben gelegd, is niet terecht. Humanisme los van geloof, zoals wij dat nu kennen, bestond in Erasmus’ tijd nog helemaal niet. Erasmus heeft altijd in de Rooms-Katholieke traditie willen staan.”

De kerk was Erasmus tijdens zijn leven genadig omdat ook paus en bisschoppen genoten van de schoonheid van zijn Latijnse proza. Bovendien wist het episcopaat hoe geliefd de schrijver was onder het geletterde publiek. Pas na zijn dood werd ’Lof der Zotheid’ op de index geplaatst.

Inmiddels is de wandelclub gearriveerd bij Berkenwoude waar de studentenpastor Erasmus’ visie op juristen voordraagt: ,,Door duizend wetten in één adem samen te flansen, onverschillig omtrent welk onderwerp; door verklaringen op verklaringen, zienswijzen op zienswijzen te stapelen, maken zij dat de beoefening van dat vak voor het allermoeilijkste doorgaat.”

Een meewandelende juriste, werkzaam aan de EUR, meent dat dergelijke teksten bescheiden maken. ,,Maar, om een echte juridisch reactie te geven: het is maar vanuit welke invalshoek je het bekijkt.”

Het klooster van Haastrecht, tevens woonstee van Hoogland, gloort aan de einder. Daar wacht de deelnemers als beloning een bord erwtensoep. De studentenpastor is tevreden over deze eerste Erasmus-pelgrimage. ,,Ik ga hier een jaarlijkse traditie van maken”, besluit hij. Dat Erasmus ook pelgrimstochten een vorm van dwaasheid vond, kan Hoogland eventjes niets schelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden