Wandelen als kunst

Wandelen als landart door Richard Long (\N)

Wat gebeurt er eigenlijk als je wandelt? Land Art-kunstenaar Richard Long laat zien dat zo’n eenvoudige handeling tot grootse ideeën kan leiden.

Tot de bomen en weer terug. In één rechte lijn liep Richard Long in 1967 door een Engels weiland, heen en weer. Daarna heeft de wandelaar zich omgedraaid en een foto gemaakt van zijn zelfgemaakte pad. ’A Line Made by Walking’ is nu alleen nog maar te zien op die zwart-witfoto: een symmetrische en zakelijke getuige. Het project werd het eerste uit een lange serie kunstwerken die Long sindsdien heeft gewijd aan het wandelen. Niet, zoals gebruikelijk is in de kunstgeschiedenis, met het landschap, het mooie uitzicht of de natuur als hoofdonderwerp. Het is het wandelen zélf dat Long tot kunstwerk maakt: een voettocht in de Andes, de Himalaya, in Afrika, en ommetjes rond zijn eigen huis in Dartmoor, Engeland. Wat gebeurt er eigenlijk, als je wandelt? Is elke wandeling anders? En hoe kan het dat zo’n eenvoudige handeling soms tot zulke grootse ideeën kan leiden? ’Heaven and Earth’ heet de bijzondere tentoonstelling in Tate Britain, Londen, waarmee Long door zijn kunst die vragen probeert te beantwoorden.

De kunst van Richard Long (geboren in 1945) valt binnen de ’Land Art’, een stroming ontstaan in de jaren zestig met kunstenaars als Robert Smithson en Richard Morris, die niet de representatie van de aarde, maar de aarde zelf centraal stelden, en kunst maakten die niet voor het museum was bedoeld, maar voor de hele samenleving. Het bekendste werk is ’Spiral Jetty’ van Smithson, een grote spiraal van stenen in een meer. Land Art is in musea meestal vertegenwoordigd in foto’s of andere documentatie; het landschap zelf kan immers niet het museum in. Long maakte om dat probleem te omzeilen in de jaren tachtig een serie werken in natuursteen: stenen van specifieke plaatsen in min of meer dezelfde grootte die hij op de museumvloer in cirkels rangschikt. Deze abstracte driedimensionale werken zijn voor de toevallige museumbezoeker zonder toelichting nog steeds moeilijk te begrijpen.

De tentoonstelling in Tate Britain begint daarom met de ’platte’ werken: documentatie en teksten die Long maakte voor zijn boeken of zelfs speciaal voor deze tentoonstelling. In de eerste zaal hangen tegenover elkaar twee enorme vierkante vellen zwart papier. Natte bruine klei is met de hand op het papier gesmeerd en gesmeten: de klodders zitten ook op de witte museummuur en op de grond. Het zijn twee levensgrote I-Tjing-karakters: ’hemel’ of ’het scheppende’ (zes horizontale lijnen) en ’aarde’, of ’het ontvangende’ (dezelfde lijnen, maar onderbroken in het midden). ’Deze twee karakters verbeelden de tegenstellingen en balans die zowel in de natuur als in mijn werk terugkomt’, schrijft Long als verklaring. De onderbreking in het tweede karakter rijmt precies met de lijnen die Long in zijn wandelingen aanbrengt op de grond.

Dankzij de toelichting van de kunstenaar, in elke zaal groot op de muur geprint (en die gelukkig niet in een audiotour moet worden afgeluisterd) is het de samenstellers van de expositie gelukt de op het eerste gezicht theoretische en onpersoonlijke documenten een begrijpelijke context te geven. De kunstenaar wandelt met de bezoeker mee zonder zelf op de voorgrond te komen.

In zijn wandelingen onderzocht Long de relatie tussen tijd, afstand, geografie en afmetingen, zo schrijft hij zelf. Op een landkaart is de ruimte binnen een keurige cirkel gevuld met pijltjes in variërende richtingen als indicatie van de windrichting, ’Circle of Autumn Winds’ heet het – de titels van de kunstwerken zijn steeds met pen onder de afbeeldingen geschreven, de potloodlijntjes waarlangs de letters staan blijven nog duidelijk zichtbaar, ook hier lijken de lijnen, net als de uitkomsten van de windmeting, houvast te geven. Een ander werk, ’A Ten Mile Walk, England, 1968’ bestaat uit een wandelkaart met één strakke rechte lijn dwars door soms erg dichte hoogtelijnen. Je vraagt je af of de kunstenaar zich écht aan die lijn heeft gehouden – de landkaart suggereert steile afgronden en dicht struikgewas.

Iets meer permanente aanpassingen maakte Long ook, maar wel steeds met de in de natuur aanwezige materialen: alléén de fotocamera ging mee. Zo legde hij in de Himalaya de lichtere stenen op een rij bij elkaar, stapelde hij in Afrika takken in een cirkel, en zie je op ’Reflections in the Little Pigeon River, 1970, Tennessee’ een kaarsrechte lijn stenen van de oever naar de rivier liggen. ’I walk the line’ heeft Long er met pen bij geschreven. Het is een toepasselijke echo van de beroemde tekst van zanger Johnny Cash – die, inderdaad, Tennessee als thuisbasis had.

Zelf schreef Long ook teksten als documentatie van zijn wandelingen. Opsommingen van de plaatsen die hij aandoet, of zelfs een opsomming van de soorten wegen die onder zijn voeten voorbijtrekken: ’Road, Coal Tip, Road, Roman Mountain Road, Road, Woodland, Riverbed, Road, Stony Track, Road, Mud Track, Road, grass lane, Road, Pebble Ridge, Road. A 7 Day Track.’ Het onregelmatige ritme van de ondergrond, de geleidelijke variatie in omgeving en de volhardende stappen van de wandelaar, je volgt het bijna letterlijk vanuit het museum.

En dan is daar de wandeling zelf. Na vier zalen met foto’s, landkaarten en teksten waarmee je steeds meer in gedachten met de kunstenaar op stap gaat, bedenken hoe deze wandelingen geweest zijn, wat het uitzicht kan zijn en waar Long zélf eigenlijk mee bezig was tijdens de wandeling, sta je in een grote lichte ruimte met vijf van Longs museumwerken: in grote cirkels op de grond gerangschikte natuursteen. Je wandelt nu zélf tussen de verzamelingen stenen, langs de ronde, witte stenen, ’Norfolk Flint’, of puntige granietstenen. Het is een overweldigende ervaring, te lopen tussen de grote stenen massa die breed op de vloer is uitgelegd, steen voor steen verschillend, ’vingerafdrukken’ noemt Long ze zelf. Na het zien van de foto’s, beschrijvingen en landkaarten zijn deze werken nu ook beter te begrijpen, voor zover dat überhaupt mogelijk is. Long toont in zijn werk immers de ongrijpbaarheid van de wereld om ons heen. De rechte lijnen, metingen en kaarten bieden houvast, al blijven ze een menselijke uitvinding. Hoezeer men ook probeert de aarde te vatten in landkaarten, computermodellen en videoregistraties, de verbeelding van de mens die erin loopt, wandelt en denkt blijft het enige waar we ons echt iets bij kunnen voorstellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden