Wandelaars hebben het Drentse landschap gered

Te voet doorkruiste wandelpionier Jacobus Craandijk eind 19de eeuw heel Nederland. Zijn verre achterneef Flip van Doorn treedt in de voetsporen van de wandelende dominee, deze week in de omgeving van Assen.

'Kan men wandelen in Drenthe? Wat uitlokkends mag er toch zijn in dat land van onafzienbare heiden?'

Honderdvijfendertig jaar nadat Jacobus Craandijk zich deze vragen stelt, is Drenthe met voorsprong de populairste wandelprovincie van Nederland. Het kan verkeren.

Toen na de Tweede Wereldoorlog de grootschalige ruilverkavelingen ook voorbij Meppel reikten, kwam de waardering voor landschappelijk schoon in het kielzog mee. Oorspronkelijk landschap zoals dat elders in Nederland was opgeofferd, kon in Drenthe grotendeels behouden blijven.

Craandijk is een van de eersten die de wandelmogelijkheden in dat land van 'schaduwrijke wegen, vriendelijke dorpen, kronkelende beekjes met groene zoomen, bloeijende bouwvelden' verkennen en beschrijven. Daarmee legt hij tevens de kiem voor de instandhouding ervan.

In het spoor treden van een 19de eeuwse wandelpionier: het is speuren, improviseren, variëren op een thema. Craandijk waaiert breed uit in zijn wandelverhalen, maar hij blijft altijd beschouwend. Bruikbare routebeschrijvingen geeft hij niet. En al is in Drenthe veel moois bewaard gebleven, bevolkingsgroei, autoverkeer, kunstmest, mechanisatie en toerisme drukken hun stempel op het landschap. Waar mijn oudoom de loftrompet steekt over de 'bevallige bogten' in de 'grintweg van Assen naar Rolde', zoek ik naar wandelpaden parallel aan de nu drukke verkeersweg. Waar hij de onafzienbare purperen heide doorkruist, strekken zich eindeloze bossen uit.

Daar komt bij dat de wandelende dominee zijn lezers soms meer wil laten zien dan in een dagmars past. Bij Rolde staat een rijtuig klaar dat hem in de gelegenheid stelt nog dezelfde dag Gasselte, Drouwen en Borger te bezoeken. Via Gieten en Eext reist hij terug naar de hoofdstad.

Ik houd het bij een wandeling van Assen via Rolde naar Eext.

Het heldere water van het Deurzerdiep kronkelt zich nog onbekommerd 'door de frissche weiden' ten westen van Rolde, maar moet een kanaal naast zich dulden. Verder naar het oosten heeft ook het Rolderdiep zich laten beteugelen, de meanders zijn meedogenloos rechtgetrokken. Maar even verder langs het pad, waar hetzelfde stroompje ineens Andersche Diep heet, waan ik me even terug in de 19de eeuw. Op de plaats waar mensen al meer dan tienduizend jaar de beek doorwaden, is een voorde hersteld. Ik steek er over zoals vele anderen dat voor mij deden; over de keien in het snelstromende water. Bij een volgende passage, verder stroomopwaarts, is de dartelende beek weinig meer dan een flinke sloot met een brug van balken eroverheen. Het kleine heideveld dat volgt, is welgeteld het tweede op deze tocht, een schamel restant van de vlakte die zich voor de dominee uitstrekt 'zoover ons oog kan zien'. Pal erachter staan in genummerde percelen de dennen in slagorde. Productiebos.

Craandijk wil de hunebedden zien. Met tussentijds wat hulp van het rijtuig pikt hij zo veel mogelijk van die 'geweldige steenhoopen' op zijn wandeling mee. Het vijfde deel van zijn 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' opent met een litho van een 'Drentsch Landschap'. Piet Schipperus, de kunstenaar die de boeken van Craandijk illustreert, laat een kudde schapen rond een reusachtig hunebed in een open heideveld grazen. Met de afbeelding in de hand zoek ik bij Balloo, Rolde en Eext naar het origineel, maar afmetingen en vorm komen nooit overeen. Waarschijnlijk is de plaat een romantische impressie.

Ook hunebed D14, ten zuiden van Eext, is te omvangrijk om model te hebben gestaan voor de litho. Tussen de stenen vind ik een stuk papier, volgekrabbeld met tekeningen en een tekst die de herkomst van de 'stienbargen' verklaart. De man die met zijn hondjes bij deze stienbarg zit, blijkt de afzender. Lang grijs haar, volle baard, vol van verhalen. De naam van Craandijk kent hij wel, en als hij de prent ziet weet hij meteen dat het om het hunebed bij Tynaarlo moet gaan. "Ik herken ze allemaal."

Hij vertelt dat hij kunstenaar is, stelt zich voor: Jan Evert Musch. In de plaatsing van de hunebedden ziet hij patronen die alleen vanaf grote hoogte te onderscheiden zijn. Als ter aarde gestorte sterrenbeelden vormen ze figuren, dieren, mensen. Op een kaart heeft hij er een paar ingetekend. Het waren helemaal geen grafheuvels, stelt hij met klem.

Hij blijkt een zoon van de man die met een schilderij het stroomdal van de Drentsche Aa redde. Kunstenaar Evert Musch vereeuwigde in de jaren vijftig het uitzicht op de meanderende beek op een enorm doek. Zolang het nog kon, voordat de aangekondigde ruilverkavelingen het land overhoop zouden gooien en de beek zouden rechttrekken. Mede dankzij zijn monumentale werk werden de ingrepen voorkomen, bleef het noordelijke deel van de beekloop in tact en kreeg het omliggende gebied later de status van Nationaal beek- en esdorpenlandschap. Alsof we de schoonheid van een landschap pas echt zien en waarderen als die schoonheid in verfstreken wordt vastgelegd. Of in woorden, zoals Craandijk deed. Dankzij zijn beschrijvingen van voor velen onbekende delen van Nederland kwam het wandeltoerisme op en ontstond waardering voor het landschap. En dankzij die waardering kunnen we nog altijd wandelen in Drenthe.

Dit is aflevering 1 in een achtdelige serie. Kijk voor de routebeschrijving en het kaartje op www.jacobuscraandijk.nl.

'Kan men wandelen in Drenthe?'

Wandelpionier

Tussen 1874 en 1888 trekt Jacobus Craandijk te voet door Nederland. In zwierige stijl beschrijft hij zijn tochten en de acht delen van zijn 'Wandelingen door Nederland' met pen en potlood worden een standaardwerk voor wandelliefhebbers. Als reisjournalist en auteur Flip van Doorn ontdekt dat Craandijk een verre oudoom van hem is, verdiept hij zich in het oeuvre van 'de wandelende dominee' en belandt daarmee in een tijd waarin de wandelsport nog in de kinderschoenen staat. Craandijk blijkt de oudoom van alle wandelaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden