Wanda Reisel Mijn fantasieleven is belangrijker

Wanda Reisel (Willemstad, Curaçao, 1955) is schrijfster. Naast proza en toneel schrijft ze film- en televisiescenario's. Ze debuteerde in 1986 met 'Jacobi's tocht', won de Anna Bijnsprijs voor 'Witte liefde' (2004) en publiceerde onlangs haar tiende roman 'Liefde tussen 5 en 7'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Waartoe wij hier op aarde zijn? Niet om God te dienen, al begrijp ik wel dat mensen in religie een vervulling zien; er moet iets zijn, omdat het leven anders niet te verklaren is. Ik hoef geen verklaring. Dát we er zijn, vind ik meer dan genoeg. Er is zoveel te zien, zoveel te begrijpen. Ik kan echt verdwalen in de foto's die door de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt; we zijn slechts een celletje in de knie van een gigant. Dat vind ik prachtig, ook al kan ik het niet bevatten.

Iedereen moet voor zichzelf maar bepalen wat de zin van het leven is. Ik weet in ieder geval één ding zeker: wij zijn hier niet om gelukkig te worden. De werkelijke inhoud van het leven is strijd, de strijd tussen instinct en beschaving, tussen wat je wil en wat er is. Er moet iets te halen zijn, alleen zo kun je het lijden in jezelf proberen op te heffen. Dat moet op een actieve, dynamische manier.

Gelukkig zijn is een inerte toestand, begrijpelijk, maar geen doel op zich. Er zijn altijd conflicten nodig, en je bereikt hooguit een punt waarop je, in deze verschrikkelijke wereld, toch best tevreden kunt zijn."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Zonder kunst is het leven mij te prozaïsch. Ik gelóóf in het gesneden beeld; ik geloof in kunst. Het is fantastisch om te zien waartoe mensen in staat zijn. Hoe wij, rare wezens, heel gedecideerd, vol overgave, de mooiste dingen kunnen produceren."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Je zult mij in het bijzijn van gelovigen niet opzettelijk horen vloeken, en ik loop ook niet met blote armen een kerk binnen als men dat onprettig vindt. Toen ik in Iran was, heb ik zelfs een hoofddoekje gedragen. Ik ben niet voor al dit soort beperkingen, maar in een bepaalde context kan ik er, tot op zekere hoogte, wel respect voor opbrengen.

Religie ontspoort doorgaans als men naar de letter van de wet probeert te leven. Dat is één van de dingen die ik het jodendom moet nageven: er is ruimte voor nuance, je wordt aangespoord om door te denken, verder te kijken. In de Talmoed staat een tekst in het midden; daaromheen staan de diverse interpretaties. Wat wordt hier bedoeld? Hoe moeten wij dat begrijpen? Goed lezen is heel moeilijk."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Elke vrijdagavond vierden we sjabbat met speciale kaarsen, een wit tafelkleed, kippesoep en de hele bende. Vader, moeder, zes kinderen en dan ook nog altijd drie of vier mensen die bleven eten. We kletsten allemaal door elkaar heen, er werd gezongen en gelachen. 's Zomers gingen de tuindeuren open en konden ze in het aangrenzende Vondelpark meegenieten.

We waren niet gelovig, maar mijn vader wilde graag de tradities doorgeven. Hij gaf ook uitleg bij de teksten, welke metaforen er werden gebruikt. Op een of andere manier begreep ik, als klein kind al, hoe iets ook in mijn leven van toepassing kon zijn. Dat we niet allemaal gelijk zijn, dat er verschillen moeten zijn. Dat er in een gezin van zes kinderen altijd wel iemand een keer wordt voorgetrokken, en hoe ik daar mee om moest gaan."

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader was een soort vraagbaak, hij wist alles maar hij had niet zoveel tijd om antwoord te geven. En ik wilde zo veel weten... Tijdens de maaltijd was het een heksenketel, iedereen kletste door elkaar. Echt zo'n Italiaanse familie, die Reisels. Het was een ook een beetje een apenrots; iedereen probeerde de aandacht te krijgen. Af en toe tikte mijn vader met een mes tegen zijn glas en riep dan: 'Wat minder decibels graag!'

Hij was ook veeleisend, een patriarch. Ik heb lang op mijn tenen gelopen om aan zijn hoge verwachtingen te voldoen. Rond mijn puberteit ben ik mij ook tegen hem gaan af gaan zetten, dat wil zeggen: wij konden verbaal een aardig robbertje vechten. Het waren de jaren zeventig en de democratie werd ook in het gezin ingevoerd, hij raakte langzaam maar zeker het alleenrecht kwijt. We hielden familieberaad omdat er in dat grote huis, met al die mensen, heel veel geregeld moest worden.

Hij had het huis smaakvol ingericht, Nieuwe Zakelijkheid, een stijl die nu weer heel mooi wordt gevonden, maar het was de hippietijd en wij eisten een oma-lampje met een groen kapje voor boven de eettafel. Wat moet die man geleden hebben!

Het is niet zo dat hij zich voor ons ging afsluiten. Ik herinner me dat hij een keer naar mijn kamertje kwam waar ik naar Janis Joplin zat te luisteren: Freedom's just another word for nothing left to lose. Hij herhaalde die zin een keer en zei toen: 'Is dat niet erg cynisch?' Ik was vijftien, wist niet eens wat het woord betekende, maar ik vond het prachtig dat hij mij zo serieus nam. En dat hij iets gaf om over na te denken. Dat deed hij; hij liet mij zien dat de wereld veel groter was dan ik dacht. Dat je alles van meerdere kanten kon belichten. Als een rechter.

Mijn vader is 61 geworden. Hij stierf vlak voordat ik 21 werd. Het was verdrietig, natuurlijk, maar bruut gezegd was ik ook klaar met hem; ik wist dat ik mijn eigen leven moest gaan leiden en ik voelde mij, omdat hij zo veeleisend was geweest, ook wel bevrijd.

Mijn moeder was in dat opzicht haast het tegenovergestelde van mijn vader. Zij was een soort oudste zus, altijd op onze hand. We spanden samen tegen mijn vader om dingen voor elkaar te krijgen. Hij was streng, zij was heel meegaand. Soms ergerde ik mij ook aan haar zwakte, ik vond dat ze een beetje power moest tonen tegenover zijn patriarchale gedrag. Veel later, toen hij al dood was, ben ik erachter gekomen dat zij op haar manier wel tegenstand heeft geboden door haar liefde voor een ander óók niet te onderdrukken.

Zij is 82 geworden. Vanaf haar zeventigste ongeveer kon ik met haar over de dood van mijn oudste broer praten. Hij is op zijn twaalfde door een auto-ongeluk overleden. Het was een onderwerp dat mijn ouders altijd uit de weg waren gegaan. Rond zijn verjaardag zongen we op sjabbat een lied voor hem, maar er waren geen andere woorden voor.

Over de Holocaust heeft ze nooit willen spreken, mijn vader ook niet. Wel over hun onderduik en hoe de illegaliteit hun leven had gered, maar niet over het feit dat driekwart van mijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vermoord. Mijn vaders ouders eindigden in Sobibor, niet ver van hun geboorteplaats die ze op jonge leeftijd hadden verlaten om in het westen hun geluk te zoeken. Mijn moeder zocht haar troost in de poëzie, mijn vader luisterde naar muziek.

Het was mij duidelijk dat het geen zin had om vragen te stellen over die tijd, het zou hen alleen maar verdrietiger maken. Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei dacht ik aan mijn grootouders, mijn ooms en mijn tantes en ik voelde een groot medelijden, maar het was in zekere zin geleend verdriet; ik heb die mensen nooit gekend. Dat is een vreemde bijvangst van mijn opvoeding: ik heb geleerd empathisch te zijn, maar tegelijk ook achterdochtig.

Ik wil mij niet op die familiegeschiedenis voor laten staan, maar ik ben er toch door gevormd. Ik ben ook iemand met een dubbelleven. Mijn fantasieleven is net zo belangrijk als, nee misschien wel belangrijker dan het echte leven. In mijn hoofd is alles op orde, veilig, maar de buitenwereld is bedreigend en onbetrouwbaar: voor je het weet, wordt je verraden, opgepakt en afgevoerd. Omdat je hebt laten zien wie je bent. Dat kun je dus beter niet doen. Je moet je niet blootgeven, geen intimiteit, niet zomaar...

Eh, dit wordt wel heel openhartig hè? Misschien moeten we het over iets anders gaan hebben."

VI Gij zult niet doodslaan

"Met die christelijke vergevingsgezindheid heb ik niet zo veel. Ik wil wraak! Niet in het echt, natuurlijk, maar in mijn hoofd heb ik wel een paar mensen omgelegd. Vrienden die mijn vertrouwen beschaamden of mensen die mij onrecht hadden aangedaan: kop eraf. Dat is mijn fantasie; dat ik ze met een zwaard te lijf ga. Werkt heel bevrijdend. In sommige gevallen kan de vriendschap daarna gewoon weer worden opgebouwd."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ik ben al achttien jaar met Wim. Ik ben hem altijd trouw geweest. Natuurlijk heb ik wel eens verleiding gevoeld, maar ik heb nooit de behoefte gehad om daaraan toe te geven. Ik denk dat ik niet eens vreemd zou kunnen gaan. Een leugentje om bestwil, dat lukt nog wel, en ik kan ook de autoriteiten om de tuin leiden als dat nodig is, maar een affaire beginnen en daar mijn mond over houden? Nee. Dat keert zich uiteindelijk tegen mij. Als je tóch ook met een ander naar bed wil, zeg het dan gewoon.

Maar ja, die jaloezie hè? Het gaat gewoon niet. Ook mensen die, volgens afspraak, open en eerlijk over hun escapades praten, worden daar doorgaans niet gelukkiger van. Op zich is het overigens wel wonderlijk dat wij jaloezie binnen een relatie nog niet hebben afgeschaft. We hebben al zoveel emoties onder controle, maar deze lijkt onmogelijk te beteugelen. Het zal wel een of ander oud primitief doel dienen want anders zou ik niet weten waarom een vrouw die niet langer vruchtbaar is, geen kinderen meer kan krijgen, toch jaloers blijft als haar man zijn zaad bij een ander stort."

VIII Gij zult niet stelen

"Het is nog niemand opgevallen, maar de laatste zinnen uit 'Liefde tussen 5 en 7' heb ik overgenomen uit 'Ulysses' van James Joyce. "Kijk, daar is hij, mijn lief, ik sla m'n benen om zijn heupen en trek hem tegen m'n borsten aan en zijn hart gaat tekeer, en ik fluister in zijn oor, ja ik wil je, ik wil je." Dat is, min of meer, het slot van de monoloog van Molly Bloom. Ik heb de bron niet vermeld nee, dus je zou het plagiaat kunnen noemen. Ik zie het liever als een eerbetoon aan de liefde in de literatuur."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ik bewonder mensen die hun kwetsbaarheid durven tonen, mensen die zonder omwegen laten zien wat hen dwarszit, waar ze bang voor zijn. Ik zou aan zulke eerlijkheid ten onder gaan of nee, die strijd is juist de kern van mijn schrijverschap en ik heb geen behoefte om die kwijt te raken. In mijn boeken kan ik spelen, fouten maken, heen en weer pingpongen. Ik kan de hoofdpersoon uit 'Liefde tussen 5 en 7', Liza Wolf, op een amorele manier tot zichzelf laten doordringen - alhoewel, amoreel? Dat weet ik niet eens zo zeker en ook dát is interessant: ik kan al schrijvende gaan zwalken, zelf bedenken wat deugt of wat niet. Dat zijn allemaal dingen die zich afspelen in mijn hoofd, in mijn fantasieleven.

Wanda-in-het-echt is geen leugen, maar ze doet, verkleed als mens - prachtige titel van een mooi boek van Wouter van Oorschot - wel erg haar best om zo coherent en rationeel mogelijk over te komen. Wie mij goed leest, begrijpt dat er achter dat tough cookie iemand schuilgaat die veel gevoeliger en intuïtiever is."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Soms zie ik wat collega-schrijvers overkomt en denk: als je met zo'n boek al succesvol kunt zijn, had ik al tien keer de Nobelprijs kunnen winnen. Iedereen die iets maakt wil dat het gezien wordt. Het verlangen naar erkenning blijft, maar ik ben wel veel rustiger geworden. Dit jaar word ik zestig. Mijn broer, die psychiater is, zegt dat het de leeftijd is waarop je de grote verbanden in je leven gaat ontdekken. Dat klopt. Als ik naar mijn werk kijk, zie ik dat het niet uit zomaar wat losse deeltjes bestaat; er zit een duidelijke ontwikkeling in. Van binnen naar buiten, precies! Volgens sommigen is mijn laatste boek het meest toegankelijk. Mijn eerste boeken, maar vooral de toneelstukken, waren veel meer verhullend, absurdistisch vaak. Voor mij persoonlijk is het ook een progressie: door het geheel te overzien, weet ik wie ik ben en waarom het publiek mij waardeert. Als dit het is, heb ik daar vrede mee.

Natuurlijk, het zou mooi zijn als honderdduizenden mensen mijn boeken gingen lezen, maar het hoeft niet. Ik ben niet zo'n type dat graag op televisie verschijnt om daar mijn zogenaamde authenticiteit te tonen. Daar ben ik veel te introvert, te secundair voor. Wat mij het meest bevalt is wat ik nu doe: schrijven. Ik ga af en toe de stad in en organiseer wel etentjes voor onze beste vrienden; minder vaak, maar niet minder intensief en de acceptatie daarvan geeft mij rust. Ik kan een hele week lekker schrijven en weten: zo is het goed, ik mis niks."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden