Wallonië was niet zo onberispelijk

In de Tweede Wereldoorlog waren de Walen zuiver op de graat, terwijl de Vlamingen met de Duitsers heulden, dat is het cliché. De historica Plisnier brengt nuances aan, maar laat steken vallen.

Flore Plisnier: Te wapen. Gewapende collaboratie in Franstalig België 1940-1944. Uit het Frans vertaald door Jan Vermeersch. Meulenhoff, Amsterdam. ISBN 9789085421429 181 blz. euro 22.50

Van ‘het verdriet van België’ maakt de Vlaams-katholieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk deel uit. Toch is dat maar één helft van het Belgisch landverraad, al is het de grootste. Van de 56000 na de oorlog veroordeelde collaborateurs was 62 procent Nederlandstalig. De kleinste helft waren Walen, veelal afkomstig uit de oude industriesteden zoals Luik en Charleroi.

Met die verdeling van de schuld, die in de naoorlogse tijd ook een politieke kwestie was, dreigt men uit het oog te verliezen dat de Walen in de vooroorlogse jaren een fascistische beweging kende die de Vlaamse evenknie Verdinaso (Verbond van Dietse nationaal-solidaristen) electoraal ver achter zich liet. ’Rex’ (van Christus Rex) behaalde in 1936 bij parlementsverkiezingen ruim elf procent van de stemmen. Ook als vechtjassen hebben de Waalse fascisten van zich doen spreken, en niet alleen aan het Oostfront. In het laatste oorlogsjaar1943/1944 was in bepaalde streken van Wallonië bijna sprake van een burgeroorlog tussen verzet en collaborateurs.

Al in het woord vooraf tot ’Te wapen’ van Flore Plisnier pleit een woordvoerder van het Studie en Onderzoekscentrum Oorlog en Maatschappij (Soma), het Belgische Niod, voor een correctie van de voorstelling van ’het verraderlijke Vlaanderen en het onberispelijke Wallonië’. De historica Plisnier heeft onder toezicht van het Soma een onderzoek gedaan naar de gewapende Waalse collaborateurs. Een kleine tien organisaties passeren de revue, ideologisch bevlogene zoals ‘Rex’, het ‘Légion Wallonie’ dat aan Duitse zijde aan het Oostfront vocht, en verschillende paramilitaire groepen die in België zelf opereerden.

Over de officiële fascisten en de Belgen in Duitse militaire dienst heeft Plisnier niet zoveel te zeggen, des te meer over de paramilitaire brigades die voor rekening van de Duitse politie en veiligheidsdiensten achter het verzet aan zaten. De ‘bendes’ zoals ze in de wandeling heetten traden op de voorgrond toen het verzet harder toesloeg. Plisnier doet het ten onrechte voorkomen of de Belgen, de goeden wel te verstaan, het bijna van het begin af niet langer pikten. Wel werd vanaf 1943 de druk op de Belgen om mensen en materiaal aan de bezetters te leveren groter en kwam de Duitse oorlogsmachine steeds meer in het nauw. De paramilitairen, naar hun leider ‘de bende van Duquesne’, of naar hun uitvalsbasis ‘van Charleroi’, genoemd, beoorloogden de verzetsgroepen.

Uit de dodentallen valt op te maken dat het daarbij niet zachtzinnig toeging, en in ieder geval martelden de bendes hun slachtoffers. Maar verloop en toedracht van die burgeroorlog worden niet goed duidelijk uit het boek, omdat de sociale setting van de gewelddadigheden ontbreekt. Plisniers interesse gaat niet uit naar een reconstructie van de omstandigheden, maar naar de juiste tellingen van leeftijd, beroep en woonplaats van de veroordeelde bendeleden, en naar hun morele kwaliteiten.

Tot vervelens toe verneemt de lezer dan ook dat de bendeleden jonge, slecht opgeleide mannen uit de steden waren, vaak met een strafblad en meer gedreven door motieven van geldelijk gewin dan door idealisme. De kwalificaties ‘louche milieu’, ‘schandalige levenswandel ‘ en ‘hoerenloper’ zijn regelrecht afkomstig uit de gerechtsdossiers, en geen moeite is gedaan om de betrokkenen zelf aan het woord te laten.

Ook is geen poging ondernomen tot vergelijking met de samenstelling van de Duitse SA, de Italiaanse ‘fasci di combattimento’, of zelfs maar met de Vlaamse of Nederlandse knokploegen. Waalse collaborateurs waren gewoon ‘tuig’ volgens Plisniers. Een gemiste kans. Na decennialang de Vlamingen de collaboratie in de schoenen te hebben geschoven, kunnen de Walen gelukkig nog het ‘lompenproletariaat’ de schuld geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden