Opinie

Waken voor een zonnekoning

Niet te beroerd een beetje te stoken tussen de samenwerkende rivalen, vroegen Pauw en Witteman donderdagavond aan premier Balkenende of hij het spijtig vond dat niet hij, maar minister van financiën Bos tot politicus van het jaar was gekozen. Nee, antwoordde Balkenende ad rem, ik ben meer gericht op het winnen van verkiezingen. Hij kon dat met recht en reden zeggen. In 2002 maakte hij van het CDA weer de grootste partij van het land en bij de twee daaropvolgende verkiezingen wist hij die positie, die het centrum van de macht ontsluit, te consolideren. Het lijkt dus nauwelijks een vraag of het CDA in 2011 opnieuw met hem de verkiezingen in moet gaan.

Toch zou het van de christendemocraten, en ook van Balkenende zelf, verstandig zijn zich die vraag wel te stellen. De raspoliticus Wiegel zei begin deze maand in zijn Thorbeckelezing dat de houdbaarheid van een politiek leider ongeveer zes jaar is. Dat is een goed ijkpunt. De Amerikanen staan hun president, de leider van het land en de bevelhebber van de grootste strijdmacht ter wereld, hooguit twee ambtstermijnen van vier jaar in het Witte Huis toe. Achter die regel gaat democratische wijsheid schuil en inzicht in de menselijke natuur.

Het Nederlandse bestel kent zo’n regel niet. Dat is misschien minder noodzakelijk dan in de Verenigde Staten. De macht van onze premier is aanmerkelijk beperkter. Zij wordt ingetoomd door de constitutie, die tot collegiaal bestuur dwingt, en door de coalitiecultuur, die vooral een grote evenwichtskunst van de Torentjesbewoner vraagt. Toch zijn er in de afgelopen decennia tendensen in het premierschap zichtbaar die te denken geven. Zo ontstond er zowel onder Lubbers als Kok een hovelingencultuur, waardoor zij het contact met de buitenwereld geleidelijk kwijtraakten. De gevolgen zijn bekend.

Dat is nog maar één bedreiging van een te lang gerekt leiderschap. Een ander is dat een premier door zijn veelvuldige internationale contacten het Binnenhof langzaam ontstijgt. Bij Kok deed zich dat verschijnsel voor in zijn tweede ambtsperiode, bij Balkenende zie je het ook. Bij ’Pauw & Witteman’ wijdde hij deze week lang uit over ontmoetingen met de groten der aarden en zijn goede verstandhouding met de Russische president Poetin. Het valt ook niet mee het ene moment regeringsleider onder de regeringsleiders te zijn en het volgende moment weer de polderbestuurder die de waterstand moet opmeten.

De mechanismen zijn alleszins begrijpelijk, maar nopen er juist toe voldoende checks and balances in de politieke cultuur in te bouwen, die de aanvoerder voor de verscheidene valkuilen behoeden. De tendensen op het Binnenhof gaan echter precies de andere kant op. De tegenmacht wordt niet versterkt, maar juist verzwakt doordat alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt aan de nummer één van de partij. In zijn jongste congresrede deelde Balkenende als het hoofd der school pluimpjes uit aan fractievoorzitter Van Geel, partijvoorzitter Van Heeswijk en enkele ministers – vooral aan de populaire Camiel Eurlings, die een geduchte concurrent zou kunnen worden. Zo zijn de verhoudingen.

Balkenende heeft dan ook de kans schoon gezien zichzelf in stilte tot partijleider te kronen, zoals Napoleon zelf de keizerskroon op zijn hoofd zette. De christen-democratische senator Hans Hillen heeft wel eens voorgesteld de politieke aanvoerder, naar het model van de Duitse zusterpartij CDU, ook partijvoorzitter te maken. Die suggestie is officieel nooit overgenomen, maar zonder openlijke tegenspraak wel de praktijk geworden. Balkenende begon zijn rede tegenover het congres daarom zonder blikken of blozen aldus: ’Alweer zeven jaar geeft u mij het vertrouwen uw partijleider te zijn’.

Hoewel het zestien jaar durende bondkanselierschap annex CDU-partijvoorzitterschap van Helmut Kohl uitmondde in een financieel schandaal, heeft het CDA dit monistische Duitse model dus ongemerkt overgenomen. Ongezond, zoals is gebleken. Niet alleen bij onze oosterburen, maar ook dichter bij huis in Rotterdam, waar Bram Peper zestien jaar burgemeester was en zich ging gedragen als een zonnekoning aan de Maas, die meende dat hij zich niet voor zijn uitgaven hoefde te verantwoorden.

Kok bracht zichzelf er, niet zonder moeite, toe na twee ambtstermijnen te stoppen. Lubbers ging twaalf jaar door en raakte op het eind volledig de kluts kwijt. Balkenende zal in 2011 negen jaar premier zijn. Dat is lang, ook gemeten naar de hectiek en de onrust in de samenleving gedurende zijn bewind. Er komt dan nog een element bij dat ook de partij onder ogen zal moeten zien. Wiegel vertelde in zijn Thorbeckelezing dat zijn voorganger Oud tijdens de vierde ambtsperiode van Drees tegen de premier zei: ’Gaat u weg, niet omdat u geen goede minister-president bent, maar omdat uw gezicht ons niet langer bevalt!’

Tot goed leiderschap behoort dus ook het vermogen tijdig, voordat iedereen op je uitgekeken is, afstand te doen. Maar dat is, gegeven de smaak van de macht en de zwakheid van de menselijke natuur, uiterst moeilijk. Vandaar dat de Amerikanen zo verstandig zijn geweest het presidentschap aan een termijn te binden.

Misschien zijn er straks, als de verkiezingen in zicht komen, voor Balkenende sterke redenen het leiderschap te continueren. De toestand van de natie kan om continuiteit vragen. Een leiderswisseling is, hoe je het ook regelt, politiek en electoraal altijd riskant, zoals de ervaring heeft geleerd. Het punt is echter dat er al zoveel macht richting de kopman is verschoven dat alleen hij, en hij alleen, over die beslissing gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden