Wainwright gaat wel degelijk de strijd aan met Shakespeare

Rufus Wainwright gebruikte sonnetten van Shakespeare voor zijn nieuwe cd. „Laat de woorden maar wandelen. Je wordt gedragen door het ritme van het gedicht.”

Van de 152 sonnetten die Shakespeare schreef zijn er 126 aan een beeldschone jongeman gericht. Zanger Rufus Wainwright las ze allemaal en noemt sonnet 20 zijn favoriet. „Geschreven voor een jongen van vijftien of zestien jaar, die ’van Natuurs penseel een vrouwlijk aanschijn’ kreeg. In dit gedicht speelt de natuur een spel door over de grenzen van het geslacht heen te kijken.”

’Natuur had jou reeds half als vrouw geschapen / Toen zij, al scheppend, zich in jou verliefde, / En iets toevoegde dat mij heeft ontwapend’ (vertaling Peter Verstegen). De vrouw werd bij nader inzien toch een man. „De ik-persoon is verliefd, en het overrompelt hem.”

Kon Shakespeare die bewondering probleemloos opschrijven, tegenwoordig wordt homo-erotiek of -liefde niet zo gemakkelijk ontvangen, merkt de Canadees-Amerikaanse artiest op. Niet dat hij zich daar iets van aantrekt. Het hoort bij zijn artiestenbestaan om zijn natuur te volgen en om op te vallen. „Het gevolg is dat mensen naar me toe komen of juist wegrennen.”

Vorig jaar werkte Wainwright met avant-garde regisseur Robert Wilson in Berlijn aan de voorstelling ’Shakespeares Sonette’. Voor het Berliner Ensemble zette hij een dozijn sonnetten op muziek. Drie ervan, naast 20 ook 10 en 43, vormen nu de kern van zijn cd ’All Days Are Nights: Songs for Lulu’. Vergeleken bij eerdere producties is de opzet intiem te noemen: Wainwright zingt en begeleidt zichzelf op piano. Maar doet dat soms met de uitbundigheid van een heel orkest. Lastige partijen, erkent hij, onder wijdlopige melodieën.

De vaste structuur van het sonnet helpt bij het op muziek zetten ervan, zegt hij. „Laat de woorden maar wandelen. Je wordt gedragen door het ritme en de boog van het gedicht.” Nederlandse vertalers streven er vaak naar om een oudere vertaling op te frissen, ze kiezen woorden die tijdloos maar ook hedendaags zijn. Wainwright veranderde geen woord aan de sonnetten, tilde ze niet naar het heden toe. „Ik ben een purist. Daarnaast is het Engels van Shakespeare nog altijd erg modern. En verder ga ik de strijd met Shakespeare maar niet aan.” Dat mag hij dan zeggen, Wainwright gaat de competitie wel degelijk aan door ook eigen songs op de cd op te nemen. Zoals ’Who are you New York?’, een dromerig liefdeslied voor een onbekende liefde die overal opduikt, het mijmerende ’Martha’, over een telefoongesprek met zijn zingende zus over hun zieke (inmiddels overleden) moeder Kate, of het energieke ’Give me what I want and give it to me now!’, een showtune die de musicalliefhebber in hem verraadt.

„Uit nederigheid heb ik de sonnetten in het midden geplaatst. Ik dacht aan een huis waarvan de gedichten het dak vormen. Mijn eigen songs helpen je erop en eraf te klimmen.”

Het optreden in Carré omschrijft hij als een tweekoppig beest. „Voor de pauze breng ik een songcyclus. Ik vraag om volledige stilte. Ik draag een kostuum van de ontwerper van Michael Jackson. En op de achtergrond speelt een video van kunstenaar Douglas Gordan. In de tweede helft gaan we feest maken.” Vroeger kon dat laatste betekenen dat de band zich onder een nummer volledig uit- en weer aankleedde.

Stilte verlangen voor een songcyclus, het doet meer denken aan klassieke muziek dan aan een popconcert. „Ik zit er ook precies tussen in. Je hoort bijna geen popmuziek die zozeer de voeten in beide werelden plaatst als mijn werk. Klassieke muziek was lange tijd de kunstvorm waarmee de geketende mens zijn bevrijding vond, de hemel op aarde bereikte, maar is mij te conservatief geworden. Rockmuziek had dezelfde intentie, maar is nu te commercieel. Ertussenin ben ik gelukkig.”

Soms stapt hij de grens helemaal over. Zo schreef Wainwright een opera, ’Prima Donna’, over een operazangeres die haar comeback wil maken en verliefd wordt op een journalist. Vorig jaar ging het Franstalige werk in première in Manchester.

Wainwright zag drie soorten reacties. „Sommigen vonden het geweldig en namen het gewoon voor wat het was. Klassieke muziekrecensenten vonden het niet sterk, maar namen het in ieder geval serieus. En verder waren er nog de gemene, haatdragende, inadequate kritieken.” Die laatste waren te voorzien, want Wainwright zegt altijd al omgeven te zijn geweest door een kwaadaardige kracht. „Wie de kudde niet volgt, valt op. En heeft ook meer te vrezen van de wolven.”

Het schrijven van een opera noemt hij veel complexer en glorieuzer dan het maken van een studio-album. „Alles valt precies in elkaar, of in stukken uiteen. In beide gevallen is het een dramatisch proces. Ik vind opera de meest grandioze kunstvorm. Erna wilde ik wel weer terug naar de studio om plezier te maken, maar opera is plezieriger.”

Of zijn opera een mislukking of een meesterwerk was, hij zegt het niet te weten. „Het belangrijkste is dat het me uitzicht bood op een nieuwe vallei waarin ik allerlei wegen kan kiezen. In deze periode van mijn leven wil ik het allemaal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden