Wainwright aan de zijlijn, voor eventjes

foto berbera van den hoek

Pop/opera

Residentie Orkest & Rufus Wainwright ***

De meester zelf zat op een stoeltje. Een klein stoeltje in de hoek van het podium. In het donker. De meewiegende bewegingen van zijn gebogen hoofd spraken boekdelen. De Canadese singer-songwriter Rufus Wainwright zat met volle teugen te genieten vrijdag tijdens de vertolking van zijn Shakespeare-sonates door operasopraan Sarah Fox.

Normaalgesproken, vertelde de extravagante Canadees, liet hij zijn sonates door iemand voorlezen waarna hij ze ten gehore bracht. In de Haagse Dr. Anton Philipszaal nam hij de nederige rol op zich om zelf de voorlezer te zijn van de in oud-Engels geschreven dramatische teksten. Aan de vedette Fox de taak om groots uit te pakken. Begeleid door het Residentie Orkest schalden Wainrights vijf sonates, die hij uitbracht op 'Songs For Lulu' (2010) uit haar ervaren operakeel.

Dat is nogal wat voor Wainwright, die zichzelf bij shows altijd als het centrum van het universum neerzet, gestoken in de meest flamboyante uitdossingen. Zijn rol aan de zijlijn diende een hoger doel: Wainwright wilde de klassieke wereld laten zien en horen waar hij bij zijn operapop tot dusver zoveel inspiratie uit heeft geput, waar de bron van zijn werk ligt.

Heel letterlijk nam hij de zaal mee naar de bron door op te biechten dat hij één keertje vol aan de haal is gegaan met een klassiek werk. Wainwrights 'Greek Song' is volledig geënt op een gedeelte van 'Suzel, Buon Di' uit 'L'amico Fritz' van Pietro Mascagni (1863-1945). Het Haagse podium vond hij wel een mooi tribunaal om daarover schuld te bekennen, grapte Wainwright, om vervolgens het jatwerk hoorbaar te maken door met Fox Mascagni's werk te zingen.

In de latere fase van het concert speelde Wainwright zelf weer de eerste viool. Hij kroop achter de piano en speelde eigen popnummers. Fox was nu zijn muzikale waterdrager. Hoogtepunt was het samenspel in 'Oh What A World'. De strijkers en de tuba uit het Residentie Orkest knalden en Fox zette haar vocalen daar nog eens dik overheen. Maar het was Wainwright die de aandacht opeiste. Dat is toch de plek die hem het beste past, die van gefundeerde arrogant middelpunt van de belangstelling.

Toneel

Het stenen bruidsbed Nationale Toneel **

Het is een trend. Of een plaag. Het is een beetje hoe je erin staat. In ieder geval worden de Nederlandse tonelen al een paar seizoenen overspoeld met boekbewerkingen.

Ook het Nationale Toneel schudde de laatste jaren de boekenkast leeg. Vorig jaar zette regisseur Johan Doesburg nog op geweldige wijze het non-fictieboek 'De Prooi' op de planken. Nu kiest Doesburg voor 'Het stenen bruidsbed' van Harry Mulisch. Doesburg komt niet geheel ongeschonden uit de strijd die boekbewerken nu eenmaal is tussen het ene kunstmedium en het andere.

'Het stenen bruidsbed' beschrijft de donkere, koortsachtige binnenwereld van de Amerikaan Norman Corinth die in Dresden arriveert elf jaar nadat hij diezelfde stad als bemanningslid van een geallieerde bommenwerper in de as heeft helpen leggen. De hernieuwde confrontatie met de stad en met zijn slachtoffers zet zijn denken over goed en kwaad, over rechtvaardigheid en over de logica van de geschiedenis op losse schroeven en breekt hem van binnenuit af tot er een mentale ruïne overblijft.

In de regie van Doesburg, die het boek van Mulisch trouw volgt, wreekt zich het verschil tussen de verschillende media. In het boek kijken we vanuit het aangetaste binnenste van Corinth naar buiten. In het theater kijken we juist van buiten naar het personage en moeten we door zijn handelen afleiden hoe hij geestelijk in elkaar steekt. Om die kloof tussen de media te overbruggen, zet Doesburg twee vertellers in die ons in Mulisch' woorden vertellen wat Corinth (Jeroen Spitzenberger) denkt en - nog erger - doet. Met die letterlijkheid ontneemt Doesburg zowel publiek als acteur iets essentieels. Het publiek ontneemt hij de verbeelding - zo belangrijk in literatuur en theater - omdat het personage precies uitspeelt, wat de vertellers al zeggen. Maar hij ontneemt Spitzenberger ook de mogelijkheid om zijn personage diepgang mee te geven, omdat elke psychologische invulling dubbelop is met wat de vertellers zeggen. Daarmee wordt 'Het stenen bruidsbed' braaf verteltheater dat alles wat Mulisch' boek diepgang geeft, platslaat.

Pas als de vertellers afstand nemen en de acteurs de vrijheid krijgen om voluit mooi te spelen, ontstaat er sprankelend, spannend toneel. De confrontatie tussen Corinth en de vermeende ex-nazi Schneiderhahn (een briljant spelende Stefan de Walle) is dan ook het hoogtepunt van de avond.

Theater vindt zijn kracht op andere plekken dan literatuur. Juist daarom zijn boekbewerkingen zelden geslaagde ondernemingen.

Tournee tot en met 9 november. www.nationaletoneel.nl

Klassiek

De Vrijdag van Vredenburg Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor Nationaal Jeugdkoor ****

'Eine Lebensmesse'? Jan van Gilse? Stuk en componist kom je niet dagelijks tegen in de concertzaal. Originele keuze van De Vrijdag van Vredenburg om juist hiermee het seizoen af te sluiten. Er is ook een en ander voor nodig: niet alleen een podium vol instrumentalisten, maar eveneens een koor van meer dan honderd man, inclusief zo'n dertig meisjesstemmen, plus solisten.

De Rotterdammer Van Gilse was drieëntwintig toen hij in 1904 een groot gebaar maakte met zijn 'Lebensmesse' op tekst van Richard Dehmel -- de mens speelt de hoofdrol, met al zijn natuurlijke driften.

Daar zaten ze in Vredenburg Leidse Rijn: het Groot Omroepkoor, het Nationaal Jeugdkoor en het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van chef-dirigent Markus Stenz, klaar om Van Gilses overdadige notenstroom in goede banen te leiden. Stenz had het overzicht, maar kon niet verhinderen dat je een los-vastidee kreeg. Je zou meer richting en stuwing verwachten.

Van het zangerskwartet omarmde de alt Gerhild Romberger haar publiek; wat een expressie, wat een warmte. Roman Sadnik (tenor) paste minder goed in het plaatje: hij mengde moeilijk en liet vooral de scherpe kantjes van zijn stem horen. Sopraan Heidi Melton bereikte met gemak de achterste rijen, niet opdringerig, maar met sprankelende kleuring. Fraaie bas, Vladimir Baykov.

Dan was daar ook nog good old Schubert, met zijn Achtste symfonie, de 'Unvollendete', in een uitzonderlijk geslaagde uitvoering, zonder poespas. Stenz, die bijna zijn eerste seizoen als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch erop heeft zitten, nodigde uit: kom maar met die mooie melodie, en nu het allerzachtste piano graag. De bassen leverden ontspannen pizzicato's, en hobo en klarinet maakten van hun solo's iets bijzonders. Alsof Stenz en consorten wilden zeggen: de schoonheid schuilt in de eenvoud.

De Vrijdag van Vredenburg gaat het volgende seizoen van start op 20 september, met onder meer Strauss' 'Also sprach Zarathustra' en Dvoráks 'Te Deum'.

Terugluisteren: radio4.nl/concerthuis

Jazz

Snowy Egret Myra Melford ***

Soms helpt wat je ziet bij het doorgronden van de muziek. In de formatie Snowy Egret van de Amerikaanse pianiste Myra Melford komen vijf heel verschillende persoonlijkheden samen. Neem bijvoorbeeld de twee mannen die naast elkaar zitten; trompettist Ron Miles, strak in het pak, gepoetste schoenen, een glimmende, zilveren koffer onder zijn stoel. En dan bassist Stomu Takeishi, pantoffels uitgeschopt, vest afgeworpen, de weinige kleding die hij wel draagt, is zo los en wijd mogelijk.

Tussen die twee uitersten van vormelijkheid en vrijheid beweegt de muziek van Melford zich ook. Als componist schept ze duidelijke structuren, maar in vrijwel elk nummer worden die ook voor enige tijd losgelaten.

Zo glijdt de muziek steeds in en uit de vorm. Er is dikwijls sprake van een groove of een herkenbaar melodisch patroon, niet zelden ook van beide tegelijk, maar eenmaal gevonden, worden ze ook snel weer verlaten.

Veel komt daarom aan op de verbeeldingskracht van de musici die vaak vanuit vrijwel niets een sfeer moeten opbouwen. Gitarist Liberty Ellman leek het met die taak het moeilijkst te hebben, hij citeerde veelvuldig en slaagde er pas tegen het eind van het optreden in het Bimhuis in Amsterdam in om zijn originele spelopvatting over het voetlicht te krijgen. Naast hem zat weer een duidelijke tegenpool, de unieke drummer Tyshawn Sorey, een man die zelfs van het vastdraaien van een vleugelmoer muziek weet te maken.

Ook meesterlijk was Ron Miles, een trompettist met een geweldige techniek en een minstens zo imposante expressie. Door de vorm die Melford voor haar muziek heeft gekozen, was het optreden haast onvermijdelijk wisselvalig. Enerzijds omdat Melfords muziek een enorme reikwijdte heeft; van ademstil tot onvoorstelbaar hard. Maar ook omdat in die voortdurende schakeling tussen vorm en vrij, er bijna automatisch ook mindere passages zijn, waarin je als luisteraar de richting kort kwijtraakt.

Op de momenten dat het klopt - en die zijn er gelukkig veel - is Snowy Egret echter een overweldigende groep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden