Wagner-wonderen van Ed Spanjaard

Wilde paarden, Walkÿren en gesneefde helden in 'Die Walkÿre' bij de Nationale Reisopera. (FOTO MARCO BORGGREVE)

De Nationale Reisopera, Het Gelders Orkest en solisten olv Ed Spanjaard met ’Die Walküre’ van Wagner in een regie van Antony MacDonald op 29/9 in Nationaal Muziekkwartier Enschede. Daar nog op 2, 6, 9 en 12 oktober. Uitzending via NTR Radio 4 op 16/10 vanaf 19.00 uur. www.reisopera.nl

In het eerste kwartier van ’Die Walküre’ gebeurde er woensdagavond muzikaal al zó veel dat je naar adem happend en lichtelijk verbijsterd in je stoel zat. Er moesten toen nog veertien wonderschone kwartieren volgen. Het Gelders Orkest speelde onder leiding van de geniale Ed Spanjaard bij deze tweede voorstelling in de reeks met een raffinement dat zijn weerga niet kent.

Dat sublieme kwartier bleek de voorbode van een ingenieuze opbouw van Wagners immense partituur – niet alleen een opbouw binnen de drie lange aktes afzonderlijk, maar ook binnen de opera als geheel. Tot aan het slotakkoord volgde het volgepakte Nationaal Muziekkwartier met ingehouden adem en opperste concentratie het Wagnerwonder dat zich in Enschede voltrok. Om zich daarna te ontladen in langdurig gejuich en applaus voor alle betrokkenen, maar voor Spanjaard en zijn musici in het bijzonder. Ook deze tweede aflevering van Wagners vierluik ’Der Ring des Nibelungen’ maakte overduidelijk dat de gok die de Reisopera met dit gigaproject nam zich volledig uitbetaald.

Niemand heeft het meer over hoe jammer het is dat Jaap van Zweden – ooit de beoogde leider van Wagners cyclus in Enschede – niet in de bak staat. Zijn vervanger Spanjaard is na de uiterst succesvolle uitvoeringen van ’Das Rheingold’ vorig jaar (toen met het Orkest van het Oosten) juist de voornaamste reden om een omweg naar Enschede te maken.

Het was ronduit schitterend om te horen hoe dirigent en orkest de omslag van duistere deernis naar jubelende lente in het eerste bedrijf realiseerden. Siegmunds ’Winterstürme’-aria – schitterend kamermuzikaal opgezet en navenant gezongen door tenor Michael Weinius – wees hier fraai en ondubbelzinnig vooruit naar het ’Waldweben’ dat we in de volgende opera (’Siegfried’) zullen horen.

Spanjaards interpretatie en uitwerking van de partituur, gespeend van loze spierballenretoriek, paste wonderwel bij de visie van regisseur Antony McDonald. Wie de overweldigend mythische proporties van de Amsterdamse ’Ring’ nog op het netvlies heeft staan, zal verrast zijn hoe een kleinschalige, intieme en aandoenlijke enscenering als die van McDonald even veel emoties loswoelt. Goden en halfgoden verworden haast tot kleinburgerlijke mensjes die zich wentelen in hun liefde en leed, hun hoop en wanhoop, hun oprechtheid en jaloezie.

Oppergod Wotan staat zich voor de spiegel te scheren in zijn berghut, waar lievelingsdochter Brünnhilde (Die Walküre) op een brits ligt. Even later, na de bittere confrontatie met zijn vrouw Fricka kan de verscheurde Wotan zijn spiegelbeeld niet meer in de ogen kijken.

De eerste akte speelt zich af in een huiselijke keuken met haard en koelkast. Als de opgejaagde Siegmund de keukendeur opent, springt tegelijkertijd een deur ernaast open waarachter Sieglinde staat – de gedoemde broer en zus. In de derde akte zijn we bij een soort oorlogsmonument aanbeland met plaquettes van gesneuvelden. De Walküren rijden op gymnastiekpaarden, de helden zijn keurige schermfanaten en op een achterdoek rennen wilde paarden de vrijheid tegemoet. Tot hun draf bevroren wordt – zoals bij alle personages in dit drama.

De beelden zijn simpel, vertellen het verhaal. De mooi uitgelichte sneeuwbergen en gefiguurzaagde wouden geven de opera iets kneuterigs, zoals dat in ’Das Rheingold’ met dat bergstationnetje ook al het geval was. Aan het begin stoot Wotan een zwaard in een klein verlicht huisje, simpele verbeelding van hoe deze schutterende oppergod werkelijk alles verkeerd aanpakt. Ontroerend als hij aan het slot zijn dochter Brünnhilde op zijn schoot te slapen legt en haar daarna omringd met vlammende zwaarden.

In deze scène zijn Harry Peeters en Judith Németh op hun allerbest. De langzaam grauw grijsgroen kleurende omgeving sluit aan bij hun desolaatheid waaraan zij beiden heel mooi stem geven. Peeters is geen donderende heerser, maar een getormenteerde twijfelaar, die als hij zijn stem niet opschroeft verschroeiend mooi zingt. De ’hojotoho’s’ van Németh hebben genoeg power, maar ook zij bloeit op in de lyrische passages, zoals in de koude rillingen veroorzakende ’Todesverkündigung’ als zij Siegmund zijn dood aanzegt.

Kelly God (Sieglinde) knalt met stem en présence van de bühne en zorgt samen met tenor Weinius voor menig hoogtepunt op deze lange avond. Gods vreugdesuitbarsting in de laatste akte is zo intens dat die haast tastbaar wordt. Klasse.

Anne-Marie Owens (Fricka) en Gregory Frank (Hunding) passen in dit hoge vocale niveau, net als de acht Walküren, van wie er zes uit Nederland komen. Op naar ’Siegfried’!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden