Wageningse onderzoeker sleutelde aan menthol in tabak

De tabaksindustrie heeft in de jaren tachtig en negentig kennis ingehuurd van een Nederlandse wetenschapper bij studies naar de verbetering van ingrediënten in tabak. Een voedingsonderzoeker van de Wageningen Universiteit is als gastwetenschapper lange tijd betrokken geweest bij onderzoek van de industrie naar de toepassing van ingrediënten in tabak.

Dit blijkt uit interne documenten van Philip Morris en British American Tobacco, de twee marktleiders in de sigarettenindustrie. Van veel toevoegingen aan tabak is bekend dat ze het roken vergemakkelijken en de verslaving vergroten.

Jan Frijters (64), destijds buitengewoon hoogleraar in sensorische en psychologische aspecten van voeding aan de Wageningen Universiteit, werkte eind jaren tachtig en begin jaren negentig als 'visiting scientist' mee aan onderzoek voor beide fabrikanten over de effecten van het toevoegen van natuurlijk en chemisch menthol aan tabak. Menthol maskeert de scherpte van tabaksrook; de toevoeging heeft een verdovend effect op de luchtwegen.

De tabaksindustrie gebruikt het soort onderzoek dat Frijters voor Philip Morris en BAT deed nog altijd om na te gaan welke smaakstoffen roken aantrekkelijk maken voor bepaalde doelgroepen. Zo werden en worden er studies gedaan naar toevoegingen die voor vrouwen aantrekkelijk zijn. Van menthol is bekend dat sigaretten met deze toevoeging vooral populair waren onder zwarte Amerikaanse rokers. Mentholsigaretten waren het meest succesvolle product bij deze doelgroep en het aantal rokers onder hen steeg dramatisch na de introductie van de mentholsigaret. De schadelijkheid van de toevoegingen bij verbranding van tabak, speelde in de afwegingen geen rol van betekenis.

Vooral Philip Morris was zeer te spreken over Frijters en zette hem ook in voor een internationale lobbyorganisatie, die mede door de tabaksindustrie was opgezet. Daarnaast werd Frijters door de fabrikant op een interne lijst gezet van 21 wetenschappers, die door Philip Morris als getuige voor de fabrikant konden worden opgeroepen in rechtszaken van zieke rokers, waar ook ter wereld.

Uit een intern document uit 1989 van Philip Morris blijkt dat de fabrikant vooral in Frijters was geïnteresseerd omdat hij vanwege zijn expertise onderzoek kon doen naar reactie en motivatie van rokers, die worden geconfronteerd met rookverboden. Eind jaren tachtig besloten steeds meer overheden beperkingen in te voeren voor rokers.

Frijters kwam in 2002 - hij was toen al vertrokken uit Wageningen - in het nieuws nadat hij een vernietigend rapport schreef over de geurproef met een hond, die een sleutelrol speelde in de Deventer moordzaak. Door zijn rapportage zijn de geursorteerproeven als opsporingsmethode afgeschaft. Frijters reageerde de afgelopen weken niet op meerdere verzoeken om een reactie.

De psycholoog is voor Philip Morris jarenlang actief geweest in Arise, een clubje van wetenschappers, opgericht door de tabaksindustrie, dat met geld van het bedrijfsleven (de alcohol- en chocolade-industrie deden ook mee) in Europa conferenties organiseerde over de 'wetenschap van het genieten'. Ook in Nederland organiseerde Arise (Associates for Research into the Science of Enjoyment) in 1995 een conferentie. De bijeenkomsten waren bedoeld om tegenwicht te bieden aan de trend dat overheden zich steeds meer gingen richten op de preventie van ziekten door met regulering (reclamebeperkingen, rookverboden) in te grijpen op de leefstijl van burgers.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden