Waddenzee kan niet zonder Mauretanië

vogeltrek | Afgelopen maand zijn alle wad- en watervogels langs de kust tussen Noord-Denemarken en Zuid-Afrika geteld. Onderzoek voor de kust van Mauretanië moet nu uitwijzen hoe en waarom het aantal vogels voor- of achteruitgaat.

Eigenlijk is dit een heel mysterieus gebied", zegt de Groningse ecoloog professor Han Olff, terwijl hij een lange doek om zijn hoofd knoopt tegen zon, wind en zand. "Het is een waddengebied dat eigenlijk niet meer zou moeten bestaan. Onze Waddenzee wordt constant gevoed met voedingsstoffen en slibdeeltjes uit de delta van Rijn en Maas. Hier stroomt al 6000 jaar geen rivier meer naar de kust. Toch ligt hier aan de rand van de Sahara ineens een van de mooiste en meest ongestoorde waddengebieden die ik ken. Je kan hier allerlei processen bestuderen die je in de Waddenzee allang niet meer ziet. En beide zijn essentiële schakels voor trekvogels op de lange route tussen Siberië en zuidelijk Afrika."


Als Olff na zijn zonwering ook zijn sneeuwschoenen heeft vastgesjord, stapt hij vanuit een motorbootje de wadplaat op. "Als je hier zonder deze rackets onder je voeten probeert te lopen, zak je binnen de kortste keren tot over je knieën weg. Sommige wadplaten groeien hier wel met 6 tot 10 centimeter slib per jaar, door al het woestijnstof dat uit de Sahara komt waaien."


Op de uitgestrekte zeegrasvelden loopt het nog het makkelijkst. "Naast woestijnstof is dat zeegras hier een van de sleutels. Het houdt het slib vast en biedt een thuis aan heel veel bodemleven, zoals schelpdieren. En die schelpjes zijn vervolgens weer het voedsel voor de 1 tot 2 miljoen, deels Nederlandse wadvogels die hier komen overwinteren of broeden. Andersom heeft het zeegras de vogels ook nodig."


Verderop op de wadplaat laat Hacen El-Hacen, een Mauretaanse promovendus van Olff, zien hoe dat mogelijk werkt. Rond verschillende proefveldjes van 1 bij 1 meter heeft hij een touwtje gespannen, waar vogels een hekel aan hebben. "Vooral in de winter, wanneer hier enorm veel wadvogels naar schelpjes komen zoeken, zien we dat het zeegras in de stukjes waar we de vogels weghouden het veel minder goed doet dan in de plotjes zonder zo'n touwtje. Mogelijk komt dat door de lucht die de vogels met al hun geprik in de bodem brengen. Daardoor worden giftige zwavelverbindingen die in de bodem ontstaan, afgebroken en afgevoerd. De vogels zouden daarmee wel eens essentieel kunnen zijn voor het in stand houden van het zeegras."


Roggenstroperij


In een tweede veld onderzoekt Olff wat het effect is van de 10 centimeter grote bloedkokkels op de rest van het bodemleven. In een deel van de onderzoeksveldjes is zes maanden geleden de meerderheid van deze grote schelpdieren verwijderd, in de andere helft is de dichtheid juist verdubbeld. Met een grote steekbuis kijken de onderzoekers nu wat het effect van die maatregelen is op de rest van het bodemleven.


"We hebben sterke aanwijzingen dat extra bloedkokkels een sterke concurrentie vormen voor de kleine schelpdiertjes waar de wadvogels het van moeten hebben. Als dat zo blijkt te zijn, heeft dat directe implicaties voor de traditionele visserij hier. In het Nationale Park mogen alleen de Imraguen met hun traditionele zeilbootjes vissen. Die vangen steeds vaker grote aantallen haaien en roggen. Deze 'bijvangst' is nu de meest winstgevende visserij voor deze mensen geworden. De vinnen gaan voor veel geld naar Azië. Tegelijk zijn sommige soorten roggen de enige dieren die met hun sterke kaken de grote bloedkokkels kunnen eten. Minder roggen betekent meer bloedkokkels en misschien minder kleine schelpen. Daarmee zou het kaartenhuis in kunnen gaan storten. De Mauretaanse overheid en het management van het Nationale Park zinnen daarom op maatregelen om de roggenstroperij in de hand te houden."


Wanneer het opkomende water de onderzoekers weer van de wadplaten verdrijft, verzamelen duizenden en duizenden kanoeten, bonte strandlopers, maar ook flamingo's en pelikanen zich op de zogenoemde hoogwatervluchtplaatsen. Daar trekken vervolgens ook de Nederlandse vogeltellers van Sovon Vogelonderzoek, met hun Franse en Mauretaanse collega's naartoe. Op verschillende plekken kunnen ze niet meer doen dan een goede schatting, zoveel vogels zitten er in gemengde groepen bijeen.


"Vogels tellen alléén verklaart uiteraard niet de veranderingen die we zien", vertelt Olff. "Tegelijk is tellen als vinger aan de pols natuurlijk wel cruciaal. Als wij vervolgens met ons onderzoek kunnen laten zien hoe de natuurlijke processen hier in elkaar grijpen, geven we de nationale overheid en de internationale gemeenschap hopelijk ook voldoende munitie om deze belangrijke schakel in de keten tussen Siberië en zuidelijk Afrika te beschermen." In de komende weken worden alle telformulieren verwerkt, en moet het beeld van 2017 duidelijk worden.

Integrale telling langs Oost-Atlantische kust

De telling van alle wad- en watervogels langs de zogenoemde Oost-Atlantische trekroute werd dit jaar voor de tweede keer georganiseerd. Het gaat om alle vogels die heen en weer trekken tussen broedgebieden in Noordwest-Europa en Siberië, en overwinteren langs de kuststrook tussen Noord-Denemarken en zuidelijk Afrika. Bij de eerste telling in 2014 leken vooral de wadvogels die van onze Waddenzee afhankelijk zijn het niet goed te doen, in vergelijking met eerdere, niet complete tellingen. "Maar één telling is eigenlijk géén telling", benadrukt Manon Tentij van Vogelbescherming Nederland. "Daarom worden bij deze tellingen ook vooral veel lokale vogelaars getraind in het goed schatten van grote aantallen vogels. Het is belangrijk dat deze tellingen vaak worden herhaald om een écht goed beeld te krijgen van de trends."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden