Waddenzee floreert bij gaswinning

Gaswinning kan het einde van de Waddenzee juist uitstellen, niet bespoedigen. Zonder ingrijpen zullen de geulen dichtslibben. De bodemdaling die volgt op gaswinning kan die verlanding voorkomen. Daarom moet de politiek niet te veel luisteren naar de milieubeweging.

Hollanders zijn de baggeraars van de wereld. Geen wonder, want als bewoner van een delta behoor je strijd te voeren tegen het sediment, niet tegen het water. Tenzij je het land ooit hebt bedijkt en uitgehold, zodat incidentele stormvloeden kunnen toeslaan.

In een natuurlijke situatie, vergelijkbaar met die van de Waddenzee, winnen klei en zand het van de getijden. Daardoor transformeert zo'n binnenzee zich langzaam maar zeker tot een monotone kustvlakte. Sterke vloedstromen voeren tweemaal daags tonnen materiaal aan, die bij een zwakke eb-beweging bezinken en de lagune opvullen. Beslist geen plezierig perspectief dus voor waterminnende soorten als scholekster en zeehond. De wordingsgeschiedenis van ons kleine land bewijst, dat als de mens zich maar afzijdig houdt, elzen, eiken en landdieren bezit nemen van het getijdengebied. Tectoniek (het schuiven van aardplaten) en zeespiegelstijging ten spijt zal de verlanding overwinnen. Een puur natuurlijk proces, maar onverteerbaar voor de toekomstige minnaar van het wad.

Na de talloze ingrepen in het Nederlandse landschap is gaswinning een relatief kleine ingreep, die ondanks zijn bescheiden karakter uitstel van executie kan betekenen voor een geliefkoosde restzee in het noorden. Door spanningsvermindering in diepere formaties zal dat unieke ecosysteem kansen zien om wat langer te overleven. Op middellange termijn, dat wel, want uiteindelijk zal - ondanks een daling van de wadvloer - het niet-bedijkte 'bijna-land' achter de eilanden eens ophouden zee te zijn.

Daling van het oppervlak in combinatie met een zeespiegelstijging is een beangstigend gegeven. Onze grote bevolkingsconcentraties liggen nu eenmaal onder NAP. En niemand staat te springen om een herhaling van de watersnoodramp van 1953. Vermoedelijk wordt de gedachte, dat platen en slikken door activiteiten van de Nam deels onder water zullen verdwijnen, gevoed door deze nachtmerrie. Maar de vergelijking gaat mank.

Bedijkte gebieden ontvangen al vaak een millennium lang geen sediment meer. Ingepolderde veengebieden zijn ontwaterd, geoxideerd en ingeklonken tot meters onder het zeeniveau. Dat de Allerheiligenvloed in 1570 kon toeslaan, was dan ook een voorspelbaar gevolg van menselijk handelen. Echter, buiten de dijk heroverde het land in snel tempo terrein op de zee, bijvoorbeeld in het Zwin in Zeeland en de Middelzee in Friesland. Sinds eeuwen verlegt de Waddenkust zich noordwaarts, is de Dollard verland en lopen hoogopgeslibde kwelders ook bij vloed niet meer onder water.

Bijna ongemerkt vormen verzandende geulen en prielen de voorbode, die de eindfase van de Waddenzee (met het accent op zee) inluidt. Tenzij een behoedzame gaswinning dit proces tijdelijk 'verstoort'. Of de bodemdaling zich nu beperkt tot zes of zestig centimeter is derhalve niet de vraag. Tot op zekere diepte is het eigenlijk: hoe meer hoe liever.

Als ingenieur Lely destijds ook zo voorzichtig was geweest in de porseleinkast van Moeder Milieu, beschikte ons kleine land nu niet over een immens zoetwaterbekken, dat in de komende eeuwen van overlevingsbelang zal zijn. Zijn scenario vormde de basis voor een 'man-made' ecosysteem waarin ruimte werd geschapen voor mens, plant en dier. Een grote plas drinkwater, wonen in Almere en IJburg, nieuwe natuurwaarden in de Oostvaardersplassen en de Randmeren, recreatie en landbouw: door Lely's daadkracht kan Nederland weer een paar eeuwen vooruit. Hadden bezorgde milieuorganisaties in de jaren twintig de dienst uitgemaakt, dan was die Afsluitdijk er nooit gekomen.

Deskundige adviseurs hadden de grote man destijds evenmin garanties kunnen geven met betrekking tot de foeragemogelijkheden van de vogelpopulaties op de vloedlijn. Nu, zeventig jaar na dato blijkt, dat - wat er ook aan de hand is met de flora en fauna van het wad - dit niet debet is aan de Zuiderzeewerken. Het unieke getijdenkarakter van het gebied houdt stand. De dynamiek van eb en vloed is kennelijk sterk genoeg om zelfs rigoureuze ingrepen te (over-)compenseren.

Gaswinning kan dus - tijdelijk - eliminatie van een fantastisch landschap verijdelen. Het is in dit stadium alleen de vraag hoe groot de invloed van korte-termijndenkers is op de besluitvorming. En vooral ook: is (over-)bezorgdheid wel altijd de beste adviseur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden