Wachtlijsten weggewerkt, maar goed pleeggezin geen garantie

Het is gelukt, jubelde staatssecretaris Ross (CDA, jeugdzorg) deze week: de wachtlijsten in de jeugdzorg zijn vrijwel helemaal weg. Juicht ze te vroeg?

De wachtlijsten moesten per 1 januari weg zijn, anders zou Ross opstappen. Haar aankondiging dat ze niet terugkeert in een nieuw kabinet maakt dit tot een loze belofte, maar toch: had Ross mógen blijven?

Een kind dat hulp nodig heeft, meldt zich eerst bij Bureau Jeugdzorg. Na een kort onderzoek wordt vastgesteld wat voor hulp nodig is. Met een soort verwijsbrief gaat het kind dan naar een zorginstelling. Tussen het moment dat hij de verwijzing heeft en het moment dat de hulp begint, mag wettelijk niet meer dan negen weken zitten.

Een jaar geleden waren er 5000 kinderen die langer dan die negen weken op een wachtlijst stonden. Nu zijn dat er ongeveer 300. Op deze vermindering doelen de Bureaus Jeugdzorg en de staatssecretaris als ze zeggen dat de wachtlijsten zo goed als verdwenen zijn.

Toch meldt deze berekening slechts deels de waarheid: het gaat alleen over zorg betaald uit geld van de provincie. De tienduizenden kinderen die worden doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren, waaronder de riaggs, vallen er niet onder. Vorig voorjaar stonden er liefst 8000 kinderen bij die jeugd-ggz-instellingen op een wachtlijst. Soms moesten zij langer dan een jaar wachten voor hun eerste gesprek met een psycholoog.

Staatssecretaris Ross is behalve voor de jeugdzorg ook verantwoordelijk voor de AWBZ, de geldpot waaruit langdurige zorg wordt betaald. Zij heeft in 2006 niet alleen 130 miljoen euro extra voor het wegwerken van wachtlijsten in de jeugdzorg betaald, maar ook 30 miljoen euro voor het helpen van wachtenden in de jeugd-ggz. Die wachtlijsten zijn in sommige regio’s langer dan 6 maanden. Er zijn meer voorbeelden van jeugdhulpinstellingen die uit andere geldpotten dan die van de provincie worden gefinancierd. Zo kennen de instellingen voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren lange wachtlijsten.

Weer anders is het gesteld met de pleegzorg, die wél onder de provincie valt. Ook het soms lange wachten op een goed pleeggezin telde niet mee. Want de kinderen die wachten op pleegzorg, krijgen wel een andere vorm van hulp. Ze zitten nog niet in een definitief pleeggezin, maar bijvoorbeeld op een tijdelijke opvangplaats. Een of andere vorm van hulp is begonnen, en hun naam verdween van de wachtlijst.

Er zijn dus nog altijd kinderen die lang wachten op de voorgeschreven hulp. Tegelijk zijn er ook 5000 kinderen die door de extra inspanningen van de staatssecretaris en de provincies hulp hebben gekregen. De staatssecretaris was er vermoedelijk wel mee weg gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden