wachtlijsten / Durk moest wel spijbelen

De veertienjarige Durk Houtsma gaat al anderhalf jaar niet naar school. Na een plotse verhuizing was er nergens plek voor hem. Net als Durk zitten volgens een recent rapport ruim 1200 jongeren met gedragsproblemen thuis.

Op de Vensterschool in het Friese Noordwolde weten ze nog precies wie Durk Houtsma is, ook al rondde hij al ruim anderhalf jaar geleden groep acht af. Een jongen uit een moeilijke gezinssituatie die héél veel aandacht vroeg, luidt de omschrijving. Durk had geen vriendjes en behoorlijke gedragsproblemen.

„Hij snoof bijvoorbeeld de hele tijd heel hard in de klas”, herinnert zich een van de leerkrachten. „Maar met een strenge en directe aanpak ging het op den duur wel beter met hem en werd hij ook door de klas geaccepteerd.”

Durk was ook pas in groep zeven op deze school terecht gekomen en vanwege de scheiding van zijn ouders was hij al een keer eerder van basisschool veranderd. „Als we hem vanaf het begin in de klas hadden gehad, hadden we nog meer kunnen bereiken”, denken ze op de Vensterschool.

In groep acht regelde de basisschool een plek voor Durk op een vmbo in de buurt. Een zorgklas met extra aandacht voor kinderen met sociale problemen, volgens de basisschool een perfecte oplossing. Toen kwam plotseling het bericht dat de toen 12-jarige Durk ging verhuizen naar Zuid-Holland. „Dat was een klap, wij vonden dat echt heel jammer voor hem.”

Nu woont Durk - inmiddels veertien - in een naoorlogse portiekflat in Zwijndrecht. Tussen de hoge gebouwen ligt een tochtige parkeerplaats met rommelige lage bosjes, hier en daar hangen schotels aan de ramen. Een kaal betonnen trappenhuis leidt naar zijn galerij, waar zijn twee herdershonden Floris en Nero de bezoeker luid blaffend verwelkomen.

Durk wilde graag bij zijn moeder wonen, zijn twee jaar oudere zus is bij zijn vader in het noorden gebleven. Zijn stiefvader had werk in Zwijndrecht gevonden en daarom moest hij mee. „Dat was net na de eindmusical van de basisschool, ruim anderhalf jaar geleden”, vertelt Durk. „En sindsdien ben ik niet meer echt naar school geweest.”

Vanwege de gesignaleerde gedragsproblemen op de basisschool was Durk in Friesland al via bureau jeugdzorg bij een psycholoog terecht gekomen, met wie hij regelmatig gesprekken voerde. Uit tests bleek dat de jongen mogelijk een autistische stoornis zou hebben, maar de definitieve diagnose was nog niet gesteld toen Durk Friesland verliet.

Durks vader Sjoerd Houtsma (43), werkzaam bij een kabelbedrijf, had niet de indruk dat zijn zoon iets mankeerde. „Het was altijd een gewone jongen, rapporten waren in orde.”

Zijn moeder, Tjerkje van der Leij (40), postbezorgster, vond wel dat de basisschool terecht verwees naar jeugdzorg: „Hij had nooit vrienden. Er waren altijd verhalen over pesten. De school zei: Durk daagt kinderen ook zelf uit. Hij kon heel driftig worden.”

Misschien heeft hij een lichte vorm van autisme, denkt zijn moeder nu. „Maar zeker niets ernstigs.” En zijn vader: „Ik zie wel dat hij veel structuur nodig heeft, maar of dat autisme is?”

Na de verhuizing in juni 2005, nam zijn moeder contact op met verschillende vmbo-scholen in Zwijndrecht en omgeving, maar er was nergens plaats. De inschrijvingen voor het volgend schooljaar waren al afgesloten en de scholen zaten vol. Van der Leij: „Als ik vertelde dat hij waarschijnlijk een vorm van autisme had, werden ze ook heel terughoudend, vroegen zich af of ze wel de voorzieningen enzo voor hem hadden.”

Ook na de zomervakantie kwam ze nergens binnen. Ze kreeg, ook van de inmiddels betrokken leerplichtambtenaar Carel Beck, het advies om vooral snel een aanvraag te doen om een verwijzing te krijgen voor het speciaal onderwijs, zegt zij. In oktober 2005 ging de aanvraag in behandeling. Moeder Van der Leij: „Ze zeiden er meteen bij dat het minstens een half jaar ging duren voor er antwoord kwam.”

Durk, die zich juist verheugd had op een nieuwe brugklas, zat dus thuis. Soms ging hij mee met zijn stiefvader, die met een vrachtauto voor een koeriersbedrijf door Nederland reed. „Ik had toch niks anders te doen en dat meesuizen was wel leuk. Maar ik was veel liever naar school gegaan.”

De dagen dat hij thuis in de flat zat, verveelde hij zich stierlijk. „Alleen thuis zitten is niks.” Hij liet de honden uit, computerde en keek televisie. Vrienden heeft hij niet. „Alleen via msn spreek ik wel eens iemand”, zegt hij. „Ik hou niet van clubjes en ook niet van sport, want ik heb last van mijn heup, dus voetbal kan al niet. Ik heb ook geen speciale interesses ofzo. Ik kijk veel Discovery Channel, of soaps en wat films. Oh ja, en series als de A-team en Law and Order.”

Vader Sjoerd Houtsma schreef na een half jaar wachten, in januari 2006, een brief naar het ministerie van onderwijs en naar de gemeente Dordrecht om aandacht voor zijn zoon te vragen. „Hij heeft toch recht op onderwijs?” Een maand later kreeg hij antwoord: de leerplichtambtenaar zou contact opnemen. Vader Houtsma: „Dat gebeurde ook, maar hij had gewoon niets meer te melden dan: we zijn ermee bezig, we moeten wachten op de verwijzing voor speciaal onderwijs.”

Leerplichtambtenaar Beck weet meteen om welk ’dossier’ het gaat. „We hebben die jongen inderdaad al lang in beeld. Het is natuurlijk triest hoe het loopt voor Durk. Je probeert instellingen bereid te vinden een kind op te nemen, maar als leerplichtambtenaar kan je niet zeggen: hij móét hier onderwijs krijgen. En zo’n aanvraag voor een verwijzing naar het speciaal onderwijs heeft veel voeten in de aarde.”

Die verwijzing kwam bijna een schooljaar later, half april 2006. Maar dat betekent niet dat Durk naar school ging. Beck: „De scholen voor speciaal onderwijs aan kinderen met gedragsproblemen zijn hier dun gezaaid. Ze hebben wachtlijsten.”

Wel werd er nu een instelling gevonden waar Durk in ieder geval vanaf vandaag naartoe kan. Deze dagopvang is bedoeld voor leerlingen die tijdelijk niet naar school, werk of stage kunnen.

Durk vertelt: „Het was geen school, maar in elk geval een stuk beter dan de hele dag thuis zitten. Ik ging er elke dag heen, in het begin deden we beetje rekenen en spellen, maar de meeste tijd speelden we monopoly en rummykub. Er zaten andere kinderen op die op een internaat woonden en ook nog geen school hadden. Toen het bijna vakantie werd, deden we alleen nog spelletjes.”

Zijn vader: „Zaten ze de hele dag monopoly te spelen, dat begrijp je toch niet? Zet er een leraar voor en geef ze les, zou je toch zeggen?”

Begin september kreeg Durk het bericht dat hij eindelijk voor halve dagen naar een school voor speciaal onderwijs kon, alweer een tijdelijke oplossing. „Ze noemen dat een wisselklas. Halve dagen school en halve dagen weer naar de dagopvang. Maar die school waar ik nu halve dagen heen ga, is weer veel te makkelijk. Dan krijg je een rekentaak voor vijf dagen, maar ik ben na twee dagen al klaar.”

Eind januari hoorden Durk en zijn ouders in een gesprek op de speciale school dat hij opnieuw getest zal worden. Van der Leij: „Die testen zijn gaande, er moet ook duidelijkheid komen op de vraag of hij inderdaad een autistische stoornis heeft.”

De Stichting De Ombudsman verdiepte zich in zijn zaak, nadat Durk zelf een mail stuurde, vertelt woordvoerster José Steen. „Hij was vrij wanhopig, hij maakte duidelijk dat hij zich zo verveelde. Die wisselklas is een tussenoplossing. Bedoeld voor kinderen die lang uit het onderwijs zijn, dat krijg je dan. Het is niet op zijn niveau, dat is zonde.”

Vorige week kwam er goed nieuws. Het is nu 18 maanden geleden dat Durk naar een brugklas had gemoeten en eindelijk gaat het dan gebeuren. Vandaag, na de krokusvakantie kan hij beginnen op het Walburg College, een reguliere school met een speciale vmbo-klas voor zorgleerlingen. Via zijn huidige wisselklas is de overstap geregeld. Durk: „Heel leuk, het is een school in de buurt, dus dan krijg ik misschien vriendjes hier.”

De Ombudsman is blij voor Durk, en tegelijk nog steeds verontwaardigd. „Waarom moest Durk eerst zo lang wachten op een volwaardige plek in het speciaal onderwijs, terwijl hij daar nu helemaal niet naartoe gaat? Waarom kon de leerplichtambtenaar deze oplossing niet al een jaar geleden regelen?” vraagt José Steen zich af.

Volgens leerplichtambtenaar Beck zijn Durks problemen ontstaan doordat de aanvraag voor speciaal onderwijs voor gedragsgestoorde kinderen zolang duurt. Beck stelt dat de moeder van Durk deze verwijzing graag wilde hebben. En toen de verwijzing eenmaal binnen was, waren er wachtlijsten op die scholen. „Ik hoor van u nu dat hij naar het Walburg college gaat, het is natuurlijk fijn dat er een oplossing is. Maar ik vraag me wel af of hij niet in het speciaal onderwijs thuishoort. We moeten nog wel zien of deze jongen het op een reguliere school gaat redden.”

Durk is zeker niet de enige, die in de regio Zuid-Holland-Zuid, waar Beck werkt, maandenlang thuiszit. „Ik kan u verzekeren dat er veel meer zijn zoals Durk”, vervolgt Beck. Meestal is er wel sneller een oplossing. „Zolang als het bij hem geduurd heeft, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt.”

Durks ouders zijn tevreden. Maar zijn vader heeft geen enkel begrip meer voor het onderwijsbeleid. „Als ik mijn dochter een dagje thuis houdt, dreigt de leerplichtambtenaar met een boete. Mijn zoon laten ze rustig een jaar en zes maanden thuis zitten. Onbegrijpelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden