Wachtend op teken van God in een verbouwde hutkoffer

NEERIJNEN - “Ik kan niet blijven en ik kan ook niet gaan. Het laatste woord is aan God.” De deadline nadert voor Jozef van den Berg, tot voor drie jaar vermaard acteur en poppenspeler, tegenwoordig orthodox monnik. Ruim twee jaar woont hij nu al in een tot een soort mini-klooster omgebouwde hutkoffer onder de fietsenstalling bij het gemeentehuis in Neerijnen. Tot nu toe werd dat gedoogd, maar op Allerheiligen, 1 november aanstaande, dient hij te vertrekken...

De ME zal hij zeker niet op hem afsturen, maar de datum van vertrek staat wel vast. Daarover laat de burgemeester van Neerijnen, A. Jansen, geen misverstand bestaan. Problemen met de aimabele monnik, die zowel binnen als buiten het dorp op veel sympathie kan rekenen, verwacht hij niet. “Hij heeft mij beloofd op 1 november te zullen vertrekken en zal zijn woord houden”, beweert de burgemeester. Van den Berg echter: “De Moeder Gods wil niet dat ik vertrek. Ik ga wel en ik ga niet. Het laatste woord is aan God, heb ik tegen de burgemeester gezegd...”

Het verhaal van Jozef van den Berg (44) in een notedop: twintig jaar lang maakte hij nationaal en internationaal furore als acteur en poppenspeler. In 1989 bekeerde hij zich tot het Grieks-orthodoxe geloof. Twee jaar later brak hij, in het theater in Cuyk waar hij ooit begon, zijn theaterloopbaan definitief af. Hij verliet vrouw en vier kinderen en trok een monnikspij aan. Geleid door de Moeder Gods zelve streek Jozef van den Berg - niet ver van zijn mooie huis in Herwijnen - neer in de fietsenstalling in Neerijnen. Vlakbij het gemeentehuis, tussen prachtige natuur. Sindsdien woont en bidt hij er onder de golfplaten in een oude koffer die ooit dienst deed in een van zijn theaterprogramma's. Omwonenden en sympathisanten vullen zijn openluchtkeuken met blikken en potten of brengen vers fruit, belegde boterhammen en warme drank. Vooral in de weekeinden trekt Jozef veel bekijks. “Ik probeer trouw de opdracht te vervullen die ik heb ontvangen van de Moeder Gods.”

De burgemeester over 1 augustus 1991, de datum waarop Van den Berg zich in de stalling nestelde: “Het is zeker een vreemde gewaarwording als er plotseling iemand in je fietsenstalling woont. Je praat erover; je denkt er over na. Ben je een erge felle, dan zeg je meteen: wegwezen. Ik zag er echter geen kwaad in. Hij was niemand tot last en bovendien hou ik wel van merkwaardige mensen. Hij zit op een teken van de Hemel te wachten, zegt hij. Ik dacht destijds: het wordt binnenkort najaar; dat teken zal wel gauw komen, maar hij is gebleven en nu zit hij er nog.”

De laatste weken, met de vertrekdatum in zicht, zijn bij de burgemeester stapels brieven en adhesiebetuigingen met als strekking 'laat Jozef blijven' binnengekomen. Schoolkinderen verzamelden honderden handtekeningen en kunstenaars sprongen voor hem in de bres. Ook de politiek debatteerde. Voor de een is Jozef 'een vlinder in de tuin', voor de ander een gevaar voor de openbare orde. Burgemeester Jansen: “Hij kan daar niet eeuwig blijven zitten. Dat is duidelijk. Er worden vergelijkingen getrokken. Zo hebben wij een tijdje terug de situatie op de camping in Neerijnen onderzocht. Er bleek dat sprake was van permanente bewoning waar dat niet mocht. Natuurlijk zeggen die mensen dan: waarom mag hij in die fietsenstalling wel blijven en wij niet...”

De gemeente bood hem een huisje in het dorp aan en zelfs een plekje verderop in het bos, maar Jozef accepteerde dat niet. Het fietsenhok is hem naar zijn zeggen op mysterieuze wijze aangewezen door de moeder Gods. Dus wacht hij daar op een volgend mysterie, dat wil zeggen een nieuwe boodschap waarheen hij eventueel verder moet gaan. Hij ondervindt veel sympathie, maar er zijn ook mensen die niet geporteerd zijn van zijn ideeen. “Het is hier een zwaar gereformeerde regio”, verklaart burgemeester Jansen. “Tegen de kinderen uit het dorp vertelt Jozef allerlei religieuze verhalen, waar die kinderen vervolgens thuis mee aankomen. Dat valt niet overal goed.”

De kistkoffer is ingericht als een mini-klooster, compleet met ikonen, waxine-verlichting, en oosters tapijt. Uren brengt Jozef van den Berg er in door. Mediteren mag het van hem niet genoemd worden. Overwegen is wat hij doet. “Ik heb twintig jaar gemediteerd. Overwegen is iets anders. Er is een God. Een Schepper. Als de mens mediteert kan het goed zijn dat hij iets van zichzelf vindt, maar daarmee God nog niet.” Mensen maken zich volgens Van den Berg “druk om het geschenk, niet om de schenker.” Onvoorstelbaar is het geduld waarmee Van den Berg, dag-in-dag-uit, aan iedereen die het maar wil horen, tientallen keren per dag bereid is uit te leggen wat hem beweegt en waarom hij daar in die fietsenstalling zit. Echt duidelijk zal het de gemiddelde bezoeker niet worden, beseft hij heel goed. Wat hij meemaakt is “de ontvangst van een alles te bovengaand geschenk. Daar zijn gewoon geen woorden voor...”

God stuurt al geruime tijd zijn leven. Op een zeker moment richting Grieks-orthodoxie. “In het theater trachtte ik altijd de inhoud van mijn geestelijke leven - mijn hart - te verbeelden. Dat leidde ook tot mijn laatste stuk 'Genoeg gewacht', dat ik schreef tijdens het stervensproces van mijn broer Aloys. Dat was in 1988-1989. Ik was zoekende; had geen antwoord op de dood. De Moeder Gods speelde toen al een grote rol. Op 14 september 1989 - het was in de schouwburg van Antwerpen - vielen mij plotseling de schellen van de ogen. Onverdiend ben ik gaan zien dat God bestaat.

Ik ben gestopt met theatermaken en bewandel de weg die mij door de Moeder Gods wordt gewezen.” Na zijn 'bekering' stuurde God hem niet terug naar de Rooms-Katholieke kerk (waarin hij is opgevoed) maar naar de orthodoxe kerk: “De eerste kerk op aarde, die duizend jaar lang als een kerk heeft bestaan.” De kerken die zich van de orthodoxie hebben afgesplitst, zoals Rome, zijn volgens Van den Berg ”gaan dwalen. Er is iets fout gegaan.” Heeft hij, zoals weerloze kluizenaars elders wel overkwam, al met agressie te maken gehad? “Iedereen die iets waars komt zeggen krijgt strijd. Ik ondervind best beproevingen, maar over het algemeen word ik heel vriendelijk en liefdevol bejegend. Ik zit hier inderdaad volstrekt weerloos. Dat is de positie waarin de Moeder Gods mij heeft gebracht. Het is de positie ook waarin ik moet zijn. Om zo juist op God te vertrouwen. God wil dat iedereen dat overkomt.” Dat veel mensen, in tegendeel, hun deur juist op slot doen, of zelfs de deur niet meer uitkomen, is volgens Van den Berg dan ook niet in de haak. “Mensen worden de gevangenen van hun eigen slot. De enige manier om te weten of iemand te vertrouwen is, is iemand vertrouwen. God wil helpen, maar je moet wel geholpen willen worden.”

Midden in het gereformeerde land, beschouwt Van den Berg zich als 'vooruitgeschoven pion' van het Grieks orthodoxe geloof. Het klinkt haast als een excuus: “Ik ga echt een weg die ik moet gaan...”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden