Wachten op volgende opstand

Het Keniaanse leger heeft met harde hand een clanoorlog in het noorden bedwongen. In datzelfde gebied zorgen Somalische militanten voor aanhoudende dreiging.

In de smoorhete en droge grensplaats Elwak geldt een avondklok. Tussen zes uur ’s avonds en zes uur ’sochtends mag men zich niet op straat vertonen. Officieel, want de politie gedoogt een iets minder strikte naleving van het verbod.

Aan de Somalische kant van de grens zwaaien de radicale islamisten van Al-Shabaab de scepter. Sinds de extremisten vorig jaar Kenia binnenvielen en twee Italiaanse nonnen gijzelden (zie kader) bewaakt een zwaar versterkte troepenmacht van het Keniaanse leger de poreuze landsgrens. Vrachtverkeer tussen beide landen is stilgelegd. Er gaan vele wegen richting Somalië, zo weet de bevolking, maar alleen de meest gewieksten slagen er nu nog in om handel te drijven met het buurland.

De plotselinge inval van Al-Shabaab-milities in november volgde op een escalatie van het oude conflict tussen de Garre- en Murulle-clans, die deze Mandera-regio domineren. Deze twee bevolkingsgroepen – beide Somali sprekend – zijn in een harde, soms gewelddadige strijd verwikkeld om schaarse middelen zoals graasland en water. In de clanoorlog vielen vorig jaar meer dan twintig doden. Om dit conflict te smoren werd ook het leger ingezet. Dat moest tevens de clans ontwapenen.

„Alle wapens zijn in beslag genomen”, stelt een plaatselijke leider in een kringgesprek met ouderen, georganiseerd door hulporganisatie Care. „Zonder de militaire interventie waren er nog meer doden geweest.” Dus de operatie was succesvol? Er ontstaat enig rumoer onder de aanwezigen. „Nee”, roept lokale politicus Isaac Derow Ibrahim. „Veel onschuldige mensen zijn opgepakt en geslagen”. Die opmerking gaat de enige vrouw aan tafel te ver. „En wel omdat zij illegale wapens dienden in te leveren”, zegt deze Saadia Ali.

Hoe omstreden de militaire operatie is, wordt duidelijk na een bezoek aan het noordelijker gelegen Wargadud. Het landschap bestaat uit ronde hutjes, kale stekelige bomen en stof dat bij iedere stap in wolkjes opdwarrelt. „Ze hebben veel slechts aangericht”, zegt Hawa Ibrahim met zachte stem. „De militairen sloegen en verkrachtten ons.”

De moeder van zes sloeg op de vlucht. Vier dagen liep ze om de plaats Takaba te bereiken, daar was het veilig. „Mijn voeten waren opgezwollen, ’s avonds vroeg ik herders om eten. Ik droom nog steeds van die tocht.” Andere bewoners bevestigen verhalen over plundering, mishandeling en verkrachting. „In plaats van de Shabaab te bestrijden, terroriseert het leger ons”, zegt dorpsoudere Ibrahim Ibren Ali.

De twistappel is volgens hem de zeggenschap over een strategische waterput, die nu door de overheid wordt beheerd. Water is zo schaars in dit gebied en van vitaal belang voor de gemeenschap, die drijft op veeteelt. „Het is nu kalm maar een oplossing voor het conflict is er nog niet”, meent Ibren Ali.

Volgens de commissaris van Elwak Silas Gatobu klopt het dat velen op de vlucht sloegen voor het militaire optreden, maar ’die dingen horen er nu eenmaal bij’. De commissaris ontkent dat het leger mensenrechten heeft geschonden.

Ondanks de militaire aanwezigheid worden er vanuit Somalië wapens Kenia in gesmokkeld. Volgens sommigen is de grens nog steeds verre van waterdicht. Zolang de pas gekozen Somalische president Sheikh Sharif Ahmed – zelf een gematigd islamist – de opstandige militanten niet onder controle krijgt, is het onwaarschijnlijk dat het Keniaanse leger zijn troepensterkte aan de grens zal afbouwen. „Maar de clanoorlog kan weer oplaaien zodra het leger is vertrokken”, zegt een Keniaanse hulpverleenster die zich bezighoudt met conflictbemiddeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden