Wachten op de tijd

Wachten op de tijd en gedichten verzamelen in het Vlaamse boerengat Watou.

Een beetje mallotig is het wel: je rijdt 350 kilometer naar Watou, een onbeduidend boerengat in West-Vlaanderen. Om daar, tegen betaling, stil te staan bij een boom, een rietkraag of een vlierbesstruik. Uit die struik klinkt dan een stem, die kalm en serieus of speels en bezwerend poëzieregels debiteert. Het gedicht van Tom van Deel, ook criticus van deze krant, sluit mooi aan bij de omringende weilanden en het gruizige pad dat langs de vlierbes voert: ,,In deze ruimte van het landschap / is de tijd tentoongesteld: aarde / vol keien die het ijs bezwaarden.''

Als een vervreemdende mantra scheert de poëzie langs koeien en hopakkers, cafés en oudere mannen die op straat een Vlaams soort jeu de boules spelen. En toch is dat juist de kracht van de Poëziezomers: dat je op de raarste plekken met poëzie en kunst geconfronteerd wordt. Een boerenschuur, een graanzolder, een muffe kelder, een verlaten woonkamer met vochtig behang, een vlierbesstruik aan de rand van het dorp: ze vormen een onmuseale huis-, tuin- en keukensetting voor het werk van 50 dichters uit Nederland en Vlaanderen en 41 beeldende kunstenaars uit 15 verschillende landen.

Vorig jaar was het oorlog in Watou; toen stond de geëngageerde kunst centraal en spatten het bloed en de woede er van de muren. Dit jaar, tijdens alweer de 24ste editie van de Poëziezomer, kozen samenstellers Gwy Mandelinck, zijn vrouw Agnes Hondekyn en Jan Hoet (beeldende kunst) voor een meer abstract en esthetisch programma. 'Als een deur zonder huis die nog openstaat' -met deze cryptische slogan laten zij de wereld binnen in Watou. Digitalisering en globalisering, begrenzing en 'ontgrenzing' in tijd en ruimte, dat zijn dit jaar de sleutels tot een boeiende, mooi afgewogen maar wel minder emotionerende manifestatie.

De digitalisering kreeg een concrete vorm: dit jaar hangen de gedichten niet in handschrift op grote canvas doeken, maar komen ze uit strakke stalen kastjes uit de muur. Eén druk op de knop en na een zacht geratel spugen 26 printers in evenzoveel ruimtes witte kaartjes met gedichten uit. Die kan de bezoeker zelf verzamelen, in een wit boekje dat je bij het entreekaartje krijgt. Je loopt ermee van het dorpsplein via de graanschuur en de brouwerij naar de boerenhoeve en beheert zo je eigen 'verzamelde gedichten'.

Drie jubilerende dichters vormen het hart van deze bloemlezing: Hugo Claus (75), Rutger Kopland (70) en Gerrit Komrij (60). Ze zijn te zien op repeterende video's in drie schuren in verval: ongemakkelijke, intrigerende close-ups van craquelé gezichten. En dan is het vooral Komrij's snerpende stem die je vanuit de tv-kastjes vastpint en meezuigt met 'Alles wat er is': ,,Ik wil als fulltime idioot / hokken in het luchtkasteel / dat leven heet en langer dood. / Bungelen wil ik op een steel.''

De tijd blijft ongrijpbaar, ook in het nou niet bepaald mondaine Watou. En dat is helemaal niet erg, dicht Kopland: ,,Tijd - het is vreemd, het is vreemd mooi ook / nooit te zullen weten wat het is.''

In haar 'Chambre de Madame Maintenant' (2004) probeert de Duitse kunstenares Angelika Höger het 'nu' wel te vangen. Haar kunstwerk is een schimmelige kamer met een curieuze, ironische collectie van bewegende, toeterende en loeiende rotzooi: haarföhns en stofzuigers blazen op plastic orgeltjes, oude supermarktbonnetjes fungeren als behang, krulspelden, opgezette vlinders, haarborstels, slagroomgardes en oude pannetjes slingeren rond als tastbare herinneringen aan een particulier 'toen'.

Het 'nu' is nog indringender verbeeld door de Australische kunstenares Vanessa Beecroft ('Performance', 1999) die een video maakte van wachtende danseressen. Eerst staan ze mooi en trots rechtop, dan zie je hun wiebelende naaldhakken en friemelende handen. De meisjes frunniken aan de bandjes van hun bh's, zoeken naar een houding, hurken, hangen, gapen en denken vast: gebeurt er nou nog wat? En zo spiegelen zij de toeschouwer, die op zijn beurt wiebelt en wacht en denkt: komt er misschien toch een apotheose?

Samen wachten: het levert een onverwachte vorm van concentratie op, die ook de zwart-wit videoperformance van Joseph Beuys intrigerend maakt. In 'Eurasienstab - Fluxorum organum opus 39' (1968) zie je hem 20 minuten lang rommelen met balken en kalk in een lege achterkamer. Beuys zet een balk midden in de kamer, haalt die later weer weg, voert een vertraagd ballet voor de doe-het-zelver op, in wat je gerust een onorthodoxe klusvideo kunt noemen.

En zo biedt deze 24ste Poëziezomer nog meer boeiende ervaringen, met als hoogtepunt de strakke, geometrische lijnen van de kunstenaars Sol LeWitt, Richard Long en Richard Serra in grote boerenschuren met golfplaten dak. Het belang van poëzie wordt in Watou ook gerelativeerd: door Menno Wigman in het gedicht 'Misverstand': ,,[...] sinds een maand / of drie geloof ik meer en meer dat poëzie / geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte / die je met een handvol hopeloze idioten deelt.''

Kunstliefhebbers en idioten, snel voorwaarts naar Watou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden