Wachten in het voorportaal van Zuid-Afrika

In het Zuid-Afrikaanse grensstadje Musina bivakkeren hordes Zimbabwaanse asielzoekers zonder enige voorzieningen langs de weg.

Als de avond valt, bereiden zo’n duizend asielzoekers zich op het stoffige expositieterrein aan de rand van Musina voor op een nieuwe nacht in de open lucht. Tussen het afval in de berm zoeken ze naar karton om op te slapen. Sommigen hebben van landbouwplastic een tentje gemaakt langs de prikkeldraadhekken, waar wasgoed hangt te drogen.

Verreweg de meeste vluchtelingen komen uit het door chaos en cholera geteisterde Zimbabwe. Zij hebben hun laatste geld bij elkaar geschraapt voor de reis naar de grensovergang. Iedereen wil de crisis ontvluchten en in Zuid-Afrika geld verdienen om de familie thuis in leven te houden. „Zodra de situatie weer normaal is, gaan we terug naar Zimbabwe”, zegt de dertigjarige automonteur Tichaona Mangadza.

Hij is een van de vele Zimbabwanen die naar Musina zijn getrokken om bij de mobiele immigratiepost een werkvergunning aan te vragen. Maar de stroom is veel groter dan de 300 per dag die de post kan verwerken. De wachttijd in het voorportaal van Zuid-Afrika is opgelopen tot twee weken. De asielzoekers kamperen daarom noodgedwongen langs de kant van de weg.

In de avondschemering koken sommigen maïsbrij in lege blikken. De kampeerders voeden de rokende kampvuurtjes met plastic afval, dat overal rondslingert. „Er zijn hier geen vuilnisbakken en maar twee kranen en een paar mobiele toiletjes voor al deze mensen. En dan noemen ze ons vies”, moppert Mangadza.

Veel mensen doen hun behoefte daarom in de bosjes. De stank en de vliegen zijn niet te harden. Vanwege de slechte hygiënische situatie is het risico op verdere verspreiding van de Zimbabwaanse cholera groot. De enige medische voorziening bestaat uit twee kleine tenten, waarin vrijwilligers van Artsen zonder Grenzen op werkdagen spreekuur houden.

De mobiele immigratiepost staat er ook alleen op werkdagen. In drie kantoortrucks worden pasfoto’s gemaakt en vingerafdrukken genomen. Een dag later is de werkvergunning (geldig voor 6 maanden) klaar.

De asielzoekers moeten van de immigratiedienst zelf de wachtrij organiseren. Alleen vrouwen met kleine kinderen krijgen voorrang. Namen en volgnummers worden opgeschreven op een stukje karton, en dan kan het lange wachten in de hitte beginnen. Er is niets te doen.

Vluchtelingen die nog geen status hebben, mogen van de politie niet het terrein af. Even een brood of een blikje cola halen is er dus niet bij. Daarom zitten twee jonge Zimbabwaansen mét werkvergunning bij de ingang van het expositieterrein. Zij verkopen zakjes chips en biscuitjes. „Om eten te kopen, verkopen mensen bijvoorbeeld hun kleren”, leggen ze uit. Gelukkig deelt de nabijgelegen kerk vaak maaltijden uit.

Je lichaam verkopen is ook een optie. Jabulani Prospasiziba, een pooiertje met grote vierkante diamanten in z’n oren, meldt trots dat hij de eigenaar is van MLA, de Musina Ladies Association. „Ik verkoop de meisjes aan truckers. Honderd rand per uur, of 150 voor de nacht.” Zelf houdt hij niet meer dan 10 procent in, bezweert hij. Mannen zet hij ook aan het werk, als truckwassers.

Wie de werkvergunning eenmaal heeft, kan vaak nog niet weg. Zoals de 22-jarige lasser Trueman Nare. „Nu wil ik door naar Johannesburg. Maar een buskaartje kost 150 rand en ik heb geen geld meer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden