Wacht IS hetzelfde lot als het vergeten kalifaat van Algerije?

Een Algerijnse vrouw die meerdere naasten verloor bij een aanval van islamisten wordt getroost door een familielid in een ziekenhuis in Algiers. World Press Photo, 1998. Beeld ANP

De Algerijnse terreurbeweging GIA was de IS van de jaren negentig. Deze wrede jihadisten vonden onderdak bij Al-Qaida. Is dat ook het voorland van IS?

In augustus 1994, precies twintig jaar voordat IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi het kalifaat uitriep in Syrië en Irak, en zichzelf tot kalief benoemde, werd ergens in Algerije een kalifaat uitgeroepen. De boodschap was afkomstig van de Algerijn Cherif Gousmi, de leider van terreurbeweging Groupe Islamique Armé (GIA). Net als al-Bagdadi benoemde hij zichzelf tot kalief en beschikte hij over een leger van koppensnellers.

De ideologie, de opkomst en neergang van deze bijna vergeten terreurbeweging vertoont bijzondere overeenkomsten met IS. De gelijkenissen zijn in sommige opzichten zo sterk dat zij wellicht inzicht kunnen bieden in het lot van IS.

Opstand 

Net als Syrië in 2011, werd Algerije begin jaren negentig getroffen door een opstand. Wat begon met een proces van optimisme en hoop op politieke verandering, eindigde in een burgeroorlog (1991-1999), die Algerijnen liever aanduiden als 'het zwarte decennium'.

Eind jaren tachtig maakte Algiers bekend dat het vrije verkiezingen uitschreef. Aan de verkiezingen deden de islamisten van het Islamitisch Heilsfront (FIS) mee. Zijn doel was de vestiging van een islamitische staat en het afschaffen van de democratie via democratische verkiezingen. FIS-leider Ali Belhadj verklaarde de democratie als 'afvallig' en zei: "Ik erken geen wetten of partijen die niet de Koran of de Soenna volgen. Ik vertrap ze met mijn voeten. Deze partijen moeten het land verlaten, ze moeten worden onderdrukt."

Het FIS deed toch mee aan de verkiezingen in 1991, waar het een klinkende overwinning behaalde. De beweging had een trouwe aanhang, met name onder werkloze jongeren uit de sloppenwijken van de grote steden. Bij de parlementsverkiezingen van 1991 stemde 24 procent van het electoraat op de beweging, maar de FIS behaalde daarmee alsnog 75 procent van alle zetels. De oorzaak hiervan was dat de meeste mensen thuis waren gebleven, maar de FIS-aanhangers massaal waren komen opdagen om hun stem uit te brengen. Met deze uitslag had de FIS, ondanks relatief weinig stemmen, genoeg zetels om de staat te veranderen in een theocratie.

Geannuleerde verkiezingen 

Het Algerijnse leger greep in en annuleerde de verkiezingen. FIS-leider Belhadj verklaarde de regering de oorlog en zweepte zijn aanhang op. Tijdens een bijeenkomst riep hij hen op om de wapens op te nemen. Over de vijanden zei hij dat zij 'het niet verdienen om gedood te worden door kogels' omdat deze te kostbaar waren. Want ook 'tijdens de bevrijdingsoorlog (de oorlog tegen de Franse bezetter, red.) werden de kelen van de verraders doorgesneden, men schoot hen niet dood.' Onthoofdingen werden het handelsmerk van de islamisten, net als later bij IS.

De FIS-leiders werden opgepakt en afgevoerd naar martelcentra, terwijl andere kopstukken de bergen in vluchtten en daar de wapens oppakten. De burgeroorlog begon, die pas in 1999 eindigde en aan maar liefst 150.000 mensen het leven kostte.

Jihadistische organisaties

Net als in Syrië begon de oorlog aanvankelijk chaotisch. Er doken allerlei jihadistische organisaties op, maar al gauw namen de radicaalste clubjes de leiding over. De extreemste organisatie onder hen was de GIA, en deze speelde ongeveer dezelfde rol in de Algerijnse burgeroorlog als IS in de Syrische.

Zoals IS voortkwam uit Al-Qaida, zo begon GIA aanvankelijk als de gewapende tak van de FIS. En net zoals IS op den duur zich afscheidde van Al-Qaida, zo ging de GIA in de loop van de oorlog een eigen leven leiden.

De GIA werd gedomineerd door 'Afghanen', oftewel, Algerijnen die in de jaren tachtig in Afghanistan tegen de Sovjets hadden gevochten en daar de zege behaalden. Na de oorlog, eind jaren tachtig, keerden deze Afghanistan- veteranen terug naar Algerije met jaren oorlogservaring. Zij hadden zojuist een nucleaire supermacht verslagen, dus dachten zij ook de Algerijnse staat met gemak omver te kunnen werpen. Maar daarin vergisten zij zich.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Een yezidi-meisje, dat is ontsnapt als seksslavin bij IS, wordt opgevangen door andere yezidi op de berg Sinjar in Noord-Irak, 2014 Beeld eddy van wessel

IS wordt eveneens gedomineerd door jihad-veteranen, met name die na de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 de wapens opnamen tegen de coalitiemilitairen. Wat deze veteranen allemaal met elkaar gemeen hebben is hun antisociale karakter. Zij opereren grotendeels als leden van geheime genootschappen of als sekteleden. In Algerije droegen de Afghanistan-veteranen bijvoorbeeld vreemde kleren, zoals gebruikelijk was bij de Taliban. Zij verschenen op straten met tulbanden, camouflagekleding en daaronder sportschoenen. Zij hingen voor Algerijnen ook vreemde ideeën aan. Vandaar ook dat zij 'Afghanen' werden genoemd. Veel aanhang onder doorsnee burgers hebben beide groeperingen nooit genoten.

Net als IS wierf de GIA vooral nieuwe leden onder de verarmde stedelingen, wat Marx het 'lompenproletariaat' noemde. De hangjeugd die de hele dag tegen een muur leunde - zij heetten in de volksmond daarom hitistes, naar het Arabische woord 'hit' voor muur - werd massaal gerekruteerd voor de jihad. Werkloze studenten, criminelen, laagopgeleiden, smokkelaars en schuldenaars, sloten zich in groten getale aan bij de terreurbeweging.

Veel terrein 

De GIA veroverde met deze jongeren veel terrein in Algerije. De Amerikanen hielden er begin jaren negentig zelfs rekening mee dat de jihadisten de strijd zouden winnen. Delen van Algiers waren onbegaanbaar voor de Algerijnse strijdkrachten, en op het platteland lieten de autoriteiten de verdediging van de dorpen over aan de dorpsbewoners.

Maar aan het succes van de GIA kwam halverwege de jaren negentig een einde. Zoals Al-Qaida IS in 2006 tot de orde probeerde te roepen toen het door zijn buitensporige geweld de burgerbevolking van zich begon te vervreemden, zo waarschuwden zowel Al-Qaida als de FIS de GIA destijds om de geweldsorgies te beperken. De inwoners van het 'kalifaat' moesten zich namelijk conformeren aan de extreemste islamitische wetgeving. Vrouwen die geen gezichtssluier droegen, werden doodgeschoten of onthoofd. Bij wie 'verderfelijke' lectuur werd aangetroffen, werd in het openbaar een nekschot toegediend. In gebieden waar GIA-strijders verschenen, vonden ook geregeld groepsverkrachtingen door jihadisten plaats.

Massaslachting

De GIA ging in 1995 zelfs zover om niet alleen de overheid als afvallige te beschouwen, maar de gehele samenleving. Alle Algerijnen werden voortaan vogelvrij verklaard, zoals de inwoners van het stadje Bentalha. In 1997 vond er onder hen een massaslachting plaats. Honderden burgers werden daar op de gruwelijkste wijze omgebracht, de vrouwen en meisjes pas nadat ze waren verkracht.

Net als IS, ging de GIA ten onder aan haar eigen wreedheid. De burgers keerden zich tegen de islamisten. Zelfs zij die aanvankelijk op de FIS hadden gestemd vroegen nu om overheidsbescherming.

Tegelijkertijd werd de GIA geteisterd door verdeeldheid. De groepering verklaarde een aantal van haar eigen leden tot afvalligen. De geheime diensten speelden hierbij ook een rol. Overheidsspionnen, de zogeheten agents-provocateur binnen de GIA, manipuleerden de beweging door het aanmoedigen van domme maatregelen. De jihadistische beweging werd kapot geïnfiltreerd en tegen zichzelf uitgespeeld.

Grootste fout 

Net als bij IS was misschien de grootste fout van de Algerijnse jihadisten het plegen van aanslagen op westerse doelen. De GIA begon in 1993 buitenlanders in Algerije te executeren, net zoals IS dat deed met buitenlandse gijzelaars. De beruchtste zaak was de ontvoering van zeven Franse monniken in 1996 en hun onthoofding in het daaropvolgende jaar.

De GIA pleegde in 1995 ook aanslagen in Frankrijk. Het kaapte een vliegtuig en pleegde een bomaanslag in een Parijse metro. Het Algerijnse regime verkreeg door deze aanslagen internationale steun en sympathie.

De GIA raakte compleet geïsoleerd, zowel in binnen- als buitenland. Daarna volgde er nog een ramp: het Algerijnse amnestieprogramma. Eind jaren negentig bood de regering jihadisten amnestie of strafvermindering aan in ruil voor het neerleggen van de wapens. Jihadisten die moe waren van het vechten gingen in op het voorstel, en lieten hun strijdmakkers in de steek. De GIA raakte eind jaren negentig zelfs zo verzwakt dat er nog maar een paar honderd man achterbleef.

Teruggetrokken in de woestijn 

Een deel van de GIA ging na de vele nederlagen de bergen in en een deel vluchtte naar de Sahara. IS heeft zich nu eveneens teruggetrokken in de woestijn, in het grensgebied tussen Syrië en Irak. Tot hier hielden de ontwikkelingen tussen beide organisaties ongeveer gelijke tred: het verloop van de GIA is bekend, dat van IS nog niet.

In de Sahara kwam de GIA tot het inzicht dat het doden van burgers geen goed idee was, en op aanraden van Al-Qaida liet het in 1998 haar IS-strategie compleet varen. En bij een nieuwe gedaante hoort ook een nieuwe naam: in hetzelfde jaar nam het GIA-restant de naam Salafistengroep voor Prediking en Strijd (GSPC) aan. en in 2006 werd ze zelfs officieel onderdeel van Al-Qaida.

Al-Qaida 

Tegenwoordig kennen we de beweging onder de naam Al-Qaida in de Islamitische Maghreb. Deze groepering werd vooral bekend door haar opmars in Mali in 2012. Nadat een Franse interventie begin 2013 de jihadisten weer uit Malinese steden verdreef, bleef de terreurgroep verspreid over de Sahel actief. Vorige week werden bijvoorbeeld drie Amerikaanse militairen door jihadisten gedood in Niger, vermoedelijk waren zij lid van deze beweging.

Een toekomst als onderdeel van Al-Qaida staat mogelijk ook IS te wachten, als het zich als de verloren zoon laat opnemen na een 'bezinningsperiode' in de woestijn. Tot nog toe is er van een hereniging geen sprake, maar IS en Al-Qaida voeren in de laatste maanden opvallend veel gesprekken. In april onderschepten Iraakse geheime diensten communicatie tussen beide groeperingen, die wees op een toenaderingspoging.

De westerse geheime diensten vrezen met name de invloed van de zoon van wijlen Osama bin Laden: Hamza bin-Laden. Deze jihadist wordt klaargestoomd voor het leiderschap van Al-Qaida en geniet respect van zowel IS als Al-Qaida, want beide organisaties beschouwen zich als de trouwste studenten van Osama bin-Ladens ideologie. Analisten vrezen dat hij vanwege zijn afkomst en charisma in staat zal zijn om IS in te lijven, zoals Al-Qaida dat eerder deed met de restanten van de GIA. Gaat IS zijn Algerijnse voorgangers achterna, dan wacht Syrië en Irak nog een geduchte tegenstander.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden