Column

Waarom zoveel mensen van wielrennen houden? Kijk naar Tom Dumoulin

Marijn de Vries. Beeld Foto: Maartje Geels
Marijn de Vries.Beeld Foto: Maartje Geels

Wil je weten waar wielrenners van dromen, kijk dan naar hoe Tom Dumoulin naar Oropa klimt. De dag vol vlakke kilometers sust me in slaap. De renners rijden hard, kat en muis, dat spelen ze.

De roze rug daar in hun midden drijft kalmpjes op de stroming mee. Lang laat het peloton geen groepje gaan. Tot er drie vooruit fietsen, dan toch, ineens. Ze rijden. En hopen. Tevergeefs. De bek van de kat spert zich open en vreet de drie ontsnapte muisjes op.

Het gaat omhoog. Vijf kilometer maar. Een voor een springen er renners weg. Mijn ogen zien het, maar volgen vooral elk glimpje roze. Wat doet Dumoulin? De roze man blijft rustig, stoïcijns. Zelfs als zijn grootste concurrent versnelt. IJzig kalm ziet hij het Colombiaantje gaan; Nairo Quintana fladdert razendsnel bergop. Tom blijft trappen, zittend in het zadel, regelmatig als een metronoom - en lost alsof het bijzaak is de Haai van Messina, Vincenzo Nibali.

Wil je weten waarom kinderen wielrenner willen worden, kijk dan naar wat Tom Dumoulin vervolgens doet. Met een pokerface uitgevoerd tot in perfectie nadert de roze man de ontsnapte Colombiaan. Bij zijn achterwiel, daar is hij nu. Quintana voelt het. Hij blikt om, over zijn schouder. Kijkt echt. En weet niet wat hij ziet. Majestueus verheft Tom zich uit het zadel, strekt zijn lange lijf, en gaat er met mokerslagen zélf vandoor.

Quintana spartelt, houdt het wiel, net niet, of wel, hij weet het zelf niet eens. Zelden maakte Nairo zoiets mee. Hij hangt en wurgt. Tom trekt de touwtjes nog iets strakker aan. Slechts Zakarin blijft hangen, hoofd diep tussen de schouders, als een verwrongen ijzerdraadje tussen zijn frame en stuur.

Als een baas

Wil je weten waarom zoveel mensen van wielrennen houden, spoel dan de laatste passage nog eens terug. Met zijn allerlaatste krachten versnelt Ilnur Zakarin. Hij haalt Tom in. Maar dat geeft voor geen meter: de roze trui heeft zijn directe belagers namelijk dubbel en dwars gelost. Als een baas, zo dominant. Mijn ogen registreren, maar geloven niet wat ze hier zien. Dit zijn niet zomaar renners, het zijn de besten van de wereld. Tom rijdt ze eraf alsof hij nooit anders deed.

Als je dacht dat dat het was, blijf kijken. En kijk goed. De roze trui is nog niet klaar. Op de keitjes, in de laatste meters, gaat ook Zakarin eraan. Ilnur staat op de pedalen, kijkt onder zijn ellebogen door, denkt te winnen, zijgt weer neer. Zuur in zijn benen, uit zijn oren, maar hij wint hier, let maar op. In zijn wiel komt Tom voor een tweede keer uit het zadel. Moeiteloos zo lijkt het - maar de pijn moet onverdraaglijk zijn. Hij maakt vaart en sprint, heeft zoveel meer kracht over dan je dacht, met meters voorsprong komt hij over de streep.

Als je wilt weten wat ik zo prachtig aan wielrennen vind, dan had je mij nu moeten zien. Mond open, tot op mijn knieën, gapend naar het televisiescherm. De roze helm gaat af, aan de drie zongebruinde vlekjes in de aanzet van het haar herken je de coureur. Aan het gezicht met grijns van oor tot oor is geen lijden af te zien. Ik knipper met mijn ogen. Dit is waar je als wielrenner van droomt, hoor ik hem zeggen.

Dat niet alleen, zeg ik hardop tegen Tom op mijn tv: Dit. Van jou. Van wat jij nu doet. Dat is waar iedereen van droomt.

Lees ook: Dumoulin wil de rol van patron (nog) niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden