Waarom zijn niet alle wetenschappelijke artikelen gratis te lezen?

Beeld Hollandse Hoogte / Marc de Haan

Het zou mooi zijn als de kennis die wetenschappers genereren voor iedereen gratis beschikbaar zou zijn. Maar zo eenvoudig is het niet.

Van de wetenschappelijke artikelen die worden geproduceerd aan de Nederlandse universiteiten is de helft voor iedereen gratis toegankelijk. Een mijlpaal; twee jaar geleden was het een dikke 40 procent. Maar waarom is het geen 100 procent?

Academisch onderzoek wordt – in ieder geval grotendeels – gefinancierd door de overheid, uit belastinggeld dus. Niets logischer dan de gemeenschap te geven waarvoor de gemeenschap heeft betaald. Het zou niet alleen billijk zijn, maar ook goed voor de wetenschap. Onderzoekers moeten kunnen voortbouwen op het werk van collega’s, en dat wordt lastig als dat werk alleen tegen betaling geraadpleegd kan worden.

Dat is voor het grootste deel van de wetenschappelijke productie het geval; wetenschappelijke artikelen worden doorgaans gepubliceerd in tijdschriften, waarop je een abonnement moet nemen. De basis daarvoor werd gelegd in 1665, toen de Royal Society – de Britse academie van wetenschappen – de eerste editie publiceerde van de Philosophical Transactions, het oudste wetenschappelijke tijdschrift ter wereld. Het verschijnt nog steeds en heeft gezelschap gekregen van tienduizenden andere tijdschriften. Het van oorsprong Nederlandse Elsevier, een van de grote wetenschappelijke uitgevers, heeft een kleine 3000 tijdschriften in huis.

Wetenschappelijke tijdschriften zijn een lucratieve tak van sport, want de uitgever hoeft de auteurs die artikelen aanleveren niet te betalen, noch de wetenschappers die die artikelen op kwaliteit beoordelen. Wetenschappers krijgen dus niets voor de diensten die ze leveren, maar betalen wel voor een abonnement op zo’n tijdschrift honderden tot duizenden euro’s per jaar. De achterliggende ratio is dat de hele machinerie die uitgevers hebben gebouwd moet zorgen dat alleen heel goede artikelen worden gepubliceerd. Ze staan borg voor wetenschappelijke kwaliteit.

“Als de winsten van wetenschappelijk uitgevers zouden dalen naar 20 procent van hun huidige niveau, zou je genoeg geld hebben voor de overgang naar een systeem waarin alle wetenschappelijke artikelen kosteloos toegankelijk zijn”, zegt Karl Luyben. Luyben, voormalig rector van de Technische Universiteit Delft, werd eerder dit jaar door het kabinet benoemd tot nationaal coördinator open science. Hij leidt een breed streven naar het opengooien van de academische kennisproductie, en een onderdeel daarvan is open access: vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties.

Afhankelijk

Open access is al lange tijd een nobel streven. De lidstaten van de Europese Unie beloofden ooit dat die in 2020 een feit zou zijn. Maar het schiet niet erg op. En veel beschuldigende vingers wijzen naar de uitgevers, die vasthouden aan hun abonnementeninkomsten, en dat ook kúnnen doen omdat de wetenschappelijke wereld zich van hen afhankelijk heeft gemaakt. Publiceren in prestigieuze tijdschriften bepaalt je wetenschappelijke status, loopbaan en verdiensten.

“Ja, we waren erg behoudend, maar inmiddels hebben we open access omarmd”, zegt Nick Fowler, bij Elsevier verantwoordelijk voor de open access strategie. ‘Omarmd’ betekent bij Elsevier dat een onderzoeker ervoor kan kíezen zijn artikel meteen bij publicatie gratis toegankelijk te maken voor iedereen. In dat geval betaalt de onderzoeker om te mogen publiceren.

Elsevier heeft een groeiend aantal tijdschriften met volledig open access. Volgens Fowler zullen er volgend jaar nog eens honderd worden gelanceerd. Een open access tijdschrift vraagt de lezer geen abonnementsgeld, maar brengt de wetenschappelijke auteur kosten in rekening voor het beoordelen, redigeren en publiceren van zijn artikel. Die rekening beloopt honderden tot enkele duizenden euro’s per artikel. Maar de meeste tijdschriften zijn een mengsel van verleden en toekomst: ze bevatten artikelen die alleen de abonnee kan lezen – tegen betaling – én artikelen die open zijn en waarvoor de auteur betaalt. Dat onderscheid kun je maken omdat tijdschriften vrijwel uitsluitend online worden gelezen.

Die zogenaamde hybride tijdschriften waren het antwoord van de uitgevers op de groeiende druk om van abonnementen naar open access te gaan. En volgens Fowler bieden ze nog steeds een goede route: “Als onderzoekers meer geld krijgen om open access te publiceren, zal het aantal artikelen waarvoor de abonnee nog moet betalen dalen, worden abonnementen goedkoper en kunnen universiteiten daarop besparen en meer middelen beschikbaar krijgen voor open access publiceren. Dan hebben we een geleidelijke overgang.”

“Dat was inderdaad de hoop toen die hybride tijdschriften kwamen: dat ze een overgang zouden zijn. Maar we zitten eraan vast”, zegt Stan Gielen, voorzitter van NWO, de grootste onderzoeksfinancier namens de Nederlandse overheid. Probleem is dat de uitgevers van hybride tijdschriften aan twee kanten inkomsten hebben, van de lezer en van de auteur, en geen druk voelen om naar volledig open access te gaan. Die druk moet komen van de onderzoeksfinanciers. Onder leiding van Gielen heeft NWO zich daarom aangesloten bij een initiatief van de Europese Commissie om een doorbraak te forceren naar open access.

Plan S

Dat initiatief kwam tot stand onder leiding van Robert-Jan Smits, een Nederlandse topambtenaar in Brussel. Plan S heet het, niet de S van Smits maar de S van ‘science, speed, solution, shock’. Het werd twee maanden geleden gelanceerd. Smits zei bij die gelegenheid in deze krant dat er voldoende onderzoekersfinanciers à la NWO achter het plan stonden om een doorbraak te forceren. Met de ondertekening van het plan zeggen die onderzoeksfinanciers dat je met ingang van 1 januari 2020 van hen alleen nog subsidie krijgt als je je onderzoeksresultaten open access publiceert. En ze beloven in hun subsidies rekening te houden met de kosten daarvan.

Sinds de lancering is er veel steun gekomen voor Plan S, maar ook de nodige kritiek. Om te beginnen van de uitgevers natuurlijk. Als alle onderzoeksfinanciers zouden zeggen dat wetenschappers alleen nog maar open access mogen publiceren is er geen probleem en komt er gewoon een eind aan abonnementen, zegt Nick Fowler van Elsevier. “Maar feit is dat 85 procent van de bijna 3 miljoen wetenschappelijke artikelen die jaarlijks verschijnen niet open access is maar wordt gepubliceerd in tijdschriften waarvoor de abonnee betaalt. Als jij besluit open access te publiceren en daarvoor te betalen, geef je de wereld een cadeautje, you buy the world a drink. Maar verwacht geen rondje terug van de Amerikanen of Chinezen.” Met andere woorden: je eigen werk vrijgeven verschaft je nog geen toegang tot het werk van alle anderen.

Critici, ook buiten de uitgeverijen, vrezen dat Plan S zal leiden tot een tweedeling. Want wetenschappers in het rijke Europa kunnen het zich veroorloven uitgevers te betalen voor publicatie van hun artikelen, maar hun collega’s in andere delen van de wereld kunnen dat niet.

Open access zou een spel der rijken worden en wetenschappers in minder rijke landen benadelen. Het antwoord van verdedigers van het plan is dat een tweedeling nu juist kan worden opgeheven, namelijk de tweedeling tussen wetenschapper die de dure abonnementen op toptijdschriften kunnen betalen en wetenschappers die daarvoor de middelen niet hebben.

Geen tijdschrift

Was de weerstand van uitgevers nog enigszins te voorspellen, minder verwacht was de kritiek uit de wetenschappelijke wereld, van onderzoekers zelf. In kritische reacties op het plan vrezen zij voor hun academische vrijheid. Stel, je krijgt straks een subsidie van NWO. In de voorwaarden staat dat je open access moet publiceren. Maar op jouw vakgebied is er geen open access tijdschrift van voldoende kwaliteit. Dan heb je een probleem.

Plan S zegt dat zijn ondertekenaars desnoods zullen zorgen dat zo’n tijdschrift er komt. Maar NWO-voorzitter Gielen maakt duidelijk dat hij dat niet op zijn bord wil hebben. Tijdschriften opzetten is niet de taak van onderzoeksfinanciers. Ze kunnen hooguit bevorderen dat uitgevers de benodigde open access tijdschriften opzetten.

Het gaat kritische onderzoekers niet alleen om dat publiceren zelf, maar ook om het feit dat hun beoordeling afhangt van aantallen publicaties in liefst prestigieuze tijdschriften. Als open access een plicht wordt, kan dat gaan drukken op hun beoordeling.

Gielen erkent dat probleem. Volgens de NWO-voorzitter moet er een nieuw beoordelingssysteem komen voor academisch onderzoekers, waarin niet wordt gekeken naar aantallen publicaties en aanzien van tijdschriften, maar naar iemands bijdrage aan de wetenschap. “Ook één enkele publicatie in een jaar, maar wel een baanbrekende, zou een goede beoordeling moeten opleveren.”

Meer delen

Gielen is optimistisch: hij verwacht dat dat nieuwe beoordelingssysteem er binnen een paar jaar zal zijn. Niet alleen vanwege deze discussie over open access, maar ook omdat de wetenschappelijke wereld op weg is naar open ­science, waarin niet alleen publicaties worden gedeeld maar ook de onderliggende onderzoeksgegevens. “Hoe goed wetenschappers dat doen, moet ook gaan wegen in hun beoordeling”, aldus Gielen.

Lees ook:

Europa wil gratis toegang tot wetenschappelijk onderzoek voor iedereen

Wetenschappelijke artikelen moeten voor iedereen gratis beschikbaar zijn. De Europese Commissie kondigt vandaag aan zich hier hard voor te maken. Nu nog vragen tijdschriften als Science veel geld voor toegang tot onderzoek dat vaak met publiek geld is gefinancierd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden