Review

'Waarom willen mensen zo'n vervalste, suikerzoete siroop-Mozart horen?'

,,Een cadeautje voor mezelf ter gelegenheid van m'n vijftigste verjaardag.'' Zo noemt Christian Zacharias zijn huidige Europese tournee waarin hij alle 21 pianoconcerten van Mozart speelt en dirigeert.

Met dit mega-project bezocht hij dit jaar Genève, Rome en Edinburgh met het Scottish Chamber Orchestra. Deze week is de serie gestart waarin Zacharias met het Nederlands Kamerorkest in het Amsterdamse Concertgebouw en de Rotterdamse Doelen al Mozarts pianoconcerten uit zal voeren in samenhang met andere muziek van Mozart en tijdgenoten, over drie seizoenen uitgesmeerd. In de eerste vier concerten klinken de zes pianoconcerten die Mozart in 1784 componeerde. ,,1784 was een van Mozarts meest succesvolle jaren. Hij was toen helemaal op de piano gericht en schreef naast zes pianoconcerten verder vrijwel uitsluitend werken voor pianosolo en kamermuziek waar de piano in meespeelt'', zegt Zacharias in een van de korte pauzes die hij zich gunt tussen de repetities.

Veel tijd voor ontspanning heeft hij momenteel niet. Op zich is het al zwaar om twee pianoconcerten op één avond te spelen, maar om deze dan ook nog te dirigeren en het orkest te leiden in twee grote symfonieën van Mozarts tijdgenoten Kraus en Haydn is pas echt een opgave.

Op de vraag waarom Zacharias zichzelf zo'n klus cadeau doet is het antwoord: ,,Zelfs de onbekendste pianoconcerten van Mozart zijn interessanter dan veel wat in de negentiende eeuw zo beroemd is geworden. Een fluitist wees me erop dat een meesterwerk als het Pianoconcert in F KV 459 nog nooit door het Nederlands Kamerorkest werd gespeeld. Dat merkte ik ook bij de andere Europese orkesten, zoals Orchestre de la Suisse Romande: altijd worden dezelfde vier of vijf concerten van Mozart gespeeld en sommige concerten domweg nooit!''

Om dat te doorbreken moest Christian Zacharias zelf een serie ontwerpen waarin hij het zelf volledig voor het zeggen heeft. ,,Ik vind het prettig om alles onder eigen regie te houden. Natuurlijk kost het meer energie om te dirigeren én te spelen. Je moet van tevoren precies weten: waar hebben de orkestleden me nodig, waar moet ik me om m'n eigen zaken bekommeren? Het is een kwestie van logistiek. De beloning voor de extra inspanning is groot. Van alle medewerkers kun je honderd procent concentratie verwachten. Iedereen is op hetzelfde doel gericht. Een dirigent kan nog zo met je meedenken, hij is toch een extra relais dat tussen solist en orkest zit, een vertaler. Dat merk je aan de orkestmusici. Er blijft altijd enige twijfel: kijken naar de dirigent of op het gehoor de solist volgen. Als de dirigent ook de solo speelt, krijg je een optimale interactie tussen de musici. Het orkest is bij Mozart een soort theatergroep, waarin de dirigent als een Alfred Hitchcock meespeelt en waarin ieder instrument een eigen karakter speelt. Het is mijn ideaal de orkestleden daarvan bewust te maken.''

Deze benadering lijkt moeilijk verenigbaar met het gegeven dat een concert letterlijk genomen een strijd (concertare = strijden) is tussen solist en orkest. ,,Bij Mozart is er nog niet zozeer sprake van een strijd tussen solist en tutti als in de latere, romantische pianoconcerten het geval is'', reageert Zacharias. ,,Die strijd begint bij Beethoven, in het langzame deel van zijn vierde pianoconcert. Daar moet de solist het als een eenzaam wezen opnemen tegen de massaliteit van het orkest. Daar zou het ook absurd zijn als de solist op de momenten dat hij niet speelt, plotseling datzelfde orkest zou gaan dirigeren. Toen ik dat stuk een keer uitvoerde zonder dirigent, heb ik het orkest daar z'n eigen gang laten gaan.'' Om deze reden zal Christian Zacharias de grote laatromantische pianoconcerten nooit zonder dirigent uitvoeren. ,,Ik heb dat nog wel gedaan in Schumanns pianoconcert, maar verder dan dat zal ik niet gaan. Het was heel moeilijk maar het leverde een prachtig, intiem resultaat op.''

In de tijd van Schumann was het al gebruikelijk dat er een aparte dirigent was, maar bij Mozart nog niet. De solist was tevens de maestro al cembalo, die ook in de tutti-delen de basso continuo-akkoorden met het orkest meespeelde. Dat laatste doet Zacharias niet. ,,Dat zou ten koste van de solo gaan. Bovendien klinkt het op een moderne Steinway afschuwelijk!'' Op de vraag waarom Zacharias dan geen Weense fortepiano uit de tijd van Mozart gebruikt, is zijn antwoord: ,,Ik speel er regelmatig op om na te gaan hoe Mozarts muziek vroeger geklonken geeft, maar het is absoluut mijn instrument niet. Als ik een fortepiano beluister, hoor ik geen schoonheid maar historie. Ik wil echter niet het verleden maar het héden horen. Op het instrument vertolk ik muziek die vroeger is geschreven, fris en actueel.''

Het opfrissen van bekende werken, dat is ook een van de opgaven die hij zich in deze serie gesteld heeft. ,,Neem het middendeel van het overbekende Pianoconcert in C, KV 467. Dit wordt altijd veel te langzaam gespeeld. Dit stuk is bekend geworden in van die afgrijselijke uitvoeringen. Ik vraag me af waarom de mensen zo'n vervalste, suikerzoete siroop-Mozart willen horen. Ik speel het zoals het bedoeld is, in alla breve-tempo, dus een stuk sneller dan men gewend is, wat zelfs het orkest shockeerde.''

Optredens: 30 september, 1 (matinee) en 3 oktober in het Concertgebouw Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden