Waarom werkt gapen aanstekelijk?

Dat willen chimpansees ook weten. En beermakaken: want die gapen eveneens na, bleek in 2004. Maar apen we de gaap van een ander werkelijk na? Hersenfoto's lijken iets anders te suggereren.

Eerst een wijsheid over de aanstekelijkheid van gapen die niet overeind bleef. Fysiologen dachten aanvankelijk dat we gapen om kooldioxide uit ons lijf te verdrijven, ten faveure van verse zuurstof. Daarom is het logisch dat we om beurten gapen in een kamer waarin de concentratie kooldioxide hoog is.

De gaapexpert Robert Provine bewees midden jaren tachtig dat dat niet klopt. Hij plakte de mond van mensen af die daarna naar video's van gapers keken. Ze konden binnensmond gapen en volop zuurstof door hun neus binnen halen, maar het gaapte niet lekker na. En proefpersonen aan wie Provine zuivere zuurstof gaf, hadden niet minder de neiging om met anderen mee te gapen.

Psychologen kwamen met een andere theorie: vooral op mensen met een groot empathisch vermogen werkt het aanstekelijk. Daarom gapen baby's niet na, en schizofrene mensen in mindere mate. Volgens de psychologen verraadt de nagaap dat je je in de (geestes)toestand van de gaper verplaatst.

Dat klinkt naar hogere hersenoverwegingen en die zijn moeilijk te rijmen met het feit dat mensen al aandrang voelen als ze het woord gapen lezen of alleen het geluid horen. Kortom, een raadsel, en daarom besloten Finse en Duitse neurologen af te dalen in het brein.

Zij lieten proefpersonen naar video's kijken van mensen die of gaapten of met de tong over hun wang streken. De hoofden van de deelnemers waren dusdanig gefixeerd dat ze niet openlijk konden gapen. Vooraf werd gezegd dat het een studie rond de waarneming van gezichten betrof, over gapen werd niet gerept. Achteraf vertelden de deelnemers wanneer ze gaapdrang voelden. Al die tijd werd hun hersenactivteit gemeten.

Wat zegt het brein? Nagapen lijkt in niets op het imiteren van gedrag. Was dat wel zo, dan zouden de spiegelneuronen actief moeten worden, de neuronen waarmee we het gedrag van anderen nadoen. Spiegelneuronen assisteren bij het na-apen van bewegingen of bij het invoelen van andermans ervaringen, zoals de pijn als die ander op zijn duim slaat.

Bij het nagapen zwegen de spiegelneuronen. Volgens de neurologen is blijkbaar geen sprake van invoelend imiteergedrag, maar eerder van een onbewuste reflex. Daarmee snappen ze nog weinig van de aanstekelijkheid. Er is wel gesuggereerd dat zulke reflexen het gedrag van groepsleden synchroniseren. Zo reageren vogels in een reflex als een van hen opvliegt, bij het zien van een roofdier. Zo'n reflex heeft overlevingswaarde.

Door mee te gapen zouden mensen ooit hun groepsleden erop hebben geattendeerd dat het tijd was om te gaan slapen, of om met z'n allen op jacht te gaan. Met elkaar in de pas lopen vergroot de overlevingskansen. En dat moet automatisch gaan, wat de hersenfoto's bevestigen. Vreemd genoeg bleek bij het nagapen de activiteit in de buurt van de amandelkern af te nemen. Dat cerebrale gebied registreert allerlei sociale aanwijzingen maar bij het nagapen werd het er bijzonder stil. Daar begrijpen de neurologen nog niets van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden