Waarom we het geweld moeten begrijpen

In Manchester steekt een man kaarsjes aan ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag. Beeld AFP

Terrorisme is geweld met een boodschap. Moeten wij ons verdiepen in de ideeën van terroristen? Filosofen Hans Achterhuis en Bettina Stangneth denken van wel. Maar niet met zijn allen tegelijk.

Het heeft iets totaal onredelijks. Iemand blaast zichzelf op in een foyer vol meisjes die net een concert hebben bezocht en krijgt door dood en verderf aandacht voor wat hij wilde zeggen. Zelf is hij er niet meer om welk gesprek dan ook te voeren (als hij daar al interesse in had gehad), maar zijn daad en zijn motivatie worden onmiddellijk onderwerp van debat.

Wereldwijd brachten politici statements uit in reactie op het bloedbad in Manchester deze week. Het kan ook moeilijk anders, het zou minstens zo onhebbelijk zijn wanneer politici zwegen bij de dood van onschuldige burgers. Maar het is soms bijna alsof we de massamoord in Manchester beschouwen als een politieke daad. Terwijl het toch geen politieke daad is om een bom af te laten gaan in een foyer? Politici zijn verplicht zich tot woorden te beperken en zich aan de spelregels van het debat te houden. En burgers die zich politiek willen uiten, kunnen kiezen voor een tweet, een artikel, een pamflet. Zolang het maar bij woorden blijft. Er zijn wel een paar non-verbale middelen, maar die zijn aan strenge regels gebonden. Je mag demonstreren, maar, pas op: vreedzaam. Je mag staken, maar: enkel binnen de kaders van de wet. Het is wat de denkers Hans Achterhuis en Nico Koning in hun gelijknamige boek hebben omschreven als de langzaam ontwikkelde en beproefde 'kunst van het vreedzaam vechten', de methode om onze conflicten en meningsverschillen stelselmatig zonder geweld op te lossen.

Trots

De terrorist houdt zich aan geen enkele van deze regels. Hij erkent het hele politieke systeem niet eens, hij vindt democratie verwerpelijke, belachelijke onzin. En toch krijgt hij rechtstreeks antwoord van politici, tot op het hoogste niveau. Bovendien gaan we na zijn daad zelf actief op zoek naar zijn woorden. Die worden uitgezonden, afgedrukt, herhaald en geduid. "De aanbidders van het kruis kunnen nog veel erger verwachten", stond deze week als kop in deze krant, een citaat van een toen nog onbevestigde, trotse verklaring van IS. Welke aanbidders van het kruis? De fans van Ariana Grande?

Filosoof Hans Achterhuis, hoogleraar en Denker des Vaderlands in ruste, deelt het ongemak. Achterhuis: "Ik was behoorlijk ontregeld door deze aanslag. Ik heb zelf kleinkinderen in die leeftijd. Ik heb ze een keer meegenomen naar Lowlands, toen ik daar mocht spreken. Dus deze verschrikking komt dichtbij. Je zit dan zeker niet te wachten op de bijbehorende verklaringen van de daders of de organisatie die de aanslag opeisen. En de trotse toon is onverteerbaar. Toch is de aandacht voor hun woorden terecht. Niet omdat de daad daarmee te legitimeren of te rechtvaardigen is, maar wel omdat er maar één ding op zit als we dit geweld willen bestrijden: we zullen het moeten begrijpen."

Terroristen proberen te begrijpen, ligt gevoelig. Het klinkt al snel naar 'begrip hebben voor'. Maar dat is toch echt iets anders, zegt Achterhuis. "Het gaat ook helemaal niet om het verlenen van spreek- of zendtijd in de normale zin van het woord, alsof je een politieke partij spreekrecht geeft. Het gaat om de analyse en het benoemen van het probleem van islamistisch geweld, ook door politici. Als we dit nalaten en enkel zeggen dat het slechts criminelen zijn of ontspoorde, redeloze gekken, dan verliezen we. We moeten ons best doen om te begrijpen waar dit weerzinwekkende, religieus gemotiveerde geweld vandaan komt en hoe het ontstaat, anders kunnen we er nooit iets tegen doen. Na afloop kun je een dader enkel neerschieten of opsluiten. Vooraf zou je misschien nog iets kunnen doen door op de juiste plaatsen aanwezig te zijn en jongens in de risicogroepen proberen te beïnvloeden. Maar dan moet je wel weten wat ze lezen en hoe ze denken."

Geen tegenstelling

Ook de Duitse Filosoof Bettina Stangneth, die doorbrak met een boek over de nazistische bevlogenheid van de zogenaamd willoze bureaucraat Adolf Eichmann, vindt dat we ons altijd moeten verdiepen in het gedachtegoed van aanslagplegers. In haar laatste boek, 'Het kwade denken', betoogt ze dat er in veel gevallen geen tegenstelling is tussen redelijk denken en het kwaad. De rede is volgens haar een instrument dat ten goede en ten kwade gebruikt kan worden, zoals een mes waarmee je brood kunt snijden, maar ook een moord plegen. Stangneth: "Het zou dus best kunnen dat de theorieën van een fundamentalist uiterst redelijk in elkaar zitten. Zoals enkele intellectuelen in de jaren dertig beseften dat ze Hitlers 'Mein Kampf' moesten gaan lezen in plaats van Hegel, moeten wij de geschriften van moslim-extremisten tot ons nemen."

Wat Stangneth daarmee hoopt te bereiken? "We moeten gericht en precies onderzoek doen naar hun ideologieën. Hoe ziet dit denken er precies uit, hoe legt het verbindingen tussen denken en doen? We moeten steeds opnieuw achterhalen waar het denken van goed naar kwaad omslaat. Zodat we weten wanneer we jonge mensen moeten afremmen."

De 'leesplicht' geldt trouwens niet voor iedereen, vindt Stangneth. "Als een puber op zijn veertiende Hitler leest, of extremistische islamistische teksten op internet, dan is dat niet onschuldig. Boosaardige teksten zijn giftig. Ze kunnen je veranderen, als je niet weet hoe je ze moet lezen. Als geschoolde lezer kan ik tijdens het lezen mijn eigen denken scheiden van het denken in de tekst. Een ongetrainde puber zal daar op eigen houtje niet toe in staat zijn. Laat staan in het bijzijn van een kwaadwillende leraar."

Een uitdaging van deze tijd is dat de teksten vrij toegankelijk zijn. Stangneth: "Voorheen konden we tegen leerlingen zeggen: begin maar in deze kamer van de bibliotheek. En als ze daar uitgeleerd waren, konden ze naar de volgende. Om na een complete opleiding te eindigen in de ruimte met de verboden boeken. Dat is verleden tijd; zodra je kunt lezen, kan je 'Mein Kampf' gaan lezen op je eigen schermpje."

Woedebanken

Achterhuis gebruikt om te verklaren waar dit islamistische kwaad vandaag komt, de term 'woedebanken', bedacht door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Achterhuis: "Woede is de centrale emotie van deze tijd, volgens denkers als Peter Sloterdijk, Martha Nussbaum en Pankaj Mishra. De woede en het ressentiment moeten een uitingsvorm vinden. Daarvoor kun je tegenwoordig uitstekend terecht bij de woedebank van de islam, het geheel van teksten waarin eerdere woede en strijd zijn vastgelegd en overgeleverd. Voorheen waren andere banken populair, zoals het jodendom en het christendom. Wat was volgens kerkvader Tertullianus het grootste genoegen van mensen in de hemel? Kijken naar mensen in de hel, die daar terecht waren gekomen omdat ze op zich op aarde hadden beziggehouden met filosofie, sport en spel. Iets dergelijks halen moslims nu uit de islamitische woedebank; juist degenen die genieten van een concert moeten gestraft. Ze wachten alleen niet op de wraak van God. Ze vellen zelf het oordeel en brengen zelf de hel op aarde."

Volgens Stangneth is het essentieel dat we leren begrijpen wat extremisme is. En dat het niet exclusief is voor de islam, of voor religies. Stangneth: "Het is niet moeilijk voorbeelden te vinden van religieus geweld in alle religies, inclusief geweld tegen kinderen. Maar we moeten niet de vergissing maken dat dit een probleem is van enkel religies. Er zijn ook altijd extremistische filosofen geweest. Martin Heidegger, die ook na de Tweede Wereldoorlog zijn nazistische ideeën koesterde, was er een van. Maar ook wetenschappers kunnen extremisten worden. Aan het eind van de negentiende eeuw was het een wetenschap, de biologie, die het hoofdonderwerp vormde van het racisme. De nazi's gebruikten biologie als fundament voor hun denken en hun moordindustrie."

Extremisme is volgens Stangneth een van de capaciteiten die elk mens heeft. "Het is, zoals Kant het heeft omschreven, een houding van de geest. Niet een gedachte, maar een manier van denken. Het staat geheel los van het onderwerp. Jezus, Mohammed, Kali of Shiva kunnen allemaal ingeschakeld worden in die manier van denken. Het is denken buiten de wereld om, zonder respect voor wat bestaat. De extremist neemt het concept waarop hij zijn gedachten en daden baseert serieuzer dan de werkelijkheid. Zodra je een concept belangrijker vindt dan je medemens, ben je als een extremist aan het denken. Elk concept, elke waarde kan zich hiervoor lenen. We moeten die manier van denken beter leren kennen en onszelf en onze kinderen leren hoe je je ertegen kunt verweren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden