Waarom we God niet meer horen aankomen

BERT KEIZER

In Trouw van 12 december stond een fascinerende beschouwing over Dionysius de Areopagiet. De Areopagus was 'de Raad van de Aresheuvel' de oudste raad in Athene, oorspronkelijk een adviserend lichaam voor de koning, later belast met de rechtspraak in zaken van moord en doodslag. Nee, niet wiki, maar Meulenhoff's Encyclopedie voor de Klassieke Oudheid, pocket uit 1963. Dionysius was een rechter in die raad en hij werd door Paulus bekeerd toen die Athene bezocht. In de vijfde eeuw na Christus verschenen geschriften onder zijn naam waarvan men gauw aantoonde dat ze niet door hem geschreven konden zijn en de onbekende echte auteur werd vervolgens aangeduid als de Pseudo-Dionysius.

Désanne van Brederode en vertaler Michiel ter Horst beschrijven de moeilijkheid die Dionysius probeert aan te pakken: 'Zelfs eenheid is te klein om God te denken. Eigenlijk is hij alles. Als je hem begrippen gaat toekennen kom je niet dichterbij. Het beste is dus ook om die begrippen maar weer te ontkennen. Dan komt hij uit bij zijn beroemde mystieke of negatieve theologie.'

Het probleem is van alle tijden. Nou ja, van alle tijden waarin mensen zich afvragen: 'Hoe zit dat eigenlijk tussen God en mij', in plaats van een kaars op te steken en niet zo te tobben over deze dingen. Dionysius tobt wel en raakt onmiddellijk in de problemen als hij beseft dat elke beschrijving van God gedoemd is.

Overigens is dat niet altijd zo geweest. Zie Genesis, waarin God beschreven wordt als gewoon rondlopend in de Hof van Eden, waar Adam en Eva ook aanwezig zijn. Ze horen hem zelfs aankomen. Misschien omdat hij een bepaald kuchje had, in ieder geval was er in zijn nadering iets wat voor mensen herkenbaar was en hen deed zeggen:'Ah, daar komt God aan.'

Door een proces dat ik niet goed weet op te sommen vonden mensen in later eeuwen dit een onhoudbare versie van God. Het was te menselijk, denk ik. Te zeer als wij, en als zodanig niet in staat om ons iets over ons uit te leggen.

Dionysius neemt op een geheel eigen wijze afstand van deze veel te beschrijfbare God: '... en door ieder weten buiten werking te stellen wordt hij in de hoogste zin één met de volkomen Onkenbare en, door geheel niets te weten, wordt hij boven denkkracht wetend.'

Er zijn veel mensen die dit als veelzeggend ervaren. Ik mis die antenne en ben geneigd te zeggen: als dit een parachute is dan zou ik er niet mee durven springen, want ik ben bang dat je recht omlaag zult zoeven om neer te plonzen in de Oceaan van Onzin.

Wat Dionysius almaar hoger zwevend en strevend tracht te bereiken, kan ook onderlangs benaderd worden. Het lijkt een merkwaardige sluiproute, maar hij leidt wel degelijk dezelfde kant op. Ik denk aan Reve die de volkomen Onkenbare in de gedaante van een aandoenlijke ezel zijn trap op duwt om zich er, eenmaal boven aangekomen, lichamelijk mee te verenigen, waarbij het dier in onbeholpen verrukking met zijn hoeven de lambrisering aanzienlijke schade toebrengt. Het kan een wat boertige indruk maken, maar Godsverlangen kent nu eenmaal vele gedaantes.

Van der Horst noemt Wittgenstein terecht in deze context, want die toefde ook enigszins in de sfeer van Dionysius waar het God betreft. Hij besefte dat God in geen enkel opzicht contingent kon zijn. Dat wil zeggen: alles wat je over God zou kunnen zeggen ligt in het domein van de feitelijkheid en had dus ook niet het geval kunnen zijn, een toevalligheid die in tegenspraak is met de goddelijke natuur. Hij ging zelfs zo ver dat hij de onbeschrijflijkheid van God aanduidde door te stellen dat zijn boek slechts de helft van zijn boodschap bevatte, de andere helft, de belangrijkste, was immers onzegbaar. Dit veelzeggende zwijgen doet sterk denken aan het 'niets weten' van Dionysius, waardoor je 'boven denkkracht wetend wordt'.

Wat ik niet begrijp is dat Dionysius en Wittgenstein ergens onder deze ondoordringbare laag van tegenstrijdige begrippen een iets vermoedden dat zich om hen bekommerde. Wittgenstein begreep dat ook niet en veegde in zijn dagboeken alle slimme praatjes van tafel om zich gewoon zonder omhaal tot God te wenden, waarbij hij zichzelf vriendelijk vermaande: 'Glaube du, es schadet nicht.' Geloof nou maar, het kan geen kwaad.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden