Waarom was er geen plek voor nabestaanden?

Naast een insigne had de Dutchbatters ook vergeving geschonken moeten worden. De geestelijk verzorgers hadden goed werk kunnen doen.

Aan het falen van Dutchbat om de moslims in Srebrenica te beschermen, had Dutchbat zelf eigenlijk geen, of in elk geval de minste schuld. Zo zou je het Niod-rapport uit 2002 over de val van de enclave kunnen samenvatten.

Het is goed dat de Tweede Kamer gezocht heeft naar een vorm om deze ont-schuldiging van Dutchbat vorm te geven. Het is nodig dat wij deze mannen en vrouwen, die wij op een onmogelijke missie hebben gestuurd, publiekelijk eerherstel geven. Het is echter pijnlijk dat de Bosnische nabestaanden emotioneel deze geste niet konden meemaken. Zij stonden letterlijk en figuurlijk hierbuiten, te demonstreren bij de hekken van de kazerne. Zij zagen de plechtigheid als een ontkenning van hun leed. Daarmee werd het geheel niet alleen pijnlijk voor hen, maar ik denk ook voor de militairen, want de ont-schuldiging, de absolutie zo je wilt, werd hun niet gegund en hield zo een bittere nasmaak. Wat is hier fout gegaan?

De eerste fout is dat degene die hier de absolutie verleende, de minst geschikte was. Het Niod komt tot de conclusie dat het de Nederlandse regering en de Verenigde Naties zijn geweest die gefaald hebben door een te naïeve kijk op de werkelijkheid en het verstrekken van een onmogelijk mandaat. Het was hier dus de ’schuldige’ (de Nederlandse staat) die Dutchbat ontschuldigde. Maar de enigen die hiertoe werkelijk gekwalificeerd zijn, zijn natuurlijk de nabestaanden. De plechtigheid had enerzijds een vorm van boetedoening moeten inhouden van de kant van de Nederlandse regering. De minister van defensie had duidelijk moeten maken dat niet Dutchbat, maar de Nederlandse regering de verantwoordelijkheid op zich zou nemen voor het falen van de missie. Nog beter als daar ook een VN-vertegenwoordiger bij aanwezig was geweest.

De tweede fout is, zoals gezegd, dat het vervolgens aan de nabestaanden zou zijn geweest om vergeving, absolutie te schenken. Defensie had in een vroeg stadium met hen om de tafel moeten gaan zitten. Er had kunnen worden gesproken over hoe de objectieve schuld van meer dan 8000 doden (die natuurlijk bij de Bosnische Serviërs ligt en bij niemand anders), het verdriet van de nabestaanden, het falen van VN en Nederlandse regering bij het beschermen van de moslims én de ontschuldiging van Dutchbat een plek hadden kunnen krijgen.

De derde fout is daarom dat men niet heeft nagedacht over een derde partij in dit geheel. Er had een zekere bemiddeling moeten plaatshebben. Wie heeft de sleutels in handen om te binden en te ontbinden (absolutie te verlenen)? Dat vraagt om een ’religieuze competentie’. Ik vind het onbegrijpelijk dat men geen beroep heeft gedaan op legerpredikanten, -imams en -raadslieden. In religieuze tradities zijn teksten en rituelen voorhanden om om te gaan met de ’onopzettelijke schuld’. Zo is Leviticus 4 een oude tekst waarin rituelen worden aangereikt voor het geval iemand een schuld op zich laadt, zonder dat dat zijn bedoeling was. De weg naar de hel is immers geplaveid met goede bedoelingen en dat is exact wat in Srebrenica is gebeurd: veel goede bedoelingen, maar toch de hel.

Martin van Creveld, de bekende militair-historicus van de Universiteit van Jeruzalem, schrijft in zijn beroemdste boek, ’The Transformation of War’ (1991): „Het is lang geleden dat legers, zoals in het Oude Perzië gebeurde, gereinigd werden van de schuld van het bloedvergieten door te marcheren tussen de twee helften van een ritueel geslachte hond door. Misschien bestaat God nog steeds, maar te oordelen naar de frequentie waarmee Hij verschijnt in strategische literatuur, heeft Hij zijn gezicht afgewend. De ineenstorting van het geloof en het ontbreken van religieuze rituelen voor boetedoening, hebben het voor mensen erg moeilijk gemaakt om in het reine te komen met hun overtredingen. Bezoek het Vietnam Memorial in Washington D.C. op een willekeurige dag en neem bij de mensenmassa de effecten waar van berouw en schuld, zowel van de kant van de strijders als van die van de burgers, die, zelfs na vijftien jaar, nog steeds niet in het reine zijn met die oorlog.” (blz. 93-94)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden