Waarom vlooien zwart zijn

Zoals alle wetenschappen is ook de filosofie in haar uitwassen het amusantst. Zo kunnen we een lach niet onderdrukken als we de volgende staaltjes van wereldwijsheid lezen. 'Vlooien springen altijd en overal op witte kleuren. Dit instinct is hun gegeven opdat wij ze makkelijker kunnen vangen.' - 'De meloen is door de natuur in parten verdeeld om in gezinsverband genuttigd te kunnen worden; de pompoen kan dankzij zijn grotere formaat samen met de buren genuttigd worden.'- 'Lammetjes worden door de wolf opgegeten. Dat bewijst de goedertierenheid van de Voorzienigheid, want zo blijven ziekte en ouderdom hun bespaard.' Aldus de mensenvriend Jacques Bernardin de Saint-Pierre (1737-1814), schrijver van de bestseller Paul et Virginie, in zijn Harmonies de la nature.

We kunnen ons bijna niet voorstellen dat dergelijke denkbeelden twee eeuwen geleden in alle ernst aan het papier werden toevertrouwd. En toch is het antropocentrisme, dat aan dergelijke ideeën ten grondslag ligt, slechts de consequente doorvoering van een wereldbeschouwing die in het verleden talrijke serieuze aanhangers vond, namelijk de teleologie. Deze leer heeft een lange geschiedenis die begint bij Aristoteles. Volgens hem zijn de dingen alleen te begrijpen uit hun doeloorzaken; met andere woorden: omdat alles doelmatig geordend is, is het wezen van een ding alleen te bepalen als we het in een geheel plaatsen, als we dus weten waartoe het dient. In haar meest uitgewerkte vorm kunnen we de teleologie omschrijven als de leer volgens welke niet alleen het menselijk handelen, maar ook de historische en natuurkundige processen in hun geheel en in hun details bepaald en geleid worden door doelen.

Een dergelijke visie snijdt alleen hout wanneer we veronderstellen dat aan de werkelijkheid als geheel een plan ten grondslag ligt. Nu zijn alleen intelligente wezens in staat plannen op te vatten en op doelmatige wijze te realiseren. De teleologische wereldbeschouwing veronderstelt dus, al dan niet stilzwijgend, dat de natuur geschapen is door een intelligent wezen, c.q. intelligente wezens. Zodra we ontkennen dat de wereld de schepping is van een god, zodra we dus een atheïstisch standpunt innemen, kan het doel geen verklaringsprincipe meer zijn voor natuurverschijnselen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de moderne natuurwetenschappen niets met het doelbegrip konden aanvangen. ,,Het begrip 'doel' moet radicaal uit de natuurwetenschappelijke bestudering van het leven verbannen worden'', zei Moritz Schlick al in het begin van de twintigste eeuw, en er is geen serieuze wetenschapper die deze stelling alsnog zal betwisten.

Nu verandert de zaak, zoals gezegd, wanneer we aannemen dat de wereld geschapen is en bestierd wordt door een persoonlijke, almachtige God en dat Deze de schepping tot in detail heeft afgestemd op één doel: de mens. Wanneer de mens de kroon op de schepping is, heeft het dus wel degelijk zin de wereld en alles wat erin gebeurt te verklaren op grond van een doelbeginsel. Dat is in het verleden vaak gebeurd, maar even vaak werd deze zienswijze bestreden.

Spinoza is misschien wel de meest prominente en scherpzinnige bestrijder van de teleologische wereldbeschouwing. Hij voert deze visie terug tot de noodzakelijke en ongeneeslijke onwetendheid - en dat is iets anders dan domheid - van de mens. De mens is niet in staat de schepping te doorgronden, tenzij naar analogie van zijn eigen handelen. Hij meent - terecht of onterecht - dat hij alles doet met een vooropgezet doel. Daarom kan hij zich God niet anders voorstellen dan als een persoon die handelt zoals hijzelf handelt. Bijgevolg moet hij wel veronderstellen dat de schepping, alles wat hij ziet, beantwoordt aan de bedoeling die God ermee heeft. En omdat hij meent dat hijzelf het einddoel van de schepping is, komt het hem voor dat de gehele natuur als speciaal voor hem is geschapen.

De opvatting dat de mens de kroon op de schepping is, dat alles met het oog op hem geschapen is, vloeit volgens Spinoza dus voort uit het onvermogen van de mens om de werkelijkheid in zijn geheel en onbevooroordeeld te overzien. Maar anders dan bij de vertegenwoordigers van het scepticisme en het empirisme, krijgt de onwetendheid bij Spinoza een ethische dimensie: wie zich geen inzicht heeft verworven in de werkelijke stand der dingen zal geen respect hebben voor de natuur, of die nu bezield of onbezield is; hij zal de natuur uiteindelijk altijd beschouwen als 'object van zijn begeerten en van zijn onverzadigbare hebzucht'.

In dat licht bezien is het nog maar de vraag of mensen als Bernardin de Saint-Pierre zoveel onwetender zijn dan de huidige profiteurs van bijvoorbeeld de bio-industrie, die eveneens hun praktijken op antropocentrische gronden stoelen. In elk geval hebben de eerstgenoemde aanzienlijk minder leed veroorzaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden