Waarom u blij mag zijn met de Kluge-prijs, al kent u die niet

De Duitse filosoof Jürgen Habermas, winnaar van de Kluge Prize. Beeld epa
De Duitse filosoof Jürgen Habermas, winnaar van de Kluge Prize.Beeld epa

Ook ik had nog nooit gehoord van de John W. Kluge Prize for Achievement in the Study of Humanity. Toch is het geen bescheiden prijsje. Een miljoen dollar krijgen de winnaars, geselecteerd door de Amerikaanse Library of Congress. Dit jaar zijn dat de filosofen Jürgen Habermas en Charles Taylor, zo werd vorige week bekendgemaakt. Ze kregen samen zelfs anderhalf miljoen, misschien omdat ze met zijn tweeën zijn. In de Nederlandse media heb ik elk bericht erover gemist.

De Kluge-prijs (vernoemd naar de miljonair die er het geld voor naliet) is bedoeld voor prestaties in de menswetenschap die niet worden bestreken door de Nobelprijs. Dat zijn er nogal wat, want in Stockholm is daar eigenlijk maar één prijs voor: die van de literatuur. Psychologen, politicologen, sociologen, historici en filosofen vissen achter het net, tenzij ze geroemd kunnen worden om de literaire kwaliteiten van hun werk.

Bij filosofen liggen de voorbeelden alweer een halve eeuw in het verleden, en zelfs toen werden Sartre (1964) en Camus (1957) meer gelezen als roman- en toneelschrijvers dan als denkers. Voor 'zuivere' filosofen moet je terug naar Russell (1950), Bergson (1927) en de inmiddels vergeten Rudolf Christoph Eucken (1908). De laatst bekroonde historicus was Winston Churchill - al kun je je afvragen of hij in 1953 werkelijk als geschiedschrijver werd geëerd. De enige andere is Theodor Mommsen, uitverkoren in 1902, het tweede jaar waarin de Nobelprijzen werden uitgereikt.

Sinds Sartre heeft de Zweedse Academie het begrip 'literatuur' ingeperkt tot de fictionele genres: romans, poëzie, toneel. Dat laat een breed veld open. Ten onrechte, want goede non-fictie is steeds belangrijker geworden sinds de min of meer welomlijnde wereldvisies zijn vervaagd. Het komt almaar meer op het individu zelf aan om zijn overtuigingen vorm te geven en dat gaat niet zonder de argumentatie en feitenkennis van essayistiek en (mens)wetenschap.

Onregelmatige basis
Daarom mogen we blij zijn met de Kluge-prijs - al houdt de bekendheid daarvan nog niet over. Hij bestaat ook nog niet zo lang. In 2003 mocht de Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski hem voor het eerst in ontvangst nemen. Het daaropvolgende jaar moest de Franse denker Paul Ricœur hem delen met de Amerikaanse theoloog Jaroslav Pelikan. Inclusief Habermas en Taylor werd hij tot nu toe tien keer uitgereikt, op onregelmatige basis. Dat is niet de beste manier om de wereld reikhalzend te laten uitzien naar een nieuwe winnaar.

De historici Peter Brown, Romilia Thapar en John Hope Franklin, de socioloog-politicus Fernando Henrique Cardoso en de Chinees-Amerikaanse sinoloog Yu Ying-shih waren de andere winnaars tot nu toe. Ook ik ken ze lang niet allemaal. Maar eerlijk gezegd roep ik ook bij literaire Nobelprijswinnaars niet altijd direct: 'Oh, díe!' Toch kijk ik elk jaar weer vol spanning naar de Zweedse website wanneer het zo ver is.

Ophef en schandaal
Ik denk dat er één ding is waaraan het de Kluge-prijs node ontbreekt, en dat is reuring. Ophef en schandaal zijn onmisbaar voor een prijs die mondiaal de ogen op zich gericht wil krijgen, zo heeft de Amerikaanse taal- en letterkundige James English een jaar of tien betoogd. En aan ophef rond de Nobelprijs is er zelden gebrek.

Misschien zou daarom ook de Kluge-prijs iets meer het schandaal moeten zoeken. Omstreden kandidaten, uitgelekte notulen, dat soort dingen. De frivoliteit daarvan nemen we op de koop toe. De disciplines die door de prijs in het zonnetje worden gezet, verdienen de aandacht dubbel en dwars.

Leszek Kolakowski. Beeld afp
Leszek Kolakowski.Beeld afp
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden