Waarom sprak de koningin in Moskou niet Nederlands?

Waar gaan we met het Nederlands naartoe? is een retorische vraag, en toch heeft taalkundige Jan Stroop minstens dertig soorten antwoorden gereed. Ter gelegenheid van zijn afscheid van de Universiteit van Amsterdam, afgelopen vrijdag, stelde hij dertig taalartikelen samen in het boek 'Waar gaan we met het Nederlands naartoe?'

Onlangs zag hij Fons Rademakers' film 'Makkers staakt uw wild geraas' uit 1960 weer. ,,Ina van Faassen ging 'opballen'. Ze ging zeker Ton van Duinhoven opballen. Dat doet nu niemand meer, opballen, nu ja, de koningin als enige misschien nog.' Dit Nederlands vond iedereen toen gewoon, nu noemen we het 'bekakt' of, in Stroops terminologie, 'Bovennederlands'.

Nog verraster was Jan Stroop over het tempo van spreken in de film. Vrijwel ongehoord vlug. Terwijl het omgekeerde eerder voor de hand zou liggen: het leven in de jaren zestig was aanmerkelijk minder gehaast dan het huidige. Vandaag de dag zouden we dus juist sneller moeten spreken dan in de jaren zestig. En dat doen we niet. Hoe kan dat?

De ontdekker en naamgever van het 'Poldernederlands' heft z'n armen de lucht in. Een kwestie van panta rhei/alles stroomt, alles verandert voortdurend?

Jan Stroop: ,,Taal is een directe afspiegeling van de samenleving. De uitspraak van het ABN ligt vast in de vorm van een norm, waaraan iemand die voor ontwikkeld wilde doorgaan zich moest of wilde houden. Alleen is de samenleving zo liberaal geworden dat we ons steeds minder van regels en normen aantrekken. Mensen weten nog wel wat Algemeen Beschaafd Nederlands is, maar houden zich er steeds minder aan. Neem de vervaging van het verschil tussen de gesproken taal op het platteland en die in de stad. Als ik nu een boer hoor spreken, denk ik: dat is een intellectueel. De dialectsprekers nivelleren en de stedeling wordt nonchanlanter met zijn ABN. Tussen platteland en stad is een middengebied ontstaan: dat van het Algemeen Aanvaard Nederlands (AAN). Daar bedoel ik mee: al die soorten Nederlands die je mensen in de omgang met vreemden en voor radio en televisie hoort gebruiken. Een dialect is een taal die gebonden is aan een klein gebied of dorp. Het Poldernederlands is dat juist niet; dat komt overal in Nederland voor.'

Poldernederlands, de variant van het Nederlands die Stroop aanwijst als de taal van de 21ste eeuw. Hij hoorde goedopgeleide vrouwen de ij en ei als aai uitspreken, de oo als au, de ui als au en de ou als aauw: 'Albert Hain heeft goede wain. Daar kan je mee tous komen.' Of dat taalverrijkend is? Stroop glimlacht zijn charmante lach. ,,In taalkundige zin, zeker. Juist verrijkend, omdat het Poldernederlands de taal revolutionair aan het wijzigen is.' Zijn particuliere mening over het Poldernederlands houdt hij wijselijk voor zich, al straalt zijn weerzin daartegen van het gezicht.

Ter gelegenheid van zijn afscheid bij de leerstoelgroep Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam stelde Stroop (alias Flip de Fluiter in Voskuils 'Het bureau') een boek samen: 'Waar gaat het Nederlands naartoe? Panorama van een taal'. Daarin maakt hij zich allerminst zorg om de al decennia rondzingende vraag: Legt het Nederlands het tegen het Engels af? Sterker: Stroop bespeurt een zekere ommekeer, want 'penalty' heet tegenwoordig in Nederland weer strafschop, 'word processor' is tekstverwerker geworden, 'monitor' beeldscherm en 'keyboard' toetsenbord of klavier.

Boos maakt hij zich daarentegen om het feit dat de Nederlandse koningin bij haar staatsbezoek aan Moskou de Russische president niet in het Nederlands maar in het Engels te woord stond. ,,Er is geen staatshoofd ter wereld dat in het buitenland bij een officiële gelegenheid iets anders zal spreken dan de taal van het land dat hij vertegenwoordigt. Maar wij, inclusief onze Brusselse parlementariërs, hebben een staatshoofd dat elke gelegenheid aangrijpt om geen Nederlands te spreken, maar Engels, tot verbazing van onder meer haar Oost-Europese gastheer, die geen Engels verstaat en tot ergernis van de voortreffelijke tolken Nederlands-Russisch die waren opgetrommeld en die nu konden worden weggestuurd. En tot teleurstelling van de vele enthousiaste studenten Nederlands in het bezochte land. Russische kranten vroegen zich, nadat ze onze koningin te Moskou in het Engels hadden horen spreken, serieus af of Nederland wel een eigen taal heeft. Zo komen de leugens in het land.'

Is het, andersom, niet ronduit zot dat de Vlamingen en Nederlanders elkaars politieseries op televisie ondertitelen? Stroop veert op: ,,Maar ze verstáán elkaar niet! De oorzaak ligt in het steeds verder uit elkaar gaan van de algemene omgangstaal in Vlaanderen en die in Nederland.'

Hij verwijst naar de bijdrage van de Vlaamse taaladviseur Ruud Hendrickx, die het hoofdstuk 'Wat zegt ie? Over het ondertitelen van Nederlands in het Nederlands' schreef:

,,In Vlaanderen (en Nederland) heeft vooral de ondertiteling van de Nederlandse reeks 'Baantjer' reacties uitgelokt. Toch heeft de VRT met zijn beslissing consequent zijn taalbeleid uitgevoerd. In het geval van 'Baantjer' hebben proefkijkers te kennen gegeven dat ze moesten wennen aan de slordige articulatie en het Bargoense taalgebruik van sommige personages. Vooral in de eerste afleveringen van de reeks wordt geregeld Amsterdamse volkstaal gesproken, die de meeste Vlamingen niet begrijpen. Maar het grootste probleem is het accent van de sprekers zelf. De helft van het kijkerspanel vond dat ondertitels een hulp bij het bekijken zijn, omdat in sommige fragmenten de geluidskwaliteit onvoldoende is en de uitspraak van bijvoorbeeld het personage Vledder te slordig is.'

En ook andersom, constateert de Vlaamse taaladviseur. Vlaamse series als 'Flikken' en 'Windkracht 10' krijgen in Nederland Nederlandse ondertiteling. ,,De kijkers begrijpen nagenoeg alles, ze weten wat de woorden en zinnen betekenen. Maar ze verstaan de Nederlandse acteurs niet, ze horen gewoon niet wat die acteurs zeggen. Ze spreken slordig, ze hebben een ongewoon accent of het geluid is slecht. De factor 'verstaan' wordt vaak onderschat.'

Stroop selecteerde zijn vraag naar de bestemming van de Nederlandse taal aan zijn medetaalkundigen ruimhartig uitwaaierend. ,,Marc van Oostendorp zingt de lof van het onconventionele taalgebruik in sms-boodschappen en in chatboxen, Roeland van Hout laat zien dat zinnen als 'hun zijn jongens' steeds meer voorkomen en dat dat niets met taalverloedering te maken heeft maar met een in elke taal aanwezige neiging tot meer efficientie. Fred Weerman voorspelt dat het over 20 jaar wel eens normaal zou kunnen worden om 'een mooie verhaal' te zeggen (en te schrijven). Als het zover komt betekent dat dat onze taal op het punt van de verbuiging van het bijvoegelijk naamwoord systematischer geworden is. Het idee dat in Haarlem het beste Nederlands gesproken wordt, wordt door Dick Smakman ontzenuwd. En Fons Moerdijk legt de invloed van de seksuele revolutie op de makers van onze woordenboeken bloot aan de hand van de definities die in de loop der tijd bedacht zijn voor het werkwoord neuken.'

Beroepshalve is de taalkundige neutraal, maar dat verhindert Stroop allerminst om zich te amuseren om taalveranderingen of eigenaardigheden van de woordenschat. ,,Het Nederlands is de enige taal met het eigen woord 'spijkerbroek'. Zelfs in België hebben ze het over 'jeans'. Al hanteren winkeliers weer verschillende woorden voor gesproken en geschreven taal. Op het bonnetje van mijn stomerij staat steevast dat ik een 'colbert' heb weggebracht, terwijl ik toch mijn jasje heb laten stomen. In adverenties voor spijkerbroeken staat altijd 'jeans', terwijl het personeel en de klanten over 'spijkerbroeken' praten. Ik denk dat je in de hele PC Hooftstraat geen broek kunt kopen als je niet naar een 'pantalon' vraagt. Tassenverkopers verkopen 'leren' tassen, maar op de winkelruit staat 'lederwaren', en op het kaartje 'echt leder'. Ken je iemand die onlangs een 'lederen tas' zegt te hebben gekocht? Onze woordenschat laat zien wat er komt en wat er gaat. Als er geen vergiet meer wordt gebruikt, verdwijnt het woord 'vergiet'. Het woord 'eg' is al verdwenen. In het openluchtmuseum zullen ze naast een eg wel een bordje hebben hangen met uitleg waar een eg toe diende.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden