Essay

Waarom sekswerk voor veel Afrikaanse vrouwen onontkoombaar is

Veel arme Afrikaanse vrouwen kunnen vaak alleen het hoofd boven water houden met sekswerk. Dat ontdekten Afrikaanse onderzoeksjournalisten in zeven landen.

Veel Afrikaanse vrouwen die op of onder de armoedegrens leven, zien zich gedwongen hun lichaam te verkopen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. De vrouwen merken niets van de vele armoedebestrijdingsprogramma’s die op papier in hun landen bestaan.

Dat blijkt uit een onderzoek van het African Investigative Publishing Collective (AIPC). Journalisten van dit collectief legden een vragenlijst voor aan in totaal 226 vrouwen in stedelijke wijken en in dorpen op het platteland. De willekeurig op straten of markten aangesproken vrouwen hadden gemeen dat ze woonden in gebieden met een gemiddeld inkomen onder of op de armoedegrens in Liberia, Nigeria, Kenia, Oeganda, de Democratische Republiek Congo, Zuid-Afrika en Zimbabwe. Grofweg twee derde van de ondervraagde vrouwen, in leeftijd variërend van 18 tot 60 jaar, antwoordde dat het ze zonder sekswerk niet lukt voor zichzelf en hun families te zorgen.

De vrouwen zijn er zonder uitzondering zeer ongelukkig mee dat ze zich moeten prostitueren, maar zien geen andere uitweg. Ze vrezen besmetting met het aidsvirus en de dood: anti-retrovirale medicijnen blijven veelal buiten hun bereik. Het rapport (zie kader hiernaast) wordt op dinsdag 7 mei bekendgemaakt. AIPC heeft niet de pretentie dat het onderzoek een wetenschappelijk verantwoorde steekproef is, daartoe ontbreken ons ook de middelen. Maar het onderzoek bevestigt wel de grote omvang, en de aard van een probleem dat veel meer aandacht verdient.

Suikeroom

Nader onderzoek is gewenst om precieze cijfers over door armoede afgedwongen sekswerk vast te stellen. Bestaand onderzoek over sekswerk in Afrikaanse landen beperkt zich veelal tot geneeskundige publicaties over hiv/aids. De meest recente cijfers van de Amerikaanse National Library of Medicine (vaak ruwe schattingen omdat in Afrikaanse landen zelf niet of nauwelijks statistieken hierover worden bijgehouden) houden het erop dat tussen de 0,7 en 4,3 procent van het totale aantal volwassen vrouwen in Afrikaanse landen aan sekswerk doet. Daarvoor werden steeds alleen vrouwen geteld die sekswerk uitoefenen als ‘hoofdberoep’ - in red light districts, langs vrachtwagenroutes, bepaalde mijngebieden of in bordelen.

Maar veel sekswerk vindt buiten deze plaatsen sekswerk plaats, en veelal ook door ‘gewone’ vrouwen: het AIPC interviewde onder meer schoonmaaksters, markvrouwen, assistent-onderwijzeressen en kapsters. Leden van het AIPC hadden dat al veel eerder opgemerkt: zo wemelen de straten van Monrovia (Liberia) ’s avonds van de meisjes en jonge vrouwen uit arme huishoudens op zoek naar ‘suikerooms’. Vrouwen uit Zuid-Afrikaanse townships vertellen elkaar dat als de koelkast leeg is je ‘naar buiten moet gaan om eten te zoeken’. In Nigeria is dagelijks een stroom vrouwen op weg naar Benin City, waar de pooiers en mensensmokkelaars richting Europa te vinden zijn. Vrouwen in vluchtelingenkampen in Kenia zoeken noodgedwongen ‘beschermers’ om te overleven.

De onderzoeksuitkomst dat zoveel van de geïnterviewde ‘gewone’ arme vrouwen zich gedwongen zien sekswerk te doen is schokkend. Ook vanwege de misère en de uitzichtloosheid die uit de antwoorden spreken. Alle ondervraagden zijn zich er pijnlijk van bewust dat ze aids, en dus hun leven riskeren. Klanten willen vaak geen condooms gebruiken, en ‘nee’ zeggen is er niet bij - de kinderen moeten gevoed, en niet zelden ouderen en zieke familieleden. De vrouwen zijn doorgaans ook te arm om zich dure medicijnen te kunnen veroorloven.

De zeven Afrikaanse landen waar onderzoek is gedaan.

Onontkoombaar

In alle interviews komt de extra last naar voren die vrouwen te dragen hebben door moderne ontwikkelingen als verstedelijking. Vroeger bestond op het platteland nog enige - zij het patriarchale - orde, waarin mannen de rol van kostwinner en beschermer vervulden. In moderne tijden vallen de traditionele samenlevingen uiteen. Mannen verruilen het platteland voor de steden, ‘onbekende plekken’ in de woorden van sommige vrouwen die in rurale dorpen zijn achtergebleven. Deze mannen sturen dan vaak geen geld meer naar huis.

Als vrouwen daarentegen naar de stad trekken, nemen ze de verantwoordelijkheid voor kinderen en familie met zich mee. En wat voor werk ze in de stad ook doen - of het nu schoonmaken in kantoren is of groente verkopen op de markt - blijken inkomsten vaak onvoldoende om die gezinsverzorgingslast mee te kunnen financieren. Sekswerk is dus voor de meeste nieuwkomers onontkoombaar, maar ook vrouwen die al heel lang in deze situatie verkeren vinden prostitutie nog steeds geen ‘gewoon’ beroep. “Het is geen vak. Het is verschrikkelijk”, in de woorden van een kapster uit Oeganda.

Jongere, vooralsnog kinderloze, vrouwen hebben het niet veel gemakkelijker. Dochters van ambtenaren wier salarissen al heel lang niet worden uitbetaald, zoals in de Democratische Republiek Congo, melden geen andere uitweg te zien dan hun lichaam te verkopen om collegegeld op te brengen. Maar een oplossing blijkt het niet - een ‘suikeroom’ eist geregeld seksuele diensten, zodat de betreffende studente tentamens mist, die dan weer via het bed van professoren moeten worden ingehaald. Een andere studente zegt ook steeds meer klanten te moeten werven om de stijgende prijzen van vervoer en voedsel bij te kunnen houden.

Daar komt nog het risico bij van ongewenste zwangerschap en illegale abortus, die nog zeer veel voorkomt in Afrika en vooral in Congo. Respondenten melden dat het taboe op geboortebeperking het zo ingewikkeld maakt om aan de pil te komen, dat zij noodgedwongen ‘herhaalde abortussen’ laten uitvoeren, in achterafstraatjes en dus niet zelden levensgevaarlijk.

Hulpprogramma's

De geïnterviewden is ook gevraagd of zij enig effect merken van de armoedebestrijdingsprogramma’s die sommige Afrikaanse landen hebben omhelsd. Zo gaat Oeganda prat op statistieken die zouden aantonen dat het land op weg is naar een redelijk gemiddeld inkomen. De geïnterviewde vrouwen in Kampala en op het platteland in het oosten hebben daar echter niets van gemerkt. Volgens de website Poverty Clock, die gebruikmaakt van data van de Wereldbank, is het percentage straatarme mensen in Oeganda nog steeds een derde van de totale bevolking. Het gedeelte van de Afrikaanse bevolking dat op of onder de armoedegrens leeft varieert per land (zie tabel hierboven). De meeste landen onder de Sahara zitten rond de 33 procent.

In Liberia is de ‘armoede-agenda’ van de president, ex-voetballer George Weah, erop gericht meer kinderen in school te houden door dagelijkse schoolmaaltijden in scholen met een heus dak. Maar de geïnterviewde meisjes - van wie velen dolgraag (weer) naar school willen - zeggen dat ze met mannen mee moeten om te kunnen eten. De respondenten in Liberia blijken er wel van op de hoogte dat pas aangetreden ministers in dat land dure huizen voor zichzelf laten bouwen, zoals onderzoeksmagazine Front Page Africa onlangs, compleet met foto’s, onthulde.

Sommige landen geven hoog op van overheidsprogramma’s voor women empowerment, bescherming van vrouwenrechten en emancipatie. Oeganda heeft nu bijvoorbeeld 34 procent vrouwen in het parlement; Nigeria heeft een ministerie voor vrouwenzaken, met - althans officieel - een budget voor ‘kwetsbare groepen’; in het Zuid-Afrikaanse parlement en de regering is bijna de helft vrouw. Maar ook hiervoor geldt dat de geïnterviewde vrouwen daar geen voordeel van hebben ervaren.

Zweep

In Zuid-Afrika blijken ambtenaren overigens wel bekend met de noden. Verschillende respondentes in dat land vertellen dat zij ‘dikke-buiken-mannen’, die werken op overheidskantoren, als huisbazen hebben. Soms betalen ze voor de huur met geld, dan weer met seks.

In Zimbabwe werden vrouwen geïnterviewd in dorpen rondom Mutare, waar sinds ruim tien jaar diamantmijnbouw wordt bedreven. Zij zeggen nog steeds te hopen op reguliere banen in het mijnbedrijf, maar de staatsmijn is beloftes van lokale arbeidsplaatsen tot nu toe niet of nauwelijks nagekomen. De vrouwen melden dat ze noodgedwongen tot sekswerk zijn overgegaan, omdat de mannen, die ’s nachts de mijngebieden binnendringen in de hoop zelf (illegaal) wat diamanten op te graven, hen ook niet accepteren als collega’s.

En ook al doen ze het tegen wil en dank, ze worden toch ‘gestraft’ door de bewakers van het mijngebied en de aldaar gelegerde soldaten. Een vrouw vertelde dat tijdens een raid van soldaten ter bestrijding van ‘illegaliteit’ in het mijngebied, vrouwen op een truck naar de politiebasis werden gebracht om daar met de zweep te krijgen: dat zou ze leren om niet ‘op de rug te liggen en de benen wijd te doen.’ De vrouwen herkenden meer dan een van deze soldaten als regelmatige klanten.

Geïnformeerd over deze aantijgingen zegt het hoofd van de plaatselijke Derde Brigade van de Zimbabwe Defence Force, Majoor Chibasa, dat hij die ‘zeer serieus neemt’ en dat hij een ‘onderzoek gaat instellen’.

Traditionele regels

Hoe komen al die mannen, ook in arme gemeenschappen, trouwens aan geld om naar vrouwen te gaan die dat geld ontberen? De antwoorden worden het meest kernachtig samengevat door een vrouw in het Zuid-Afrikaanse plattelandsdorp Moutse: “Mannen onderhouden geen kinderen, daardoor houden ze geld over voor flauwekul.” Verder vertellen de ondervraagden dat mannen nogal eens wat verdienen in de criminaliteit - waarin zij, opmerkelijk genoeg, soms wel hun moeders en overige familie laten delen. Twee respondenten melden dat zij geen sekswerk hoeven te doen omdat een zoon, respectievelijk een schoonzoon, geld thuisbrengen ‘van misdaad.’

De zeven landen waar het AIPC met vrouwen in de doelgroep sprak, hebben gemeen dat de overheid er faalt. Gezondheidszorg, onderwijs en ouderenzorg zijn ondermaats (olierijk Nigeria is nu twaalf jaar bezig om de gezondheidszorg te organiseren - resultaat: formeel minder dan 5, in werkelijkheid niet veel meer dan 1 procent van de bevolking heeft er volgens recent Nigeriaans onderzoek toegang toe). Dat leidt extra tot armoede onder vrouwen, omdat zij geacht worden hun kinderen naar school te sturen - wat vaak alleen maar kan als je er cash voor betaalt - en medicijnen aan te schaffen voor zieke gezins- en familieleden. Verder geven vrouwen te kennen dat zij nauwelijks bezit hebben vanwege traditionele regels, die vrouwen uitsluiten van het erven van huizen of land. In sommige landen bestaan wel wetten die vrouwen tegen die tradities moeten beschermen, maar daaraan wordt niet of nauwelijks de hand gehouden.

Hoe reageren overheden op deze bevindingen? Afhoudend - als ze al reageren. In Nigeria, waar het ministerie voor Vrouwenzaken een budget heeft voor ‘kwetsbare groepen’, laat economisch directeur Idriss Mohammed weten dat het geld ‘nog niet besteed’ is. Woordvoerder Simon Makua van de Zuid-Afrikaanse gemeente Elias Motsoaledi, waar interviews plaatsvonden, meldt dat werkgelegenheid een zaak is voor het Nationale Agentschap voor de Ontwikkeling van de Jeugd: een bureau dat de afgelopen twintig jaar geen resultaten wist te boeken.

Alleen in Nigeria zijn vrouwen erin geslaagd via de prostitutie geld te sparen en er zelfs huizen van te laten bouwen. Zij hebben oyinbo als klant - witte mannen, die veel beter betalen dan de plaatselijke klandizie, melden zij - zeker waneer de oyinbo verliefd is geworden op de betaalde minnares. Veel respondentes melden dat ze, als ze toch in de prostitutie moesten werken, dat veel liever in Europa zouden doen.

Doordat de overheden slecht functioneren, merken de 226 geïnterviewde vrouwen niets van de honderden miljoenen die vooral via de Wereldbank en Europa (via het Europe Aid programma) per jaar bijdragen aan armoedebestrijding op het Afrikaanse continent. Meer aandacht mag uitgaan naar het beter laten functioneren van staten en justitiële systemen, bijvoorbeeld door plaatselijke organisaties die voor goed bestuur en sociale rechtvaardigheid ijveren - de opbouw van belastingsystemen, het monitoren van recht en orde. Ook het werk van (onderzoeks-)journalistiek als controlerende macht verdient meer steun.

‘The Last Resource’

Dit artikel is gebaseerd op het rapport ‘The Last Resource: Risking your life to feed your kids’, dat dinsdag 7 mei wordt gepubliceerd door internetmagazine ZAM (zammagazine.com) in samenwerking met het African Investigative Publishing Collective (AIPC,investigativecollective.com) Dat is een collectief van zestien onderzoeksjournalisten in twaalf Afrikaanse landen die onrecht blootleggen en autoriteiten verantwoordelijk stellen. Het publiceerde eerder het rapport ‘African Oligarchs’ over kleptocratische regimes, waaraan Letter&Geest ook aandacht besteedde.

De auteur van dit artikel, Evelien Groenink, onderzoeksredacteur van ZAM Magazine, redigeert verhalen van het AIPC voor een Nederlands/Europees publiek. Teamleden: AdieVanessa Offiong (Nigeria), Patience Akumu (Uganda), Muno Gedi (Kenia), Laurelle Mbaradza (Zimbabwe), Mae Azango (Liberia), Isabelle Ntanga Kabeya, Suzie Manyong Nawat en Eric Mwamba (DR Congo), David Dembélé (Mali), Precious Mbewu, Prudence Mbewu en Evelien Groenink (Zuid-Afrika).

Zij interviewden voor dit onderzoek vrouwen op basis van dezelfde vragenlijst, met algemene vragen over inkomen, armoede en strategieën om rond te komen. Vrouwen die meldden seks voor geld te (moeten) hebben, kregen extra vragen, onder andere over hoe ze daarmee zelf omgingen.

Het AIPC-onderzoek kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Lees ook:

Geld en seks uitwisselen is heel gewoon in Zuid-Afrika

Materialisme speelt een grote rol binnen de liefde in Zuid-Afrika. Het was een punt van zorg op de Wereld Aids Conferentie afgelopen week in Durban. Volgens verleidingscoach Mandisa Mahlobo is er niets nieuws onder de zon.

‘Heineken gebruikt biermeisjes en prostituees om bier in Afrika aan de man te brengen’

Heineken maakt in een tiental Afrikaanse landen gebruik van ‘biermeisjes’ die in bars bier moeten promoten. De meisjes worden geregeld lastig gevallen door klanten en soms aangespoord met klanten naar bed te gaan. In Nigeria maakte Heineken ook gebruik van prostituees om bier te promoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden