Waarom rode oker en geen gele?

Het moet frustrerend zijn, je suf te puzzelen, keer op keer een schouderklopje te krijgen van collega's maar voor altijd in het ongewisse te blijven of je analyse echt hout snijdt. In Current Anthropology (vol. 44, nr. 4) wagen archeologen zich aan zulke wetenschap in het donker, met de vraag of de rode oker die zij vonden temidden van de mensenbotten in de Qafzeh grot (in Israël) getuigt van een sluimerende (kleur)symboliek in de vroege moderne mens.

We hebben het echt over vroeg: rond 92000 jaar geleden bivakkeerden hier mensen wier botten -in 1933 opgediept- anatomisch bezien voor de oudste van de nieuwste mens mogen doorgaan. Latere speurtochten leverden skeletdelen op van minstens elf volwassenen en kinderen, de nodige botten van paard, rinoceros, os en hert, plus het een en ander aan stenen gerei.

En sporen van rode oker. Zou...., heel voorzichtig, zou die aardverfstof misschien niet louter voor praktisch gebruik zijn geweest maar wijzen op een ontluikende symboliek in de jonge moderne mens? Vertelt de oker iets over diepere gedachten rond leven en dood, van ver voor de tijd waaruit de eerste boetseersels, snijwerkjes en primitieve afbeeldingen dateren? Moest de oker wellicht iets verbeelden, staat ze symbool voor onze bede om vruchtbaarheid of onze hunkering naar leven?

Dat zijn te gedurfde vragen. Probeer liever de oorsprong van de taal te achterhalen, zullen collega's mopperen, hét systeem van verbeelding waarmee de mens zich onderscheidt. Maar woorden laten niets na, en in materiële objecten kun je hooguit indirecte aanwijzingen vinden voor de aarzelende geboorte van de taal. Nee, de archeologen willen eens proberen in de oker van Qafzeh zelfstandig bewijs te vinden van vroege symboliek.

Kleuren dienen immers wereldwijd als symbool, tot op de dag van vandaag. Van de nationale vlag tot het shirt van Feyenoord. In kleur zit een boodschap, en door de culturen heen wil rood iets vertellen over overwinning of levenssucces. Geen wonder, schrijven de archeologen, dat rood, naast zwart en wit, tot de eerste kleurwoorden van vrijwel elke taal behoort.

Kan zijn, maar nu die oker in de grot van Qafzeh, wat deden ze ermee? Ter beantwoording lieten de archeologen op een deel van de 71 beschikbare okerstukjes petrografische, chemische en mineralogische analyses los. De ijzeroxide was veelal rood tot roze, met een enkel geel of bruin klompje. De oker bevatte een hoge concentratie ijzer, én allerlei vervuilingen, zoals silt, zandsteen, kalksteen en dolomiet, in opvallend constante hoeveelheden. Weet je dan wat? Misschien, als je aan de samenstelling kunt zien waar de Qafzeh-bewoner zijn oker haalde.

vervolg op pagina 13

Waarom rode oker en geen gele?

Vervolg van pagina 1

Dat die oker niet toevallig lag te liggen in de grot maar echt werd gebruikt blijkt niet alleen uit de talloze krassporen op de okerstukken zelf maar ook uit de vlekken langs de snijranden en op de punten van enkele vuistbijlen en schilfers. Kortom, er is aan gewerkt, en ze zijn hun oker ergens gaan halen. Daarbij verraadt de samenstelling dat de Qafzeh-bewoner in de keuze van zijn verf een Pietje Precies was, bereid om er een eind voor te lopen. Het moest en zou een bepaalde rozerode oker zijn, beredeneren de archeologen, een oker die niet direct in de buurt te vinden was.

Geologische kaarten, boringen en wat nader onderzoek lieten zien dat op 2,5 kilometer van de grot oker te oogsten viel. Gele, geen goeie dus. Op 4 kilometer afstand was ook wat te vinden: maar met onvoldoende siltkorrels, te weinig ijzer en te weinig roestkleurige bestanddelen. Kortom, niet goed, of er moet betere oker in diepere lagen daar hebben gezeten. Op 8 kilometer was een meer geschikte bron, met varianten die wat op die uit de grot lijken. Maar toch te weinig spoorelementen. Een vindplaats 40 kilometer verder leverde mogelijk nog beter spul, maar om van Amsterdam naar Utrecht te lopen voor wat verf...

Zouden ze misschien gele oker in rode hebben omgetoverd door het te verhitten? Er zijn overblijfselen van haarden in de grot aangetroffen. Maar dan hadden we toch restanten geel moeten vinden, wuiven de archeologen deze mogelijkheid weg. Nee, het heeft er alle schijn van dat de Qafzeh-bewoners uiterst kieskeurig waren in hun keuze voor een kleiige, silte, rode oker en er einden voor liepen, waar een even zachte, gele soort dichterbij voor het grijpen lag. Waarom, waarom?

Tal van sporen wijzen op het schrapen en vermalen van de oker, er moest geverfd worden. Maar wie of wat? Oker is veel gebruikt bij het 'behandvatten' van werktuigen, maar de schaarse okerresten op de voorwerpen in de grot maken dat gebruik niet geloofwaardig. Hebben ze er misschien huiden mee ingesmeerd, om ze te conserveren? Hadden ze net zo goed gele oker kunnen nemen. En juist waar veel restanten van grotere zoogdieren in de grot zijn gevonden, ontbreekt de oker.

En zo masseren de archeologen hun lezerspubliek langzaam naar de conclusie toe dat de oker een niet-praktisch, hoger doel heeft gediend. En laat die oker nu vooral in de grot zijn opgedoken op plaatsen waar ook sporen te vinden waren van intensief gebruik van vuur, van het (ritueel?) begraven van mensen -onder meer van een vrouw en een kind in één graf- en de nodige stenen voorwerpen. En wat doen het stuk hertengewei en de schelpen van niet-eetbare weekdieren daar? Dit riekt naar symboliek, ja zelfs verbeelding in bredere zin, gezien de verzameling van vondsten. We mogen hier wellicht al van een cultuurtje gaan spreken, anno 90000 voor Christus.

Nogmaals, waarom die oker? Hier schuiven collega-archeologen aan die eens opperden dat oker als symbolisch beeld een antwoord moest geven op voortdurende onzekerheden rond voortplanting en overleving. Oker zou een teken van vruchtbaarheid zijn, en zelfs door vrouwen worden gebruikt om menstruatie voor te wenden.

De oker in de Qafzeh-grot getuigt van andere verbeelding, en de archeologen wagen zich niet aan verdere speculaties. Ze weten slechts één ding zeker: al bijna 100000 jaar geleden hebben de vroegste moderne mensen in Qafzeh héél speciale oker gebruikt, van héél specifieke plekken, en voor héél specifieke, symbolische doeleinden. Dat is van ver vóór de eerste beeldjes en grotkunst.

Wat zeggen collega's hiervan? De zeven kritieken in Current Anthropology op deze archeologie in het donkerste donker zijn opvallend mild en lovend. Sherlock Holmes krijgt eerder een pluim dan het verwijt van duimzuigerij: je kunt toch een eind komen met deductie op historische afstand, gesteund door gedetailleerd scheikundig onderzoek. Maar zoeken naar zulke oude bewijzen van symboolgebruik is net zoiets als zoeken naar leven op Mars, reageert een collega. Een combinatie van chemische, geologische en gezond-verstand-analyses is misschien dé methodologie van de toekomst, denkt hij, maar iets concreets vínden? ,,Dat leven op Mars zullen we eerder hebben''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden