Waarom 'pardonners' zo moeilijk een paspoort kunnen krijgen

Zolang je een verblijfsvergunning hebt, maar niet genaturaliseerd bent, mag je niet stemmen, kun je niet voor langere tijd naar het buitenland voor studie of werk en ben je uitgesloten van bepaalde beroepen. Beeld ANP

De Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman vinden dat voormalig vluchtelingen die bij het generaal pardon in 2007 een verblijfsvergunning kregen sneller in aanmerking moeten komen voor een Nederlands paspoort.

Over wie gaat het?

In 2007 kregen 27.000 asielzoekers een verblijfsvergunning op grond van het generaal pardon. Deze groep zogeheten 'pardonners' had al voor 2001 asiel aangevraagd in Nederland, maar jaren later was nog steeds niet duidelijk of zij mochten blijven of niet.

Personen met een verblijfsvergunning kunnen na vijf jaar de Nederlandse nationaliteit en een paspoort aanvragen. Inmiddels heeft ruim dertig procent van deze groep een paspoort, 820 personen vroegen om naturalisatie maar kregen een afwijzing.

Wat is er zo belangrijk aan een paspoort?

Zolang je een verblijfsvergunning hebt, maar niet bent genaturaliseerd, mag je niet stemmen, kun je niet voor langere tijd naar het buitenland voor studie of werk en ben je uitgesloten van bepaalde beroepen. Zo kun je geen politieagent, rechter of beveiliger worden. Dat geldt ook voor kinderen van deze pardonners. Ook is het moeilijker om een hypotheek, lening of verzekering af te sluiten.

Waarom lukt het niet om een paspoort aan te vragen?

Daarvoor heb je een geboorteakte en een geldig paspoort uit je land van herkomst nodig. En die hebben deze mensen meestal niet. Het was één van de redenen waarom ze in eerste instantie geen verblijfsvergunning kregen, en later onder het generaal pardon vielen. Toen is bepaald dat zij deze papieren niet nodig hadden, omdat ze er niet makkelijk aan zouden kunnen komen.

Maar bij het verkrijgen van het Nederlanderschap en een Nederlands paspoort is er minder coulance. Mensen kunnen hun geboorteakte en paspoort best ophalen in hun land van herkomst, vindt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

In sommige gevallen geldt een uitzondering: als mensen ‘bewijsnood’ kunnen aantonen, kunnen zij van de IND een vrijstelling krijgen en Nederlander worden zonder de vereiste papieren. Ze moeten dan aantonen dat het onmogelijk is die documenten te verkrijgen, bijvoorbeeld omdat in hun geboorteland geen betrouwbaar bevolkingsregister is.

Probleem opgelost, toch?

Niet dus. Want lang niet iedereen komt in aanmerking voor deze uitzondering. Er zijn landen waar voormalig asielzoekers absoluut niet heen durven, maar waarvan de IND vindt dat dat best kan. Ook zijn er landen waar volgens de Ombudsman documenten zelden te krijgen zijn, zoals voormalige Sovjetrepublieken, China en Afghanistan, maar die door de IND niet als uitzondering worden gezien.

Bovendien is voor veel ex-vluchtelingen onduidelijk of zij een beroep kunnen doen op deze bewijsnood. En ook voor de gemeente die hen moet helpen met hun dossier is dat niet altijd duidelijk.

Volgens de Ombudsman is er daarom een grote groep die helemaal geen verzoek indient omdat men bang is dat men toch kansloos is. Meer dan twee derde van de pardonners die nog niet genaturaliseerd is geeft aan niet over de juiste papieren te beschikken, bleek in 2015 uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Het grootste deel van deze mensen (83 procent) zegt wel te hebben geprobeerd om de papieren te krijgen, maar daarin niet te zijn geslaagd.

Daarbij is het indienen van een aanvraag duur, vinden de ombudsmannen. Een alleenstaande betaalt 855 euro. Daarom zouden veel mensen met een verblijfsvergunning er niet eens aan beginnen, uit angst dat het toch nergens toe leidt.

Wat moet er veranderen?

Pak de bureaucratische hobbels aan, vinden de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman. Deze mensen wonen al tientallen jaren in Nederland en moeten gewoon Nederlander kunnen worden. Dus moet deze groep meer hulp krijgen van de gemeente én van de IND. Die instanties moeten bovendien beter samenwerken, stellen ze. Gemeenten krijgen nu niet altijd de juiste informatie van de IND (ze kunnen bijvoorbeeld het vreemdelingendossier niet inkijken) of krijgen daar niet de juiste deskundige te pakken om te overleggen over individuele zaken.

En waar maakt de Kinderombudsman zich precies druk over?

De regels voor het Nederlanderschap gelden niet alleen voor ex-vluchtelingen, maar ook voor hun kinderen, zelfs als die in Nederland geboren zijn. Deze kinderen beschikken dus over een Nederlands geboortebewijs, zijn hier opgegroeid, gaan naar school of studeren. Maar dat is allemaal niet voldoende: om Nederlander te worden moeten hun ouders een paspoort laten zien, en daar wringt de schoen.

Minderjarigen kunnen bovendien niet zelfstandig een verzoek om naturalisatie indienen. Wordt het verzoek van hun ouders afgewezen, dan wordt automatisch ook het verzoek van het kind afgewezen. Kinderombudsman Margrite Kalverboer wil dat de staatssecretaris van veiligheid en justitie meer rekening houdt met het belang van deze kinderen. Volgens haar is het schadelijk voor hun ontwikkeling als zij telkens tegen barrières oplopen door het ontbreken van een paspoort.

Kinderen zouden er op basis van het Kinderrechtenverdrag recht op hebben dat hun zaak apart wordt bekeken, stelt zij. Daarbij moet rekening worden gehouden met hun ontwikkeling, en wat weigering betekent voor hun deelname aan de samenleving en onderwijs.

In de huidige situatie is het zelfs zo dat als deze in Nederland geboren kinderen zelf kinderen krijgen met iemand die evenmin de Nederlandse nationaliteit heeft, ook deze kinderen het Nederlanderschap mislopen.

Is dit een nieuw probleem?

Nee, Vluchtelingenwerk Nederland strijdt al jaren tegen deze situatie, die volgens hen tweederangsburgers creëert. De Tweede Kamer debatteerde er meermaals over, en staatssecretarissen en ministers beloofden naar de problemen te kijken.

Toenmalig staatssecretaris Fred Teeven vond in 2014 nog dat pardonners zelf meer moeite moesten doen. De wet versoepelen en kosten verlagen vond hij oneerlijk voor andere asielzoekers. Voormalig justitieminister Ard van der Steur concludeerde begin 2016 dat mensen vaak niet verder komen dan een ambassade, terwijl ze ook naar het land van herkomst kunnen reizen. 

En demissionair staatssecretaris Klaas Dijkhoff signaleerde begin 2016 ‘oprechte huiver en terughoudendheid’ bij pardonners om naar het geboorteland te gaan. Onnodig, vond hij, omdat de Nederlandse verblijfsvergunning hen voor onheil zou behoeden. ‘Oprecht is nog niet altijd terecht’, aldus Dijkhoff toen.

Volgens de Ombudsman heeft de IND afgelopen jaar wel het een en ander verbeterd in de informatieverstrekking over bewijsnood. Zo kunnen pardonners nu online voorbeelden bekijken van dossiers die in aanmerking kwamen voor de regeling rond bewijsnood, en welke niet. Ook krijgen ze bij een afwijzing van de IND uitleg over wat ze nog kunnen doen om alsnog in aanmerking te komen voor een paspoort. Maar dat is niet genoeg, stelt de Ombudsman in het rapport. Er worden nog steeds mensen van het kastje naar de muur gestuurd, en er zijn nog steeds mensen die niet op de juiste manier worden geholpen.

Het ministerie van veiligheid en justitie noemt de rapporten van de ombudsmannen dinsdag 'een welkome aanvulling op de verbeteringen, die al langer in gang zijn gezet'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden