'Waarom opeens die huiver voor megafusies?'

Sinds de perikelen bij Hogeschool Inholland zit de schrik voor grootschaligheid in het onderwijs er bij politici goed in. De fusieplannen van drie universiteiten in Zuid-Holland vallen dan ook niet goed. Die weerstand is vreemd, vinden vier universiteitsbestuurders.

'Megafusies zijn nog nergens goed gelukt", "niemand zit te wachten op grote universiteiten", "deze monsterfusie moet er niet komen". De Tweede Kamer kwam vorige week woorden te kort om haar huiver te uiten over de fusieplannen van drie universiteiten in Zuid-Holland: de Universiteit Leiden, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Technische Universiteit Delft.

Staatssecretaris Zijlstra toonde begrip voor de gevoelens van de Kamer. Nee, hij wees die fusieplannen niet meteen af, maar hij stond 'er niet positief tegenover' en hij wilde er hoe dan ook strikte voorwaarden aan stellen: zo'n fusie mag alleen als het onderwijs er enorm door verbetert.

Weerstand tegen grootschalige 'leerfabrieken' bestond er in de Kamer al langer. Maar die lijkt nog versterkt te zijn door alles wat er het afgelopen jaar bekend is geworden over de Hogeschool Inholland. Ontstaan uit een reeks fusies werd dat de grootste hogeschool van Nederland, met vestigingen in Rotterdam, Den Haag, Alkmaar, Haarlem, Diemen, Hoofddorp enzovoorts. Bestuurders lieten zich ruim boven de Balkenendenorm betalen, maar intussen ging het mis op de werkvloer: studenten werden soms aan een diploma geholpen zonder prestaties op hbo-niveau geleverd te hebben.

Nu zit de schrik er goed in bij politiek Den Haag. Inholland is model komen te staan voor alles wat er mis is met grootschaligheid in het onderwijs. En hoewel universiteiten tot nu toe buiten schot zijn gebleven in de discussie die daarover is ontbrand, staat voor de Tweede Kamer vast: fusies in de universitaire wereld, dat moeten we niet willen. Toch zijn die weerstand in de Kamer en ook de reserves van de staatssecretaris eigenlijk nogal vreemd, zeggen vier universiteitsbestuurders die Trouw erover sprak. Om meer dan één reden.

Allereerst is die weerstand nogal voorbarig, zegt voorzitter Pauline van der Meer Mohr van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit. "Een fusie is nog helemaal niet aan de orde."

Wat is er dan wel aan de hand? De drie Zuid-Hollandse universiteiten werken op sommige gebieden al samen. Wat Delft te bieden heeft op het gebied van technologie bleek bijvoorbeeld wonderwel aan te sluiten bij de Leidse en Rotterdamse kennis op het gebied van levenswetenschappen en geneeskunde. De som bleek meer te zijn dan de delen: op het gebied van biomedische technologie boeken de drie nu goede resultaten.

Zoiets kan op veel meer gebieden, verwachten de drie besturen, en daarom kondigden zij bij de opening van het academisch jaar, begin september, aan dat ze verregaande samenwerking willen, 'mogelijk uitmondend in een fusie'.

"Maar het is nog lang niet zeker of dit proces eindigt in een fusie", zegt Van der Meer Mohr. De drie besturen gaan allereerst wetenschappers met elkaar om de tafel brengen om te kijken of samenwerking op hun vakgebied meerwaarde kan opleveren. De opbrengst van die gesprekken moet uiteindelijk een gezamenlijk plan van de drie universiteiten opleveren over hoe ieder van de drie en alle drie samen zich in de toekomst willen profileren. "Maar de inhoud staat voorop, niet de vorm van de samenwerking. En zonder draagvlak onder wetenschappers gebeurt er sowieso niets aan een universiteit."

Zo'n kilometer of tachtig verderop houden universiteitsbestuurders ongeveer hetzelfde verhaal: ook de beide Amsterdamse universiteiten (de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit) kondigden begin september aan nauwer te gaan samenwerken en ook zij willen dat stap voor stap opbouwen, met als leidend beginsel steeds de vraag: worden het onderzoek en het onderwijs er beter van? Alleen zei men er in Amsterdam meteen bij: er komt géén fusie. Vandaar dat beroering in de Kamer uitbleef.

Verrassend is het niet dat zowel in Zuid-Holland als in Amsterdam over nauwere samenwerking wordt nagedacht. Het is namelijk precies wat staatssecretaris Zijlstra van de universiteiten vroeg in de zogeheten strategische agenda voor het hoger onderwijs die hij afgelopen zomer openbaar maakte - en dat is de tweede reden dat de huiver die politiek Den Haag nu toont eigenlijk nogal vreemd is.

Laten universiteiten samen kijken wie welk onderwijs aanbiedt, zo luidde Zijlstra's pleidooi onder meer, en laten ze een deel van hun opleidingen gezamenlijk aanbieden. Want is het niet vreemd om aan meerdere universiteiten kwijnende studies te laten voortbestaan als je ze ook kunt samenvoegen tot één bloeiende? Ook op onderzoeksgebied moeten er allianties gevormd worden, want elke universiteit voor zich redt het niet in de steeds heviger internationale concurrentiestrijd in de wetenschap.

Dat is precies wat we nu doen, legt bestuursvoorzitter Paul Doop van de Universiteit van Amsterdam uit. En dat moet ook. "Voor een Nederlandse universiteit is het niet haalbaar om op alle terreinen uitmuntend te zijn, daarvoor ontbreken de middelen", zegt hij. "In het onderzoek is er daarom focus nodig: scherpe keuzes voor waar je wél in wilt uitblinken. En daarnaast is er massa nodig: een zekere omvang, zodat je kans op succes hebt. Want succes, breed succes, trekt anderen aan en dan kun je iets tot stand brengen. Hier in Amsterdam hebben we een andere universiteit op fietsafstand. Dat maakt het extra eenvoudig om samen afspraken te maken over waar we onze inzet op willen richten."

Net zo voor de hand liggend is het Amsterdamse verhaal over onderwijs. De stad telt zo'n honderdduizend studenten aan de verschillende hogescholen en universiteiten. "Het is onze taak om ervoor te zorgen dat elk van die studenten op de plek terechtkomt waar hij het best tot z'n recht komt. Dat lukt het best als je samenwerkt."

Dat gebeurt ook al, her en der in het land. Want dat is nóg een reden voor verbazing over de Haagse weerstand tegen alles wat aan een fusie doet denken: er hebben zich de afgelopen decennia al vele fusies voltrokken in het hoger onderwijs, en vaak met succes. Waarom nu dan opeens die huiver?

Sijbolt Noorda, voorzitter van de vereniging van universiteiten VSNU, schudt moeiteloos vier of vijf voorbeelden uit z'n mouw. "Een kwart eeuw geleden gingen de tandheelkundefaculteiten van de VU en de UvA al samen, in de jaren negentig zijn de academische ziekenhuizen gefuseerd met de geneeskundefaculteiten en in Wageningen zijn de voormalige landbouwuniversiteit, twee hogescholen en de Dienst Landbouwkundig Onderzoek onder één bestuur gebracht. Allemaal samenwerkingsverbanden die voortkwamen uit de vraag: hoe kunnen we ons onderwijs en onderzoek versterken?"

En dat andere voorbeeld dan, Inholland? "Wat er bij Inholland is misgegaan is niet dat het hbo in Noord- en Zuid-Holland met elkaar verbonden is in één grote organisatie, maar dat er binnen de afzonderlijke vestigingen geen goed onderwijsklimaat heerste."

Het is ook gewoon een kwestie van mode, zegt Noorda. "Er zijn tijden geweest waarin iedereen riep dat onderwijsinstellingen groot moesten zijn, omdat ze zich dan zelf konden redden, op afstand van de overheid. Al praatte je de blaren op de tong, die overtuiging hield stand. Nu is het andersom, nu moet alles per se kleinschalig. En als zo vaak ligt de waarheid in het midden."

Over die modetrends kunnen de technische universiteiten meepraten. Zij werken al een kleine tien jaar samen, en toen ze daarmee begonnen, viel ook al het woord 'fusie' maar toen schrok daar niemand van. Inmiddels vormen ze de federatie 3TU. "We blijven een soort conculega's, maar we voeren ook samen plannen uit", zegt Dirk Jan van den Berg, bestuursvoorzitter van de Technische Universiteit Delft.

Dat de samenwerking van zijn universiteit met de andere Zuid-Hollandse universiteiten nu zoveel meer beroering wekt dan de federatie destijds, stoort hem nauwelijks. "Een motie die een rem op de fusie zou zetten, is verworpen door de Kamer", zegt hij. "We volgen nu het broedendekipscenario: laat de universiteiten broeden op plannen en stoor ons in de tussentijd niet."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden