column

Waarom onze manier van denken terrorisme moeilijk te doorgronden maakt

Beeld Trouw

Ik was op mijn laptop een lezing aan het bekijken die een Palestijnse theoloog had gehouden aan een universiteit in Hongkong, toen ik op mijn telefoon berichten van internationale media zag binnenkomen over iets dat zich bij mij om de hoek bleek af te spelen. Concert in Maassilo afgelast, terreurdreiging, busje vol gasflessen staande gehouden.

Ik keek uit het raam, maar zag niets, daarvoor was het ook net iets te ver weg. Wel meende ik even later sirenes te horen, maar toen ik het raam wat verder openzette, bleek het te gaan om het irritante deuntje van de ijscoboer. Ik keerde via Hongkong terug naar Palestina en hield intussen via de telefoon in de gaten wat er buiten gebeurde.

Dit is hoe we tegenwoordig leven, dacht ik, we zijn overal tegelijkertijd en altijd dreigt er ergens wel iets. Blijkt het Spaanse busje onschuldig te zijn geweest, wordt er in Brabant een man aangehouden die mogelijk wel degelijk een doelwit zag in een rockband met de naam Allah-Las. Eerder deze week betrapte ik mezelf erop dat ik het plein voor het Centraal Station in Amsterdam inspecteerde op obstakels tegen moorddadige voertuigen, en toen ik schreef over Afghanistan herinnerde ik me weer scherp hoe ik me daar, meelopend met een patrouille door Tarin Kowt, opeens had gerealiseerd dat er mensen waren die mij, als ze mij in handen zouden krijgen, dood wilden hebben, zonder dat ze me kenden.

Natuurlijk begreep ik dat daar politieke, militaire, historische en religieuze grieven achter schuilgingen, maar het bleef een gek idee. Een niet te bevatten idee, eigenlijk. En misschien is het dat onbevattelijke wel dat ons blijft prikkelen, om het zacht uit te drukken, en dat maakt dat elke verklaring voor het islamistische terrorisme uiteindelijk iets onbevredigends blijft houden. Het is om moedeloos van te worden; iedereen pikt uit de complexe samenstelling van factoren precies die elementen die aan zijn eigen wereldbeeld beantwoorden, en bombardeert die dan tot de enig werkelijke oorzaak.

Krankjorume tijden

Zo is een debat ontstaan – als het een debat mag heten – waarin het ene kamp zich tot het uiterste inspant om de islam zelf te ontmaskeren als de wortel van het kwaad, of anders alle Marokkanen, terwijl het andere kamp de islam geheel buiten schot wil laten en de vraag naar de herkomst van de daders taboe verklaart. Ik chargeer, er zijn mensen die tussenposities innemen, maar het zijn de uitersten die in deze krankjorume tijden de toon zetten. Daarom was het een verademing gisteren een stuk te lezen van Nafees Hamid, verbonden aan het International Centre for Counter-terrorism in Den Haag.

Hamid beschrijft radicalisering als ‘een fenomeen waarvan het geheel groter is dan de optelsom van zijn delen’ – hij neemt al die delen serieus, maar pretendeert niet daarmee het geheel te hebben gevangen. Het is onze lineaire manier van denken die het zo moeilijk maakt het terrorisme te doorgronden, zegt Hamid. Als oorzakelijke verbanden ontbreken, slaat ons brein op tilt. Maar wat als terroristen verbanden zien die anderen nooit kunnen bevatten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden