Waarom niet toegeven dat je de weg kwijt was?

’Je moet het zien in de context van die tijd.’ Vanaf het moment dat het heerlijke debat over de jaren tachtig losbarstte, is dat met gemak het populairste argument dat de oud-activisten laten horen.

„Bij het terugkijken op de kraak- en actiebeweging wordt de context geheel weggelaten”, pruilde een van hen vorige week in De Groene Amsterdammer. „De beweging wordt nooit gezien in haar eigen tijdsbiotoop.” En vele geestverwanten zeiden het haar in vele varianten na.

Vrij vertaald: als wij het maatschappelijke klimaat van de jaren tachtig in ogenschouw zouden nemen, dan zouden we de oud-activisten véél beter begrijpen.

O ja? Mij schieten zomaar wat voorbeelden te binnen van gedachtengoed dat ooit naadloos paste ’in de context van de tijd’.

Veertig jaar geleden bestond er een grote tolerantie ten aanzien van pedofilie. Kinderen waren wezens met wie volwassenen best seks mochten hebben. Moet je dat zien in het klimaat van die tijd? Jazeker. De seksuele bevrijding der mensheid stond immers hoog op de agenda en geen priester was nog aangeklaagd. Mag je er daarom nu niet lichtjes om huiveren?

Verder terug, diep in het interbellum, zagen gerespecteerde Nederlandse dichters als J.C.Bloem, A.Roland Holst en Slauerhoff geen been in een antisemitische oprisping op z’n tijd. Moet je dat zien in het maatschappelijke klimaat van die jaren? Jazeker. Pas na de oorlog raakte openlijk antisemitisme hier om welbekende redenen uit de mode. Mag je er daarom nu niet hoofdschuddend op terugkijken?

Tijden veranderen, wil ik maar zeggen. En juist de groeiende afstand tot het verleden geeft een nieuwe blik op wat ooit salonfühig was.

Zelf droeg ik in de jaren zeventig ultrastrakke corduroybroeken, duckschoenen, een lange lapjesjas, mijn haren als gordijntjes langs het gezicht. En dat ik een gemacramede tas bezat, ik sluit het niet uit. Ook verdiepte ik mij ijverig in een werkje dat ik meen ’Het rode boekje voor scholieren’ heette. En natuurlijk wist ik zeker dat het achter het IJzeren Gordijn lang niet zo beroerd was als de rechtse propaganda ons wilde doen geloven.

Moet ik dit alles zien in de maatschappelijke context van die tijd? Jazeker. Iedereen in mijn omgeving liep er zo bij en iedereen in mijn omgeving was op z’n minst links angehaucht. Toch kijk ik er nu met enige gêne op terug. Tjonge, heb ik echt zo’n malle lapjesjas gedragen? Van mijn zakgeld zo’n rood boekje aangeschaft? En vooral: werkelijk gedacht dat het met die mensenrechten in het Oostblok reuze meeviel? Het zweet breekt me uit bij de herinnering.

Van zulke postume verlegenheid hebben de helden uit de jaren tachtig zelden last. Hardnekkig houden ze vast aan de mythen waarin ze blijkbaar zelf nog steeds geloven.

Bijvoorbeeld hoe ze destijds leegstaande panden kraakten om de louche praktijken van speculanten tegen te gaan. Heel nobel, inderdaad. Alleen vertellen ze er niet bij dat begin jaren tachtig meer dan de helft van de normale Amsterdamse distributiewoningen óók was gekraakt.

Tevens mogen ze graag beweren dat zonder die dappere inbraak in dat ministerie stiekem overal kerncentrales zouden zijn neergezet. Heel plausibel, inderdaad. Althans, als deze natie in 1985 had gezucht onder het terreurbewind van een berucht dictator die het voltallige parlement de mond had gesnoerd en naar huis had gestuurd. En aldus met harde hand zijn snode plannen had kunnen doorvoeren. Als dat zo was, moet ik even niet hebben opgelet.

Heus, van mij hoeft niet elke politicus met een spannend actieverleden zijn ontslag in te dienen. Maar gewoon eens ronduit toegeven dat je in de jaren tachtig bij tijd en wijle lelijk de weg kwijt was – het zou zo verfrissend kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden