Column

Waarom niet Halsema en De Jager in kabinet?

Het zou nog zo gek niet zijn als Rutte en Samsom over hun eigen schutting heen kijken en ministers aanzoeken van buiten de eigen kring. Beeld ANP
Het zou nog zo gek niet zijn als Rutte en Samsom over hun eigen schutting heen kijken en ministers aanzoeken van buiten de eigen kring.Beeld ANP

Nog enkele weken en het kabinet-Rutte II staat op de trappen van paleis Noordeinde. Hoewel de naamgeving alleen al duidt op continuïteit, zal het een ander kabinet zijn dan het vorige. Misschien is het daarom beter te spreken van het eerste kabinet van VVD en PvdA en het oog te richten op de vernieuwing. Maar wat gaat dit kabinet aan vernieuwing brengen?

Hans Goslinga

In het bestuur van coalitieland Nederland ligt het accent per definitie op de continuïteit. Dat is een verschil met de Angelsaksische landen die een tweepartijenstelsel kennen. Daar kan een kleine verschuiving in het electoraat een grote verandering in de regering meebrengen, hier hebben grote verschuivingen meestal maar kleine veranderingen tot gevolg. Dat zal zelfs zo zijn, nu na een bijzonder gedoogkabinet een klassiek meerderheidskabinet aantreedt op basis van een coalitie van twee partijen.

Bij de toegenomen beweeglijkheid van de kiezers werd zoiets de laatste jaren bijna niet meer mogelijk geacht. Het laatste twee-partijenkabinet dateert van de periode 1989-1994. Sedertdien heeft Nederland louter nog kabinetten gekend met een bredere samenstelling. In die kabinetten was de VVD steeds, op de periode 2007-2010 na, vertegenwoordigd. Over continuïteit gesproken: de liberalen hebben in de laatste dertig jaar 22 jaar meegeregeerd. Ook bij deze omslag is de partij de continue factor. Rutte blijft in het Torentje, zijn ministersploeg zal vrijwel dezelfde zijn als in het gedoogkabinet.

Maar ook de PvdA levert in de continuïteit een belangrijk aandeel. De sociaal-democraten maakten in de vorige periode deel uit van de schaduwcoalitie, die ervoor zorgde dat Nederland zijn Europese en bondgenootschappelijke verplichtingen nakwam - alleen aan de politietraining in Kunduz onthielden zij hun steun. Aan de missie boven Libië deden ze wel mee, en daarnaast droegen ze bij aan het belangrijke akkoord over verhoging van de AOW-leeftijd dat de liberale minister Kamp sloot met de sociale partners.

Afgaande op de drie belangrijkste oriëntatiepunten van de Nederlandse politiek - het lidmaatschap van de Europese Unie, de verhouding met de Verenigde Staten en de overlegeconomie - zullen oude lijnen dus worden doorgetrokken of worden gerevitaliseerd. De christen-democratische minister De Jager schreef vorig jaar in de Miljoenennota dat 'met zijn open economie en zijn enorme afzetmogelijkheden in een achterland met meer dan 500 miljoen mensen, de bestemming van Nederland in Europa ligt'. Het moet gek gaan, wil dit geloofsartikel niet onverkort in het nieuwe regeerakkoord worden overgenomen.

Continuïteit in het landsbestuur is van grote betekenis. Na jaren van polarisatie en turbulentie kan daar ook weer een sterke klemtoon op vallen, zeker nu er een pijnlijk crisisbeleid moet worden gevoerd. In dat licht is het verstandig dat VVD en PvdA het poldermodel nieuw leven inblazen. Overeenstemming met werkgevers en vakbeweging over de koers is voor het kabinet van levensbelang, niet alleen vanwege het draagvlak, maar ook om niet in zichzelf te keren en de aansluiting met de samenleving te verliezen. Groningen, Roermond en Haarlem leveren de afschrikwekkende voorbeelden van wat er misgaat als de luiken dichtgaan en effectieve tegenmacht ontbreekt.

Op dat vlak zou de nieuwe coalitie de noodzakelijke vernieuwing kunnen zoeken in meer dan gewone openheid en een zekere relativering van het partijpolitieke belang. Zo zou het nog zo gek niet zijn als Rutte en Samsom over hun eigen schutting heen kijken en ministers aanzoeken van buiten de eigen kring, bijvoorbeeld De Jager (CDA) voor financiën, Rinnooij Kan (D66) voor onderwijs, cultuur en wetenschappen en Femke Halsema (GroenLinks) voor justitie of internationale handel en samenwerking. Het nieuwe kabinet zou daarmee blijk geven van een prettig onconventionele houding en, vanuit een welbegrepen politiek eigenbelang, zijn overlevingskansen in de senaat met zijn 'vijandige meerderheid' verhogen.

In 1994 bezorgde het liberalen en sociaal-democraten een gevoel van opwinding voor het eerst sinds 1918 te regeren zonder het CDA. Dat gevoel ontbreekt thans. Nu zou een gezonde spanning kunnen worden ontleend aan een nieuwe, open manier van regeren, zonder de verkrampingen die de afgelopen decennia zoveel schade hebben toegebracht aan politici en partijen en, vooral, aan het vertrouwen in de politiek. Rutte en Samsom zouden baanbrekend te werk gaan als zij het ongezonde coalitiemonisme met de hele rimram aan spindoctors ten grave zouden dragen.

Ze kunnen daarbij hun voordeel doen met de ervaring dat al die coalitieafspraken nauwelijks bijdragen aan de stabiliteit van het bestuur. In de afgelopen tien jaar trokken vijf kabinetten voorbij, die ondanks dikke regeerakkoorden voortijdig bezweken. In de moeizame verhouding tussen politiek en burgers is een nieuwe doorbraak nodig, die zowel recht doet aan de autonomie van de politiek als aan de volwassenheid van de samenleving. Een coalitie van VVD en PvdA die zo'n groot deel van het spectrum omspant, zou op basis van onderling vertrouwen de ruimte moeten benutten voor een stijlbreuk die onze democratie een nieuwe impuls geeft.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden