Waarom nemen niet meer vrouwen en meisjes bokslessen?

Beeld Getty Images

Wereldreiziger Iris Hannema nam na een nare overval in Brazilië bokslessen en verbaast zich dat niet meer vrouwen en meisjes dat doen. Alsof we liever in discussie gaan dan een trap uitdelen.

Ik dacht terug aan die avond in de Braziliaanse stad Salvador da Bahia waarop het voor mij bijna misging. Ik liep de slechtverlichte korengele trappen op richting de binnenstad. De trap af kwam een donkere jongen die zijn handen in zijn zakken hield. Het moment dat hij een mes tevoorschijn haalde, voelde als een bevestiging van wat me al te binnen was geschoten toen ik hem in de verte zag aankomen: ik wíst het. Ik stond met mijn rug tegen de muur, hij zei dat ik heel mooi en vast heel rijk was, precies wat hij zocht.

Het was alsof het universum de straat had afgezet want er verschenen geen passanten. Daarop werd ik vreselijk kwaad, ik ontplofte en krijste in het Nederlands dat hij moest oprotten en ik bleef maar vloeken en schreeuwen tot hij al snel niet meer eng maar verbouwereerd keek, zich omdraaide en de trap afrende.

Toen ik het verhaal nog stijf van de adrenaline vertelde aan de hosteleigenaresse antwoordde zij dat het heel onverstandig van me was geweest, moeilijk doen kon hier je dood betekenen.

Ja dáág 

Ja dáág, dacht ik toen, ik ga me toch mooi niet aan de eerste de beste gek met een mes overgeven.

Zo denk ik er vandaag de dag nog steeds over.

Na het incident in Brazilië voelde ik wel hoe slecht ik mezelf kende in noodsituaties. Ik had weleens een handtastelijke man een mep verkocht op een Ethiopische kamelenmarkt en met een reisgids op een iel mannenhoofd geslagen in een volle Indiase trein, maar mezelf compleet verrast door zó boos te worden. Het waren onberekenbare emoties die in nood opkwamen en dat wilde ik niet omdat het betekende dat angst mij een volgende keer zomaar iets anders zou kunnen opdragen: niets doen, verstijven, slachtoffer zijn.

Arubaanse boksleraar 

Terug in Nederland nam ik een Arubaanse boksleraar in de arm op wie ik stiekem een beetje verliefd was (die armen, die borst, die bovenbenen, maar vooral dat je met hem samen op straat niets meer te vrezen had).

“Niet bang zijn voor pijn, pijn is informatie”, zei hij als ik bijna niet meer kon en dan knikte ik instemmend, al bleef ik het stiekem toch vooral zien als pijn; pijn is pijn.

Ook zei hij dat het beste wat je kan overkomen een flinke vuistslag in je gezicht is, zodat je weet wat dat betekent, je je erop kunt voorbereiden, er niet door verrast zult worden.

Ik heb hem nooit gevraagd dat eens te doen, daar was ik te bang voor, precies zoals hij zei: ik was bang voor pijn. (Jaren later zou ik mijn neus breken doordat mijn geliefde -zwarte band taekwondo, honderd kilo - zich zonder te kijken op bed liet vallen, en ja, het was pijnlijk, het geluid van het breken was ronduit walgelijk, maar dood ging ik er niet aan. Eigenlijk viel het wel mee, de angst ervoor was erger.)

Lightversie 

De Amsterdamse bokslessen bezorgden me een lightversie van het Mohammed Ali-gevoel: niet denken maar wéten dat je zult winnen, door je onschendbaar te vóelen ook onschendbaar zijn. Ik geloof er ook in - wil erin geloven - dat een zelfverzekerde heldere uitstraling je beschermt tegen mensen met slechte bedoelingen en een neus waarmee ze zwakte kunnen ruiken als truffelvarkens, al geeft die uitstraling je uiteindelijk ook geen enkele zekerheid en verandert die de aarde, jammer genoeg, niet in een vredig paradijs.

Laat ik het een hulpmiddel noemen, uitstralen dat je oplet, dat je sterk staat en weet wat er om je heen gebeurt. Ik stel me het soort bewustzijn voor als een blauwe windstille hemel waardoor je weids kunt kijken, overzicht krijgt en onraad voortijdig aan kunt zien komen, maar ook dat anderen je zo zien: als iemand die helder en oplettend is, vertrouwen heeft in zichzelf, die niet slaapwandelt maar erbij is.

De andere kant - dromerig, onoplettend en onhelder zijn, bijvoorbeeld door ’s avonds laat met muziek in je oren over straat te lopen of in trein of metro niet van je telefoonschermpje op of om te kijken - is als de dichte smog boven Peking; het is in de gelige nicotinehemel dat je je blind voelt en verrast kunt worden.

Beeld Colourbox

Jaren negentig 

Reis mee naar de jaren negentig en schuif aan in Central Perk, de beroemdste niet-bestaande koffiebar ter wereld dankzij de grappigste sitcom aller tijden, ‘Friends’. In een van de afleveringen, ‘The One With Unagi’, legt mijn favoriete personage Ross het concept ‘bewustzijn’ uit. Het gesprek gaat over de zelfverdedigingsles die twee van zijn vriendinnen, Rachel en Phoebe, die middag hebben gevolgd en hoe ze zich na één les al in staat voelen iedere man in elkaar te slaan. Ross legt ze uit wat ze volgens hem écht nodig hebben om zichzelf te verdedigen: unagi, de zogenaamde Japanse staat van bewustzijn (in werkelijkheid betekent ‘unagi’ paling). Hij beweert dat zijn geest altijd wakker is zodat hij weet wat er komen gaat, wat er zal gebeuren, wie er binnen zal komen, en dus is hij, als unagi-denker, vrij van verrassingsaanvallen. Wat uiteraard - het blijft comedy - niet zo blijkt te zijn.

Waar Ross het over heeft, is dat wat we ‘dat-kan-geen-toeval-zijn’ noemen; aan iemand denken en prompt, diegene belt! Of dat je bedenkt dat je kopje van tafel kan kletteren en prompt, even later klettert het kopje in slordige scherven op de grond. Hoewel het iedereen weleens overkomt dat de intuïtie spreekt, ook dat is geen garantie voor veiligheid. Het is wel een manier om je veiliger te vóélen, net als zelfvertrouwen.

Het is het noodlot dat boven alles staat en iedereen kan treffen; op het verkeerde moment op de verkeerde plek te zijn.

Uiterst onprettige kant 

Het lastige aan zelfverdediging is dat het je dwingt na te denken over de uiterst onprettige kant van het leven en het zelfs kan voelen alsof je daarmee het onheil over jezelf afroept. Als doemdenken.

Het is misschien daarom dat er op scholen nog altijd geen officiële zelfverdedigingslessen worden gegeven, omdat we onze kinderen willen beschermen tegen angstdenken. We hebben nu eenmaal het liefst het idee dat we een boze buitenwereld kunnen buitensluiten, ogen dicht en weg is alle ellende.

Maar dat is het ’m nu juist: je kunt je handen wel voor je ogen vouwen en niets meer zien, maar je verdwijnt er niet door, je kunt nog steeds gezien worden.

Tijdens de tweede feministische golf in de jaren tachtig en negentig had je in Amsterdam een zelfverdedigingsschool voor vrouwen, Kenau. Als vrouw leerde je jezelf verdedigen, punt uit. Er waren actiegroepen onder de motto’s ‘Wij eisen de straat terug’ en ‘De verschrikkelijke sneeuwvrouw’.

Flinke lel 

Kortom, je kon een man nog eens een flinke lel geven.

Waar is die behoefte aan zelfverdediging bij meisjes en vrouwen gebleven? Waarom bereiden we ons niet meer voor op ‘mocht het misgaan’? Waarom doen we liever alsof het ons toch niet zal overkomen of denken we wellicht dat het niet meer nodig is, dat we allemaal nette mensen zijn geworden? Of zijn we braver geworden, willen we niet uithalen naar een handtastelijke man omdat we liever in discussie gaan of aangifte doen?

Nu de discussie #MeToo een waterval aan ervaringen over seksueel misbruik teweegbrengt, met als slachtoffers vrouwen én mannen, moeten we tot de conclusie komen dat we zelfverdediging wél nodig hebben, en hoe, meer dan ooit. We kunnen protestmarsen en blijf-af-demonstraties lopen, wat saamhorigheid en kracht geeft, maar in het dagelijks leven verplaatsen we ons alleen en daartegen moeten we ons wapenen.

Ook ik maakte het mee, een producent die wilde knuffelen en aaien, zich als Hugh Hefner aan het water tussen twee negentienjarige meisjes inbakerde die met een programma-idee bij hem waren gekomen, meisjes die droomden over een tv-carrière, als zovelen.

Echt willen 

Je moet het in de eerste plaats echt willen, zei hij over de tv-wereld.

Je moet het in de eerste plaats eerst met mij doen, bedoelde hij.

In een tijdschrift gaf hij onlangs toe zijn boekje weleens vaker te buiten te zijn gegaan, maar dat hij graag gewild had dat de studentes dat tegen hem hadden uitgesproken zodat hij wíst dat ze niet gediend waren van zijn seksuele avances.

Wat hij wilde, is duidelijkheid en dat hadden we hem moet geven door hem allemaal een vreselijke hengst te geven en een flinke knie in zijn kruis.

Een paar maanden geleden las ik de nieuwsberichten op internet en herlas ze, drukte op ‘verversen’ en las ze nog een keer. Ik had het gevoel bijna op iets belangrijks te stuiten, iets wat weggegleden was maar nog op te halen, zoals dat met een woord kan gebeuren. Bijna, dacht ik, ik ben er nu echt bijna, en dan vertrok het weer, van de glijbaan af het niets in. Steeds zag ik haar gezicht weer voor me, terwijl ik probeerde juist niet meer aan haar te denken. Zoveel mensen overkomt iets vreselijks, sprak ik mezelf toe, en toch kreeg ik de laatste foto van Anne Faber steeds weer helder op mijn netvlies geprojecteerd, als iets waar ik wat mee moest. Identificeerde ik me misschien met haar omdat ik ook jong ben, ook vrouw, ook geinige selfies naar mijn geliefde whats-app?

Van binnen onrustig 

Ja, maar dat was niet het inzicht dat me van binnen onrustig maakte en ervoor zorgde dat ik haar laatste foto weer op internet opzocht, naar haar ogen en vingers in V-vorm keek.

Ik móést weten wat ik nooit te weten zal komen: of haar een voorgevoel bekropen had toen ze die selfie maakte, of ze bij het wakker worden die ochtend een onheilskriebel in haar maag gevoeld had en of het haar te binnen was geschoten, heel eventjes maar, om een andere fietsroute te nemen?

Kondigt onheil zich altijd aan?

Serene foto 

Kijkend naar de serene foto lijkt het er niet op alsof ze iets voorvoelde en dat maakt haar laatste selfie zo moeilijk om naar te kijken, dat jij als kijker iets verschrikkelijks weet wat zij nog niet weet. Ze poseert, onbeweeglijk afgebeeld en je wilt haar toeschreeuwen:

NIET STILSTAAN, RENNEN!

Even later schoot me toch te binnen waar ik steeds maar niet op kon komen: ik kende geen details, maar ik wenste zo ontzettend dat ze gevochten had en dat ze, al was het maar even, die hoop en kracht gevoeld mocht hebben.

Iris Hannema (1985) is schrijver en wereldreiziger en bezocht in haar eentje meer dan honderd landen. Eerder verschenen bij De Arbeiderspers haar reisboeken ‘Miss Yellow Hair, Hello!’ en ‘Het bitterzoete paradijs’.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Beeld Getty Images

Mijn eigen veiligheidsregels, als versje, om uit het hoofd te leren:

1 - Wees wakker, herken het gevaar, kijk op straat niet continu op je mobieltje, intuïtie werkt alleen als je de geest niet volstopt met informatie en denken (excuses voor het cliché maar: probeer in het nu te zijn).

2  - De beste verdediging is rennen (dus: trainen!).

3  - Zorg dat je fysiek vrij kunt bewegen (loop je in het weekend op het Leidseplein in Amsterdam, dan word je er weemoedig van: al die hakken en teenslippers, al die onhandige tassen die vastgehouden moeten worden).

4  - Maak herrie (krijs zoals zeemeeuwen dat doen, ook die zijn niet te negeren).

5 -  Alles fungeert als wapen, alles! Van handdoeken die je over iemands hoofd kunt gooien, pennen, boeken tot sleutelbossen (wees creatief, een tas zit vol wapens).

6 -  Laat je niet kleineren door pijn, je maakt het een aanvaller te makkelijk: vecht, val aan, doe zelf pijn (denk aan de Spartanen).

7  - Neem je pepperspray of deodorant in sprayvorm mee in je tas, prent jezelf dan als mantra in dat je bij gebruik altijd eerst kijkt hoe de wind staat (sinds ik het zelf eens in mijn ogen heb gehad tijdens rellen in Parijs, weet ik hoe pijnlijk het is, dat het je verblindt, dat je ervan met je vuisten op de grond wilt slaan).

8 -  Nog één laatste tip: dreig nooit met pepperspray of deodorant in sprayvorm, gebruik het; stel je eens voor wat er gebeurt als de ander het van je afpakt en tegen je gebruikt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden