Waarom Nederland niet dol op cartoons is

Terwijl Frankrijk meerdere cartoontijdschriften kent, hebben satirische stripbladen in Nederland nooit voet aan de grond kunnen krijgen. Hoe is dat mogelijk?

De Opstoot heette het laatste Nederlandstalige satirische cartoontijdschrift, en het werd opgericht in 1982. 'Een satirisch blad: dat lukt nooit in Nederland', was de ondertitel, en inderdaad, na dertien nummers hield het tweewekelijkse tijdschrift er al weer mee op. Natuurlijk wordt de Nederlandse Donald Duck niet alléén door kinderen gelezen - mede vanwege de knipoogjes naar de actualiteit - en hebben alle dagbladen wel een paar dagelijkse cartoons op de opiniepagina's.

Een groot contrast met Frankrijk: daar heb je naast het cartoonweekblad Charlie Hebdo ('onverantwoordelijk tijdschrift', oplage in 2014: 30.000) ook de Canard Enchaîné, een satirisch weekblad met een oplage van maar liefst 400.000 exemplaren. Anders dan Charlie lijkt de Canard uiterlijk op een 'gewone' krant met tekst (wel eentje uit 1915, het jaar dat het blad werd opgericht), met als belangrijkste verschil dat er cartoons in staan in plaats van foto's, en dat de nieuwsberichten vaak met een grote korrel zout moeten worden gelezen. Tegelijkertijd zien de tekenaars zichzelf in de eerste plaats als 'journalist': mensen die de lezers in gechargeerde tekeningen laten zien hoe de wereld in elkaar steekt.

Hoe kan het toch, dat die getekende vorm van satire in Nederland niet of nauwelijks aanslaat? Een samenloop van omstandigheden. Nederland heeft traditioneel een minder gepolariseerd politiek klimaat, dus minder 'extreme' politieke situaties die zich lenen voor explicite satire. Daarnaast is er de wetgeving. Terwijl Frankrijk zich sinds de Franse Revolutie expliciet afficheert als een seculiere staat, waarbinnen religie een privézaak is - en dus kritiek daarop niet snel strafbaar is - is in Nederlands pas op 1 februari 2014 het verbod op godslastering afgeschaft, en is majesteitsschennis nog steeds een misdaad. Ook heeft onze regering de stripcultuur bewust tegengewerkt: in 1948 riep de minister van openbare kunsten en wetenschap onderwijzers bijvoorbeeld nog op 'het verspreiden van zogenaamde beeldromans' tegen te gaan: ze waren 'van sensationeel karakter, zonder enige andere waarde'.

Maar de belangrijkste reden voor het cultuurverschil heeft een religieuze bodem. Want terwijl in het katholieke Frankrijk beelden al eeuwen de mores bepaalden, is Nederland opgegroeid met een domineescultuur. Terwijl de Fransen zich nog steeds iedere week verkneukelen over de soms grappige, soms venijnige cartoons, lezen Nederlanders en masse hun favoriete columnist en kijken ze naar de one-man shows van 'hun' cabaretier. En ook daar worden regelmatig speldenprikken uitgedeeld die zowel de kritische geest als de lachspieren genadeloos weten te raken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden