Waarom natuurcompensatie meestal beperkt blijft tot schaamgroen

Beeld @natuurmonumenten.nl

Er gaat te veel mis bij de compensatie van natuur die moet wijken voor wegen en viaducten. Natuurmonumenten, het Nationaal Groenfonds en de provinciale rekenkamers werken aan een oplossing.

De weg dwars door Hoogerheide werd te druk en te gevaarlijk en dus kwam er een rondweg, de N289, om het dorp. Dat die dwars door grasland loopt met poelen voor salamanders, betreurt Jim de Blank nog steeds. “Dat was natuurgebied, onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur met kamsalamanders, de kleine water- en de vinpootsalamander.”

Natuur- en milieuvereniging Namiro (Natuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening) waar De Blank voorzitter van is, verloor haar beroep bij de Raad van State in 2008. De gemeente Woensdrecht, waar Hoogerheide deel van uitmaakt, moest ter compensatie bloemrijke graslanden aanleggen en andere voorzieningen treffen. “Die zijn er nog steeds niet”, zegt De Blank.

Boetekleed 

Er werd een bloemrijk grasmengsel ingezaaid, poelen werden gegraven en ecotunneltjes aangelegd. Maar de boer die de grond pachtte, ploegde, mestte en maaide zoals hij gewoon was. Bovendien werd het waterpeil verlaagd.

Ecologisch adviesbureau De Brabantse Wal, dat Namiro erbij haalde, concludeerde in 2014: ‘Door het huidige, vrij intensieve agrarische beheer heeft het grootste deel van de graslandpercelen (…) een soortenarme Engels raaigrasvegetatie. (Er is) geen sprake van een bloemrijk grasland dat waardevol is voor vlinders, sprinkhanen en andere insecten (…) ook niet in de toekomst.’

Het bureau telt op een van de drie percelen vijftien vaarzen, jonge koeien, en dat maakt ‘de begrazingsdruk (…) negen keer zo hoog als volgens het Inrichtingsplan Natuurcompensatie is toegestaan’. Bovendien is ‘het van oorsprong natte karakter van de graslandpercelen (…) verdwenen; de potenties om hier de beoogde vochtige schraalgraslanden te realiseren kunnen daardoor niet worden ontwikkeld.’

Door de waterpeilverlaging zijn de poelen kleiner geworden en de houtwallen in slechte conditie, net als de aanplant in de berm van de nieuwe weg, die belangrijk is voor vogels en vleermuizen. Bomen waren niet aangeslagen en de ecotunnels lagen droog en functioneerden niet.

De gemeente trok het boetekleed aan: de boer mag geen drijfmest meer uitrijden en nog maar één keer per jaar maaien. ,,Het kan nog wel een paar jaar duren voor het weer wat is’’, zegt De Blank nu. De gemeente wil er niet meer over praten: “Nu is het goed”.

Kwetsbaar

Het voorbeeld uit Hoogerheide laat zien dat natuurcompensatie niet eenvoudig is. Vaak haalt de nieuw aangelegde natuur het niet bij de oude, met alle frustratie voor natuurliefhebbers van dien. “Of denk aan kleine stukjes natuur voor vlinders en vleermuizen”, zegt Lars Koreman, provinciaal ambassadeur voor Natuurmonumenten in Noord-Brabant en Limburg. Die natuur is kwetsbaar en dus moeilijk elders terug te krijgen. “En als onderhoud van de compensatienatuur uitblijft, is het eveneens verspilde moeite. Wat je niet met regelmaat maait, wordt op den duur bos en verliest zijn functie.’’

Er zijn meer gevallen zoals in Woensdrecht waarbij het misgaat met natuurcompensatie, terwijl dat gemakkelijk te voorkomen is. De wegbeheerder die keurig compenserend groen inricht, maar niet voorkomt dat strooizout afdrijft en schade aanricht. En met populierenbosjes in de klaverbladen van een verkeersplein is keurig voldaan aan de wettelijke compensatieplicht, al is de natuurwaarde verwaarloosbaar. “Meer dan schaamgroen is dat niet”, zo merkte Marc van den Tweel, directeur van Natuurmonumenten dat eerder dit jaar op.

Ruilen van grond voor compensatie is bovendien zó ingewikkeld en tijdverslindend dat zelfs de beste voornemens achter de horizon kunnen verdwijnen, met alle gevolgen van dien. “Als een boer zijn bedrijf moet verplaatsen, gaat daar gauw vijf jaar mee heen. Zelfs plaatselijke milieuclubs raken dan het zicht kwijt. Er zijn gemeenten die compenseren in gebied dat allang is aangewezen om nieuwe natuur aan te leggen. Dat is dan een sigaar uit eigen doos”, zegt de ambassadeur van Natuurmonumenten.

Terwijl de regels zo simpel lijken. Worden er bijvoorbeeld voor de aanleg van asfalt drie eiken gekapt, dan moeten er zo dicht mogelijk bij de oude plek drie worden herplant, luidt het uitgangspunt. Gebeurt dat niet, dan blijft het gereserveerde geld staan op de rekening van een provinciaal fonds of van het Nationaal Groenfonds. Daar wachten nu tientallen miljoenen euro’s op een nieuwe bestemming.

Bij Natura2000-gebieden, die internationaal van grote waarde zijn, moet nieuwe natuur zijn aangelegd nog voor de oude wordt aangetast. Op andere plaatsen achteraf compenseren mag, maar ook bij de compensatie van deze internationaal waardevolle gebieden gaat het nogal eens mis, constateert Natuurmonumenten. “Het is vervelend genoeg als natuur moet wijken, maar soms kun je niet compenseren, omdat de ruimte ontbreekt. Je kunt moeilijk bedrijven of huizen slopen”, zegt Lars Koreman. Natuurmonumenten wil daarom versoepeling van de wettelijke regels, om geld dat niet wordt gebruikt ook elders aan te kunnen wenden. Een pleidooi dat begrip ontmoet bij Jac Meter, financieringsspecialist van het Nationaal Groenfonds. Uiteindelijk is ook hij er niet trots op als ergens honderd oude eiken worden ‘gedumpt’ – daar moet echt iets waardevols tegenover staan, vindt hij. Maar verder wil hij niet in details treden. “Wij zijn ook bankier en het betreft hier compensatiegeld van relaties.”

Zorgen

De provinciale rekenkamers delen de zorgen van Natuurmonumenten over de manier waarop natuurschade in de praktijk wordt gecompenseerd. In de afgelopen jaren stelden ze bij herhaling dat provincies ‘krachtiger’ moesten optreden ‘tegen gemeenten die afspraken niet nakomen’. Er moet ‘transparant, juist en tijdig’ worden gecompenseerd. Begin mei beval de Randstedelijke Rekenkamer provincies aan afspraken ‘meer afdwingbaar’ te maken en naleving beter te controleren. Provinciale Staten moeten zich beter laten informeren.

Na vergelijkbare kritiek lijkt er wel wat te veranderen in Groningen en Limburg. Die provincies bundelden kleinere projecten, om ze in één groot gebied zelf te compenseren en laten het nieuwe groen aanleggen op kosten van die gemeenten. In Limburg moeten die ook de eerste tien jaar onderhoud vooraf betalen. Deze aanpak spaart tijd en geld én levert meer natuurwaarde op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden