Waarom moeten armen altijd langer reizen?

reizen - Verkeersplanoloog Karel Martens wil aandacht voor de sociale kant van mobiliteit. 'Het is bizar dat we daar niet over denken.'

Mensen met minder geld zijn vaak veel langer onderweg dan meer vermogende reizigers, stelt verkeersplanoloog Karel Martens van de Radboud Universiteit. Op de TU Delft debatteert hij vandaag met bestuurders en wethouders over de rechtvaardigheid van ons mobiliteitsbeleid. Vooral mensen met een beperking worden slecht bediend en kunnen soms helemaal niet op pad, terwijl iedereen dezelfde rechten zou moeten hebben.


Zo onrechtvaardig is het mobiliteitsbeleid in Nederland toch niet?


"Ik zeg niet dat het onrechtvaardig is, maar dat het niet gebaseerd is op principes van rechtvaardigheid. Een mobiliteitssysteem moet iedereen in staat stellen om deel te nemen aan voldoende activiteiten. Dat is nu voor 5 tot 10 procent van de bevolking niet het geval, vooral niet voor mensen die minder mobiel zijn.


"Bij het maken van beleid horen drie basisprincipes: effectiviteit, efficiëntie en rechtvaardigheid. Op de meeste terreinen gaat de politiek uit van rechtvaardigheid. Ieder kind heeft recht op onderwijs, iedereen moet toegang hebben tot zorg, iedereen verdient een dak boven zijn hoofd. Maar bij mobiliteitsvraagstukken valt het woord rechtvaardigheid nooit. Dat lijkt me niet verdedigbaar."


Maar er zijn wel allerlei tegemoetkomingen voor studenten, gehandicapten en ouderen. Wat moet er volgens u veranderen?


"We moeten beter onderzoeken wat mobiliteit precies voor mensen betekent. Kunnen ze goed naar school, werk, hun oma of de film komen? Kunnen ze voldoende richting geven aan hun eigen leven? Op zo'n manier meten we niet. We kijken alleen naar de verplaatsingen die al gedaan worden.


"De politiek ziet mobiliteit als een systeem dat vooral moet blijven stromen. Maar die doorstroom is niet het grootste probleem. Hoe erg is het om een half uurtje in de file te staan? Het gaat uiteindelijk om bereikbaarheid. Als je zicht op de behoeftes van mensen hebt, kun je van daaruit beleid gaan maken, in plaats van mobiliteit vanuit de ingenieurswetenschap als een technisch vraagstuk te benaderen.


"Bijvoorbeeld door de trein inkomensafhankelijk te maken of sommige mensen subsidie te geven op een auto. Het is bizar dat we niet over dat soort dingen nadenken."


Wanneer is een mobiliteitssysteem rechtvaardig?


"Als je iedereen dezelfde rechten toekent. Mensen met een auto zijn in Nederland veel beter af. Ik zeg niet dat mensen zonder auto precies even lang over hun reis moeten doen als mensen zonder auto. Er mag best een verschil zijn, maar nu is dat te groot.


"We hebben een paradigmaverandering nodig. Nu gaan we uit van liefdadigheid door iets te geven aan de zwakkeren, zoals een speciaal busje in het dorp. Maar daarmee creëer je geen gelijkheid. Ik pleit niet per se voor meer openbaar vervoer, maar voor een andere benadering van mobiliteit. Als een alleenstaande moeder haar kind niet op voetbal doet omdat ze geen auto heeft en lastig bij de wedstrijden kan komen, kan de overheid bijvoorbeeld vouchers geven voor een taxi. Er zijn zoveel manieren."


Zijn er andere landen waar Nederland een voorbeeld aan kan nemen?


"Ja, bijvoorbeeld Colombia. De burgemeester van Bogotá, de hoofdstad, zet vol in op hoogwaardig openbaar vervoer en linkt dat nadrukkelijk aan rechtvaardigheid. Zijn devies: een ontwikkelde stad is er niet een waar de armen auto rijden, maar waar zelfs de rijken het openbaar vervoer gebruiken. Daar ben ik het roerend mee eens. Ik predik de revolutie. Er wordt al zestig jaar op een verkeerde manier naar mobiliteit gekeken. Dat wil ik graag veranderen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden