WAAROM MOET DE DOOD ZO LELIJK?

Een ding wil ze zeer zeker niet: als vormgever van de dood de toekomst in gaan. Maar ze realiseert zich wel dat haar afstudeerproject op een goed gekozen moment de buitenwereld bereikt, nu de discussie over het doorbreken van de zwartomlijnde kaders van de traditionele overlijdensadvertentie lijkt los te komen. Grafisch ontwerper Paula van der Heijdt (31) sloot haar studie aan de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie af met 'De Aanzeg', een krant vol fictieve familieberichten, waarin ze negen nieuwe manieren om rouw-advertenties vorm te geven uit de doeken doet.

Tot nu toe was de rouwadvertentie in de Nederlandse kranten een onbestormd bastion, waar geen vormgever zich aan wilde wagen. Ze vindt dat eigenlijk heel vreemd. “We leven toch juist in zo'n vormen-cultuur, alles wordt op dit moment gestyled en gerestyled, behalve het fenomeen dood. Waarom weet ik niet precies, men is misschien bang zijn vingers te branden, of het is respect voor de traditie. Wij zijn ook niet zo'n romantisch volk in de omgang met de dood, het is hier heel sober geworden, vooral omdat het geloof steeds meer verdwenen is, en daarmee ook alle rituelen. Nederland is wat dat betreft eigenlijk heel saai.”

Deze week verscheen een overlijdensbericht van journalist Edwin Bakker met foto in diverse kranten. Het Algemeen Dagblad kondigde aan in de toekomst 'alles' in de rouw-advertenties te zullen toestaan en sprak van een 'gat in de markt'. De Volkskrant weigerde 'uit principe' het fotootje bij het rouwbericht te plaatsen, bij de Telegraaf werd met de redactie overlegd. Trouw heeft geen vast beleid voor afwijkende rouwadvertenties, maar plaatste de foto toch, evenals NRC-Handelsblad.

Deze laatste krant ondersteunde haarproject door 'De Aanzeg' belangeloos af te drukken. Ze verwacht dat bij deze krant binnenkort ook het een en ander gaat veranderen.

“Ik geniet erg van de commotie die er bij de redacties van kranten is ontstaan, er gebeurt ontzettend veel het laatste jaar. Dat had ik nooit kunnen voorzien toen ik eraan begon, ik vond het gewoon een goed afstudeerproject. Maar het blijkt een perfecte timing geweest te zijn.

Het plaatsen van foto's zal inderdaad wel de eerste stap zijn, dat gebeurt in andere landen ook al. Het is ook een van de mogelijkheden die ik in 'De Aanzeg' laat zien, maar zelf vind ik dat het minst geslaagde alternatief. Het valt er qua vormgeving een beetje buiten. Niet dat ik het niet eens ben met het plaatsen van een foto, maar het is het enige onderdeel in mijn project dat duidelijk aan een bepaalde groep mensen is gebonden, en voor die groep een duidelijke functie heeft, terwijl de rest voor iedereen van toepassing is. Ik heb me er eigenlijk toe laten verleiden na een gesprek met de Gay Krant. In homokringen zijn foto's bij advertenties heel gebruikelijk, omdat men elkaar vaak alleen van gezicht, of hooguit bij de voornaam kent.''

Van der Heijdt behoort niet tot de mensen die dagelijks de overlijdensadvertenties in de krant spellen en wekt niet de indruk bovenmatig gefascineerd te zijn door de dood. Hoe kom je er dan bij om je anderhalf jaar lang met zo'n onderwerp bezig te houden? “Het heeft wel een persoonlijke aanleiding, hoewel ik die eigenlijk niet zo op de voorgrond wil hebben. Tot mijn vader overleed, had ik nog nooit een begrafenis of crematie meegemaakt. Maar ik had er wel allerlei romantische ideeen over, dat er dan muziek zou zijn, en mooie toespraken, maar dat was helemaal niet zo. Het was een theaterstuk met een hele slechte regie, koud, koel en snel. Ook die advertentie moest heel snel geregeld worden. Toen ik een paar dagen later de naam van mijn vader in de krant zag staan dacht ik, dat had toch ook anders gekund, maar op het moment zelf was ik daar absoluut niet toe in staat geweest.

Als je er niet mee te maken hebt, dan denk je er niet aan, en als je er wel mee te maken krijgt dan heb je er de tijd niet voor, dat is het probleem. Daarna komt de frustatie dat je het niet over kunt doen.''

Ze vindt het vooral belangrijk dat mensen zelf meer de keuze krijgen hoe een overlijdensadvertentie eruit moet komen te zien. “Ik wilde de machtspositie die de krant en de uitvaartondernemingen daarin hebben, doorbreken. Ik heb een aantal van die ondernemingen gebeld, om te vragen naar hun beleid. Met Ina de Paauw van 'Aula West' hier in Amsterdam heb ik veel contact gehad, voor haar heb ik uiteindelijk ook drie nieuwe circulaires ontworpen. Ik vind ze eigenlijk niet zo heel bijzonder, maar het is toch weer wat anders dan wit met een zwart randje. We dachten dat het vast heel lang zou duren voor mensen het zouden aandurven, maar binnen de korste keren koos tachtig procent voor de nieuwe vormgeving.

Dan merk je dat er kennelijk behoefte is aan iets anders.''

Tegelijkertijd vond ze het ook vreselijk eng om aan het project te beginnen. “Het was zo'n gigantische open deur voor kritiek waar ik mee begon, alsof iemand je vraagt een logo te veranderen dat al drie eeuwen bestaat, en waar nooit iemand iets op aan te merken had. Maar ik wist wel dat het idee goed zat, ik heb er veel over gepraat, en niemand heeft er afwijzend op gereageerd. Alleen op de Rietveld Academie zelf hadden ze er gek genoeg moeite mee. Ik denk dat ze huiverig waren omdat het zo'n onaangeroerd onderwerp was, waar nog niemand iets mee had gedaan en dat ze bang waren dat ik de mist in zou gaan met dat taboe.”

Om een idee te krijgen hoe er bij kranten wordt omgesprongen met rouwberichten nam van der Heijdt contact op met Erik van der Steen, verantwoordelijk voor het advertentiebeleid bij de Dagbladunie. “Ik heb hem verteld waar ik mee bezig was, en hij was er erg in geinteresseerd.

Aanvankelijk wilde ik gewoon een boekje maken, maar toen bedacht ik dat het eigenlijk als een echte krant gedrukt moest worden. Ik heb gevraagd of dat daar niet kon, en dat hebben ze toen belangeloos gedaan.''

Ze probeerde ook sponsoring los te krijgen bij DELA, maar die wilden onmiddelijk de copyrights van de ontwerpen hebben. AVVL, onder de uitvaartondernemers een vernieuwer in de omgang met de dood, kwam wel zonder verdere voorwaarden met een bedrag voor de dag. “Ze hebben natuurlijk gigantisch veel publiciteit gehad met hun campagne 'Is er koffie na de dood', en zijn in voor een heleboel nieuwe dingen.”

De rouwcultuur in Nederland is niet altijd zo sober en verhullend geweest, leert het historisch overzicht in 'De Aanzeg'. Aan het begin van de negentiende eeuw, in de tijd van de Romantiek, werd het bon-ton openlijk uiting te geven aan het hartverscheurende verdriet dat door het wegvallen van een dierbare was veroorzaakt. De tragiek van de nabestaanden, het ziekteverloop en sterfbed: tot in detail werd de nieuwsgierigheid van de lezer bevredigd.

Daarna volgde een periode, waarin het taalgebruik weer versoberde en zelfs het woord 'dood' niet meer voorkwam. Men sprak hooguit van 'ontslapen' of 'heengaan'.

De secularisering van de samenleving, die na de Tweede Wereldoorlog doorzette, zorgde er ook voor dat de meeste rituelen verdwenen. De sacramenten, de dodenwake, het opbaren, de rouwkleding, de mis, de wierrook, de wijn, het zijn allemaal zaken die in onbruik raakten. De zorg voor de overledene kwam steeds meer in handen van derden. Ook het taalgebruik in de advertenties werd steeds formeler en onpersoonlijker.

Sinds een jaar of tien is dat taalgebruik weer vrijer en persoonlijker geworden. Een verklaring wordt gezocht in het feit dat de generatie van de jaren zestig nu langzaam steeds meer met de dood te maken krijgt, en daar haar eigen 'ludieke' invulling aan geeft. Een verschijnsel als de ziekte aids, waardoor jonge mensen al lange tijd zijn voorbereid op het feit dat ze zullen sterven, biedt ook de kans het einde beter voor te bereiden. “En het komt waarschijnlijk ook doordat er steeds meer mensen uit andere culturen hierheen zijn gekomen, waardoor je weer andere gebruiken en rituelen ziet. Je zag het na de Bijlmerramp, er werd in het openbaar gezongen en gehuild, dat was heel indrukwekkend, zoiets kennen wij helemaal niet. maar misschien wordt daar wel iets van overgenomen.”

De vormgeving van de advertenties hobbelt eigenlijk al jaren achter de ontwikkelingen in de teksten aan, vindt ze. “De functie van die advertenties is enorm verschoven, van een openbare aankondiging naar een soort open afscheidsbrief, waar nabestaanden hun persoonlijke gevoelens in kwijt kunnen. Het enige waarin dat in de vormgeving tot nu toe tot uitdrukking kwam zijn die cursief gedrukte poetische zinnetjes, vaak stukken uit gedichten, die aan de tekst worden toegevoegd.

“Nu is het dan wel weer in beweging, maar in Nederland zijn de emoties en de rituelen de afgelopen decennia bijna helemaal weggevallen, de uitvaartondernemer biedt een traditioneel standaardpakket aan, de gemiddelde duur van een crematie is 17 minuten. Iets als het uit gebruik raken van de rouwband, zodat je meteen kon zien dat iemand met een sterfgeval te maken had, is ook tekenend. Ik vind dat erg jammer.

In 'De Aanzeg' schrijft ze: “Een persoonlijke brief vraagt om meer intimiteit, die in de krant gesuggereerd kan worden met een eigen typografie en vlakverdeling. Men ziet graag iets anders dan die zwarte rouwrand, die toch iets heel verstikkends heeft, en weinig ruimte overlaat voor de stilte/rust/schoonheid die het onderwerp sterven ook kan omringen. Waarom moet de dood zo lelijk?”

“Het wordt bijna een soort feestpagina zo”, zegt ze terwijl ze de pagina, waar alle nieuwe mogelijkheden bij elkaar staan, nog eens bekijkt. “In deze chaos worden die strakke, traditionele advertenties ook ineens weer heel mooi. Het was ook niet mijn bedoeling om die omver te schoppen. Zelf raakte ik, toen ik er mee bezig was, ook vaak aan het twijfelen, dacht ik vaak: 'laat het maar zoals het is, gelijke monniken, gelijke kappen.' Maar als dit nu een trend wordt, om allerlei nieuwe dingen uit te proberen, misschien willen mensen daarna weer terug naar die oude vorm. Als er maar een grotere keuze mogelijk is.

“Wat ik absoluut niet wil is als vormgever van de dood de toekomst ingaan. Ergens ben ik ook heel blij dat het project nu afgelopen is, anderhalf jaar is een lange tijd om daar mee bezig te zijn. Het liefst wil ik nu de copyrights verkopen om met andere dingen te kunnen beginnen. Maar het is niet zo dat ik er nou erg gedeprimeerd of verdrietig van werd. Ik ben niet anderhalf jaar constant met de dood bezig geweest.

“Wel zie ik, ook in mijn andere werk, een grote hang naar vergankelijkheid. Zo heb ik schilderijen van kaarsvet gemaakt, die verdwijnen als het warmer dan vijftig graden wordt. Mijn eindpresentatie van 'De Aanzeg' op de Rietveld Academie was ook zoiets. Ik had negen stapels kranten op palets gestapeld, in de vorm van een kruis, met de bedoeling dat ze meegenomen werden. Daarmee zou het beeld ook verdwenen zijn. Zulke dingen vind ik erg mooi.

“Ik vind de dood heel erg bij het leven horen, en ben blij dat er zoiets bestaat. Zelf ben ik een vreselijke atheist, ik geloof niet in reincarnatie, na de dood is het gewoon afgelopen. Ik snap die angst voor de dood ook niet. Het is prima dat er op een gegeven moment een einde aan komt, om nu juist alle dingen te doen die je kunt doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden